Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 220

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 220

2 minuten leestijd

,

210

MoeiU en verdriet zijn niet hetzelfde. Z< zien wel op dezelfde maar drukken die van fcw.ee verschillende zielsbenaüwing kanten uit. i

,

„Moeite" dat ons

is

liet

actieve,

-verdriet"

passieve in het lijden

liet

treft.

Wij drukken dit meest zoo uit, dat er een deel deshjdensis, waarmee we worstelen; dat is het actieve, zoo ge wilt de moeite. Maar er is ook een ander deel des lijdens waaronder onze ziel ,

zich

gansch

neerbuigt; dat

lijdelijk

is

het passieve; hier uitge-

drukt door het verdriet. Zwaar aangrijpend leed heeft twee uiteinden, het ééne van waar het uit Gods ondoorgrondelijk bestel uitgaat en het andere het punt, waar het in ons menschelijk hart indringt. Het is een donkere stroom dien we over ons voelen stroomen als van God uitgaande, en van dien kant doen we niets tegen, zijn we volkomen lijdelijk en ondergaan het. En dat heet bij den psalmist ons verdriet. Maar we voelen dien donkeren stroom ook tegen ons menschelijk hart aankabbelen en er binnendringen, en van dien kant worstelen en woelen de wateren onzer ziel er tegen in, en dat noemt de ,

psalmist de moeite. Noch het één noch het ander kan ons gespaard worden. Verzonder moeite zou ons doen inzinken. Moeite zonder driet verdriet zou ons in opstand brengen. En eerst als het ééne zelfde lijden tegelijk doorworsteld wordt in de moeite van ons hart, en ondergaan wordt in het verdriet onzer ziele is er in onze smarte dat heilig evenwicht dat ruste aanbrengt en ons vertroost. ,

,

of na gevonden te zijn weer er iets dat vlijmt en wondt in de ziel. En dan zingt de Geest in ons het ons door onszelven, door ons geMijn ziel wat buigt ge u neder waartoe loovend ik toe „ o zijt ge in mij ontrust, voed het oud vertrouwen weder, zoek in 's Hoogsten lof uw lust ". Het geloof, door den Geest geleid en gedreven, komt dan het evenwicht herstellen, en dit gaat altoos van een zoeken van

Als nu dat evenwicht nog toeft

teloor ging,

,

,

is

:

,

,

Gods gemeenschap uit. „Ik stel den Heere geduriglijk voor mij; omdat rechterhand is, zal ik niet wankelen" (Psalm 16

,

Hy aan mijne :

7).

Niet dat God weg was. God is nooit weg. Maar er was dan een nevel tusschen Hem en onze ziel getogen. En door dien breekt nu de geloofsblik door. De Alomtegenwoordige wordt ook ons weer tegenwoordig. Ons zielsoog ontdekt Hem

nevel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 220

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's