Afgeperst - pagina 84
80
EERSTE GELUI.
de zaak.
hun
Ook Mr. Heemskerk
collega
te
Ze hadden alleen
niet.
bitter
met
doen, en toen sprak, zooals het altoos gaat, het
collegiaal gevoel, en kreeg de heer de
dat de Premier het wel voor
Waal
Malefijt de toezegging,
hem goed zou maken,
en dat vonden
de andere heeren toen naar behooren. Zoo verklaart zich de zaak best. Maar op 't oogenblik stond ik er perplex van. Ons, antirevolutio-
had men
nairen,
Ten
gedaan.
maar nu
driemalen toe
tot
in
politieken zin ernstig zeer
bestwil van het Kabinet wees ik hierop, niet vroe-
omdat het kopje van 1913 reeds om den hoek ik, ik weet niet wat misdrijf van lèse majesté had begaan, door wat keer op keer ons aangedaan was ook maar even te releveeren. Hierop mocht ik niet zwijgen. Nu het zoo hoog liep, moest ik er haring of kuit van hebben, en ik vroeg het woord voor een persoonlijk feit. Dit kreeg ik, en toen deed ik drieërlei. Naar eisch van C^r/stelijke polemiek begon ik met mijn leed te betuigen, over 't woord „kwetsen'' dat blijkbaar den Minister gedeerd had, en trok het in. Naar eisch van recht toonde ik met de stukken aan, dat ik den Minister niet, gelijk men goedgevonden had te zeggen, van ontrouw aan zijn beginselen beschuldigd had. Maar ook ten ger,
kwam
pas,
gluren, en nu heette het, dat
derde, naar eisch vdiU parlementaire waardigheid, betuigde
ik,
dat het
welk de vierschaar over mij gespannen en mij eenparig tot zondebok gedoemd had, nu met open vizier voor den dag behoorde te komen en even pertinent moest uitspreken, of al dan niet in dit tot zondebok doemen een vredebreuk met de Kabinet,
't
antirevolutionaire partij
was bedoeld.
Reeds onderwijl ik dit vroeg, zag men het gelaat van den Premier schalks vertrekken. Geen quaestie van vredebreuk Het was niets dan eenigszins tragisch getinte oratorie geweest. Toen !
repliek aan dit punt
hij
in
de
spanning
zijn
hem en
kerkiaanschen
stijl
toeschietelijk.
De
mij
los.
gekleed.
toekwam,
liet
Het werd nu Niet
dan ook op eens in echt-Heems-
al
meer hard, maar goedhartig-
suggestie voor het „in hooge mate krenkend"
van den vorigen dag was van het
te
impressionable karakter van
den Minister van Koloniën uitgegaan. Vooral voor hem was het aangevoerde „hoogst smartelijk'' geweest. „Laat mij het ronduit zeggen, aldus ging de Premier voort, een ieder die het karakter van den Minister van Koloniën kent, begrijpt dat 't voor hem bijzonder smartelijk was. Zijn karakter brengt mede, dat als iemand van
hem
zegt
—
al
was
het niet met zoovele
woorden gezegd dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's