In Jezus ontslapen - pagina 183
173
genoegzaam uit wat dezelfde David in Psalm 16 zong: „Gij zult mijn ziel in het graf (de hel) niet verlaten. Gij zult niet toelaten dat uw heilige de verderving zie. Gij zult mij het reeds
pad des levens bekend maken. Verzadiging van vreugde is bij aangezichte liefelijkheden zijn in uw rechterhand eeuwiglijk." Of uit wat hij aan het slot van Psalm 17 beleed, dat „ de lieden der wereld" immers „hun deel in dit leven hebben," maar dat hij wist te zullen opwaken en dan „ Gods aangezicht in gerechtigheid te zullen aanschouwen om eeuwig zich te verzadigen met Gods beeld." Niet minder eindelijk uit wat Azaf in Psalm 73 beleed: „Ik zal dan geduriglijk bij U zijn. Gij hebt mijn rechterhand gevat en gij zult mij leiden door uw raad en daarnet
uw
,
,
,
1
''
in heerlijk)held opnemen.'
Maar
den dood is uwer geen geandere „ In wie zal u loven in het graf?" staat er dan toch óók, en de vraag blijft dus, wat hieronder te verstaan zij. Het inzicht hierin nu hangt geheel en eeniglijk aan de volle erkentenis van Gods ordinantie in onze Schepping. Tegen die ordinantie gaat in, wie met een bloot zieleleven na den dood vrede neemt, en, hiermede voldaan, geen heimwee kent naar iets anders en iets meerders. Die ordinantie over den mensch toch is, niet dat we als de engelen enkel geestelijk bestaan zouden bezitten, maar dat we, hierin boven de engelen uitgaande een tweezijdig bestaan zouden hebben, eenerzijds geestelijk en verborgen, maar ook anderzijds lichamelijk en uitwendig. Eerst als we naar die ordinantie bestaan, bestaan we ten volle als mensch. En een mensch, die enkel naar de ziel bestaat, en het lichaam derft, en dus ook geen zichtbare wereld om zich heen heeft, is gehalveerd en als zoodanig verminkt. Van tweevoudig is hij eenvoudig geworden. Hij mist zijn ander deel. En dit juist bewerkte de dood; dit deed het sterven. Reden waarom alleen door de Opstanding van het lichaam de dood weer geheel overwonnen wordt en reden ook, waarom er bij de dat
:
dachtenis,
,
,
engelen, hetzij dan
bij
van geen dood en van
Is
dit
mensch
die vielen, hetzij bij die staande bleven, geen sterven in dien zin sprake zijn.
km
nu alzoo, dan zult ge het ook verstaan, dat ge als in een tweevoudigen dienst van uw God staat. Van den
éénen kant hebt ge uw God te minnen te eeren en te dienen de geestelijke verborgenheid van uw zielsleven; maar ook van den anderen kant hebt ge Hem te belijden, te loven en te dienen voor anderer oor en oog, en dus in het uitwendige. Niet alsof uw lichaam dat deed, maar zóó dat de ziel hiertoe ,
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's