In Jezus ontslapen - pagina 180
170 Christus zullen getrokken worden, houdt hun liefde voor hen aan, en neemt toe in innigheid. Maar ook omgekeerd, voor zooveel die band in Christus ontbreekt of nooit zal gelegd worden, zou hun liefde voor dezulken tegen Jezus ingaan. En zoo mag vermoed, dat het nog voortleven in de herinnering met wie ze op aarde achterlieten, wel bestaat waar die band met Christus aanwezig is of komen* zal, maar voor alle tot
,
overigen is afgesneden. Alleen zóó toch zou dit herinneringsleven geen stoornis brengen in hun zaligheid. Omgekeerd zou het zoo zelfs hun zaligheid verhoogen als ze onder Gods engelen een gejuich hooren opgaan over een zondaar die bekeerd is zoo hun wordt aangezegd dat die zondaar hun kind hun vader, hun moeder, hun broeder, hun vriend was. .
,
,
,
Bestaat er nu, behoudens die onderscheiding, een voortleven herinnering dan is er geen enkele grond denkbaar, waarom zij die in Jezus ontslapen zijn, niet ook voor wie ze achterin de
lieten
,
zouden bidden.
Jezus bidt voor ons Jezus leeft om voor ons te bidden. De zekerheid onzer zaligheid sluit derhalve het gebed ook daarboven niet uit. Zijn bidden is dus ook in den hemel niets anders dan, in zijn gemeenschap met den Vader, de liefde voor de zijnen tot uiting brengen. Toch wil de Schrift blijkbaar niet dat we in dat bidden onzer gezaligden een steunpunt voor ons hart zullen zoeken. Dan toch zou er ons meer over geopenbaard zijn. Het steunpunt van ons hart het anker onzer hope ligt eeniglijk in het gebed van Jezus en n iet in het gebed der engelen of der heiligen die ons voorgingen. Maar is ons hart daartegen gewapend en blijft het zijn hope alleen op den Verlosser stellen dan blijft de gedachte toch lieflijk, dat, gelijk de engelen Gods ons ten dienste worden uitgezonden, en bij ons sterven ons ten hemel indragen, zoo ook onze heiligen die ons zijn voorgegaan, nu in een gansch heilige liefde onzer gedenken blijven, dan ook als hun ziel zich uitstort voor den God van alle genade. ,
,
,
,
,
,
,
XLI. „2Bie jal u (ot>en in Want
in
f)et
graf?"
den dood is U loven
nisse; wie zal
Uwer geene gedachnin het
graf?
Psalm Bij
wat
er verder na ons sterven
,
ook
al
6
:
ti.
bleken we onsterfelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's