Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 140

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 140

2 minuten leestijd

,

130

Wie in Jezus ontsliep, gaat dus niet plotseling uit de duisternis hierbeneden over in het eeuwige licht. Er was voor hem een geleidelijke overgang. Eerst kende hij alleen deze wereld waarin door Gods Genieene gratie nog, o, zooveel schoons, zooveel aantrekkelijks, zooveel edels, zooveel dat welluidt, overbleef, maar dat bij al haar schoonheid steeds omneveld bleef met een dampkring van zonde ,

en van

lijden.

Toen is hem in de ure der bekeering een venster opengeduwd, waardoor hij op eens een uitzicht kreeg in een heel andere wereld, onvergelijkelijk rijker en schooner, en daarom vooral zoo heerlijk omdat er geen zonde in was die bezoedelde ,

en geen lijden, dat de bloem verdorren deed aan haar steel. Toch zou hij ook na zijn bekeering aan zichzelf overgelaten die twee in zijn blik niet tegelijk hebben kunnen omvatten. Hij zou of voor dit opengestooten venster zijn gaan staan, om, deze wereld verzakend maar aldoor in die glansen van het eeuwige te staren: of wel, hij zou, in zijn wereld terngkeerend die andere wereld, waarop dat opengestooten venster uitzicht gaf, hebben verwaarloosd. Maar toen is hem ook die bijzondere genade geschied, dat God de Heere beide voor hem vereenigd heeft, en hem een oog gaf, om tijdelijk in deze wereld de grootheid zijns God te bewonderen en onder dien indruk zijn God te dienen, èn om in die andere wereld niet maar in te zien, maar ook in te leven, en hier reeds rijk te zijn in de weelde der erfenis die hem ,

,

,

,

,

wachtte.

En dit is toen zoo voort en voortgegaan. Met altoos zuiverder evenwicht. Met altoos helderder voorstelling. Met aldoor dieper inwortelende verwachting. Krachtig in deze wereld, en tegelijk bezield en verrukt door de wereld die te komen stond. Tot eindelijk ook zijn ure sloeg, dat God hem, met nieuwe roeping, geheel uit deze wereld wegriep, en bij aanvang, de heerlijkheid der toekomende eeuw zich voor hem ontsloot. Toch beidt hem ook zoo nog een nieuwe, een laatste overgang. In het sterven is nog niet de voleinding. Die voleinding komt eerst in de „ voleinding der eeuwen" als eens alle tegenstelling wegvalt, en „deze eeuw" en „deze wereld" voorbijgaan, om alsnu opgenomen te worden in de heerlijkheid. Dan daalt zegt de Schrift „ de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neder van den hemel, toebereid als een bruid, die voor haren man versierd is". Iets wat natuurlyk niet zeggen wil, ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's