Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 141
129 en al de moed zijner ziel en al de energie van zijnen waterstroom werd uitgestort in de diepte.
Het
is
wil, als
een
de namelooze machteloosheid, die dat beeld u teekent.
meer te kunnen! G-een lip meer te kunnen openen; geen oog meer te kunnen opslaan; geen moed meer uit het hart in den wil te kunnen brengen; dat inzinken van de polsen; dat wegzuigen van de ziel, die nog bidden wil; dat namelooze der bange en benauwende onmacht zóó onmachtig, dat zelfs het besef van die onmacht te veel inspanning zijn zou voor het gansch versmolten hart. En dat wil de Heilige G-eest, dat ge bij uw Jezus wel terdege op zult merken! Het kruis zelf is op verre na niet de bitterste dood. Daar zit het niet in. Zulk een kruis hebben onnoemelijk velen geleden. Maar niemand dan uw Jezus alleen, is, hangende aan dat kruis, in de diepte der hel afgedaald, heeft er den last van den toorn G-ods tegen de zonde van heel ons geslacht aan gedragen; niemand dan hij is, stervende aan het kruis, op onzienlijke wijs, in zijn ziel gekruist met een smarte der bezwijking als van een sterven duizendmaal o, Jezus te zijn! Zoon van Grod Een macht te bezitten, gelijk de Leeuw uit Juda's stam zelfs in het brullen van zijn stervenskreet nog verried! En dan... uit loutere gehoorzaamheid, uit teeder erbarmen, in dat schrikkelijk beklemmende en benauwende van zoo volkomene machteloosheid der innerlijke bezwijking te willen afdalen, voelt ge niet, o, gij machtelooze in u zelf, wat die strijd, die onbeschrijflijke zielsfoltering uw Jezus heeft gekost? En toch... als hij het eens niet had gedaan! Als hij zijn hart eens weerhouden had, om te versmelten als was in het binnenste zijns ingewands, wat dunkt u, had hij wjö redder ooit kunnen zijn ? Of is uw machteloosheid dan niet die volstrekte en schrikkelijke? En betaamde u dan niet zulk een Hoogepriester, die zóó diep afdaalde, tot hij kwam waar gij laagt, om u in de armen zijner ontferming op te dragen naar den Hooge! o, Wonder mysterie der genade! Te machteloos dacht ge u. Maar neen, nog niet machteloos genoeg hebt ge u zelf beleden. Word volstrekt machteloos,... dan Niets,
niets
;
!
is
uw En
Jezus
bij
u.
omgekeerd, hoe machteloos ook, en nabij der bezwijking weggezonken, nooit vertwijfeld mijn broeder! nooit den stat der hope weggeworpen! Hij, eens de machtelooste aller machteloozen, zïï nu aan de rechterhand der kracht des Troons van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's