Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 41
29
Het „Mijn G-od, mijn Grod, waarom hebt G-ij mij verlaten", evenals het roepen „Vader, in uwe handen beveel ik mijnen geest", verraadt in niets den heldenmoed als grondtoon van zijn gemoedsstemming. En als ge uw Heiland in Grethsémané bijna bezwijken en inzinken ziet, zoodat een engel hem bij moest staan, om hem te sterken, dan bekruipt u bijna de wensch, dat dit pijnlijk tafereel niet mocht zijn voorgekomen dan verstaat ge dit „afbidden -van den drinkbeker" niet, ook al volgt er op: „Met mijn wil, maar uw wil geschiede" en als dan ten slotte uw Jezus, tot zijn jongeren teruggekeerd, klaagt: „Kunt gij dan niet één uur met mij waken ?" wil het, al staat het er nog zoo duidelijk, ternauwernood bij u in, dat uw Heiland dit in ernst klaagde, en metterdaad aan het vertroostende bijzijn van zijn jongeren behoefte had. Zij die in Jezus niet „het Lam Gk>ds", maar den „martelaar" eeren, geraken bij Grethsémané dan ook in pijnlijke verlegenheid. :
;
;
Bij
Stephanus
inzinking glans.
En
is
geen
oogenblik
ook
maar een zweem van
bezwijking. Hem blonk het gelaat als met engelenzonder dat een klacht hem over de lippen komt, vangt of
de ruwe brokken steen, die men naar hem toeslingert, op met een borst waarin niets dan geloofsmoed tintelt. In het teeken van den martelaar gezien, is Stephanus de meerdere, en wordt het beeld van den stervenden Jezus veeleer door een donkere schaduw gedrukt. hij
In dat teeken van den martelaar moogt ge dan ook uw lijdenden en stervenden Heiland niet plaatsen, of ge doet aan het karakter van zijn lijden en sterven geweld aan. Door wat kracht heeft én Stephanus én na hem elk martelaar getriomfeerd? Immers door de kracht die Jezus in hun ziel uitDe martelaar lijdt en sterft, met Jezus achter zich, met Jezus bij zich, met heel de ziel rustende in Jezus' sterven, wetende dat saam Grethsémané met Grolgotha, voor nu en voor eeuwig, Satan de tanden heeft uitgebroken. Alleen het Kruis van GJ-olgotha verklaart u de houtmij t en den brandstapel, want op dien brandstapel is het niet de martelaar, maar Jezus die in den martelaar, triomfeert. De martelaar staat niet voor den muur, maar gaat in door de bresse, die Jezus, hij alleen, en hij voor allen, in dien muur geslagen heeft. Zij volgen achter hem, en zien voor het geloofsoog, hoe hij alle vijanden voor zich deinzen en vluchten deed. Hoe dan met dien martelaar uw Heiland zei ven te vergelijken r Hem, die alleen tegenover de nog ongebroken macht van vloek en dood stond. Hem, voor wien, toen hij toetrad, nog geen steen stortte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's