Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 126
114
Toen evenwel kreeg hij zijn kleed nog weer terug. De roodemantel wierd hem weer afgenomen, en voor Pilatus heeft de Heere Jezus weer in zijn eigen gewaad terechtgestaan. Maar de derde maal ontnam men hem zijn kleed voorgoed. Toen wierd het voor goeden prijs door de beulen verklaard. En toen de kruisbalken daar op den grond lagen, en ze Jezus aangrepen, om hem, onzen dierbaren Heiland, daarop te spijkeren, toen tastte de ruwe hand hem eerst aan zijn opperkleed toog dat uit en nam hem daarna ook zijn andere kleederen van het naakte lijf af; en zoo, in den smaad der ontblooting hebben ze toen den Heiland omhoog geheven, en voor aller oog opgericht aan zijn kruis. o, Men leest zoo gemakkelijk over deze schijnbaar kleine incidenten heen. En toch er ligt zulk een onbegrepen diepte van smart en smaad in voor Hem, die het om onzen twil ondergaan heeft. Opdat wij eens niet naakt, maar overkleed zouden gevonden worden, of wilt ge, in den toon der Openbaringen van Pathmos, opdat ons eens in het nieuw Jeruzalem het fijne witte lijnwaad zou gegeven worden, liet Jezus zich naakt uitkleeden, en zijn eigen kleederen onder zijn beulen verdeelen, niet na zijn dood, maar toen hij nog levend aan het kruis hing en het zag! ;
Dat menschelijk kleed G-od zelf toog het eerste Hij in het Paradijs met' bedekte, die oorzaak van gevallen hart. o,
;
heeft ons zooveel te zeggen! kleed zijn menschenkinderen aan, toen „rokken als van vellen", de naaktheid schaamte wierd voor het in zonden
kleed, zoolang de zonde niet overhand kreeg. Maar als de zonde opwoelt en de wijn den man verhitte, werpt Noacli zijn kleed af en legt zich naakt voor het oog zijner kinderen te slapen. En dan spot Cham. Maar Sem en Japhet rapen het kleed van hun vader op en bedekken zijn schande. Als straks de hoogepriester optreedt, is met name zijn kleed teeken van zijn goddelijk ambt, en dies moest hij op den Verzoendag zijn kleed verwisselen. „Stil leven" noemt de kunst, een kleed dat gevonden wordt, en zooals het daar ligt, verraadt dat er met den man wiens dat kleed was, iets moet gebeurd zijn. En zoo weent Jacob in wanhoop, als het kleed van Jozef met bloed besprenkeld hem gebracht wordt, en ontbrandt Potifar in ziedenden toorn, als hij Jozefs onderkleed op het bed zijner vrouw vindt. Dat kleed is een deel van 's menschen persoonlijkheid. Als er van Bozra een komt „met besprenkelde kleederen en bloed op zijn gewaad", dan toont die bloedspat op het kleed, hoe
Dankbaar droeg de mensch dat
weer
te bitter de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's