In Jezus ontslapen - pagina 113
,,
103
Vandaar dat de Schrift ons zegt, dat God zich met het licht bekleedt als met een gewaad. Vandaar dat van de Engelen Gods geschreven staat dat zij bij het geopend graf van Jezus blonken in de gedaante van een bliksem en met een kleeding wit gelijk sneeuw. En vandaar niet minder dat er van Jezus op Thabor 11 geschreven staat: dat „zijn kleederen wit werden gelijk het licht (Matth. 17 2). Ook in de beloften aan die van Sardes spreekt alzoo hetzelfde wat we telkens vonden: wat Jezus aan den Overwinnaar toezegt „ Macht over de Heidenen gelijk is de glorie die hijzelf bezit. hij diezelf van den Vader ontving". „Zitten met hem op den troon, gelijk hij zelf gezeten is met den Vader in zijnen troon". En zoo ook hier „ Ze zullen met mij wandelen in witte kleederen". ,
,
,
:
;
(Openb. 3:4). God zelf door het licht omringd als een gewaad. De Middelaar in zijn glorie omkleed met een kleed, wit gelijk het licht. En zoo ook de verloste die overwint, omhangen met het lichtgewaad, met het kleed dat als de sneeuw niet slechts blank in zijn wit is, maar in zijn wit alle glansen schitteren doet. Dit kleed is het wisselkleed. Gelijk de held die triomfeerend de zegekar beklom, het waarin hij den strijd gestreden had, uittoog en krijgsgewaad verwisselde met het blanke kleed van den triumphator, zoo ook wordt het kleed dat we hier op aarde dragen, in eigenlijken en in overdrachtelijken zin ons bij het sterven uitgetogen, en met lichtgewaad des hemels verwisseld. Het lichaam wordt veranderd. Het is hetzelfde lichaam dat eerst in den dood gaat, en dan onsterfelijk wordt opgewekt in glorie. Maar niet alzoo het kleed. Het kleed wordt afgelegd, het kleed wordt niet veranderd. Maar het blinkend lichtgewaad des hemels komt voor het onbruikbaar geworden kleed in de plaat*. Het aardsche kleed is een bedekking onzer schande, en daarom in het paradijs door God zelf den gevallen mensch met het lammerenvacht omgehangen. Het hemelsche gewaad is verhooging van glans en heerlijkheid ons omgehangen bij ons ingaan in het rijk van glorie. De held, die als hij de zegekar gaat beklimmen, het strijdkleed uittrekt en het witte eerekleed aantrekt, spreekt daarmee uit, dat de strijd voleindigd is, dat geen vijand hem meer ten strijde uitdaagt, dat de bloedige taak afliep, en dat hij nu, voor geen bespatting met het bloed van den vijand of met bloed uit eigen wonden meer beducht, een kleed aantrekt, dat geen vlek of rimpel meer duldt. Zegt derhalve onze Heiland aan hen die ten hemel ingaan als overwinnaar en overwinnaresse ook dit heerlijke toe, dat ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's