Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 46
34 stuit ge op een raadsel, zoo dikwijls ge aan uw eigen denkt. Waar is die ? Zeer zeker in u maar ontleed uw wezen en ge vindt ze niet. Ze schuilt, om alleen haar werkingen u te toonen. Ook voelt ge uw ziel in u. Maar zelve blijft ze u een mysterie. Eens scheidt ze uit den aardschen tabernakel, maar hoe en waar ze dan zijn en bestaan zal, gist ge niet. En nog minder verstaat ge het, hoe ze daarna weer met uw lichaam zal hereenigd
Reeds
ziel
;
worden.
En
ge van die latere raadselen ook af, nu reeds in het ziel een raadsel voor uzelven. Wat is uw ik in ik is iets anders dan uw ziel, onderscheiding van uw ziel ? want ge spreekt van: mijn ziel, en gij zijt het die ziel én lichaam ik is van uw bezit. Het een gaat dus in het ander niet op. Maar hoe, en in hoeverre, en waardoor? onderscheiden. ziel Altegader nieuwe raadselen, nieuwe vragen, altoos weer opkomend uit het ondoorgrondelijk mysterie van uw eigen wonderbaar wezen. ziet
al
heden
blijft
uw
Uw
Uw
En nu Zijns
dongen.
bij
ook
Jezus. ziel. Hierop mag niets afgenog veel meer dan bij ons -van onderscheiden. Haast zoudt ge zeggen, voor hem
was
Maar
een
menschelijke
die ziel bij Jezus
zijn innerlijk ik
is
ziel een natuurlijk gewaad, dat het Goddelijk ik aantoog. Hij was en bleef God, en nochtans sprak zijn ik ons toe uit het voorportaal van een ziel aan onze ziel gelijk. Een nog dieper zin en ondoorzoekelijk mysterie!
was de
En
in die ziel heeft uw Jezus geleden, gezwoegd, gearbeid. Ook zijn lichaam, want hij leed naar zijn volle menschheid. Maar dieper, banger toch nog in zijn ziel. In die ziel was de eigenlijke
wel in
spanning. Daarin is doodende benauwdheid doorworsteld. In de was de oorzakelijke arbeid, waarvan het lijden naar het lichaam slechts de uitstralende nawerking gaf te aanschouwen. Mij dorst, was hard, maar ge gevoelt het, met -dat andere: „Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?" was dat klagend roepen om een druppel vocht, die zijn tong mocht verkoelen, ook zelfs van verre niet te vergelijken. Jezus leed voor het oog, zoodat ieder het zag, want de kruisdood was een schrikkelijke dood, en het gevoel voor pijn moet in uw Jezus voorbeeldeloos teeder zijn geweest. En toch doodelijke pijn is ook door andere menschenkinderen, is door meer dan één martelaar zelfs onder veel wreeder marteling geleden. Maar wat niemand als uw Jezus leed, was de diep doorvlijmende, de doodelijk wondende smart zijner ziel. Daardoor, door dien arbeid der ziel is Golgotha ganschelijk eenig. ziel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's