Der Jongelingen sieraad is hun kracht - pagina 23
DER JONGELINGEN SIERAAD komt vanzelf op de is
óns
't
vergaan,
Nu deden
Ge
stoep.
en
IS
HUN KRACHT.
eer ge
zijt
't
weet de
anders verging
niet
maar om
te
we
hoepelen,
We
zien ringrijden, en
Soms kwam dan
's
nog best
mijn
gingen toen ook de straat op,
kwamen
om
te
de schaatsen voor den dag.
dat spel een partijtje, met een „ei,
bij
uit
togen ook toen naar buiten maar
winters
Zoo
straat op.
onzen jongelingen.
't
ze dit vroeger ook wel, ik weet dit
eigen jeugd, maar toch anders.
21
was
't
in
de
Mei", en een soms nog bedenkelijker slofje-onder maar hooger mikte ;
men
niet
van een saam inleven
;
papa's, en de jongeren voeren straks
de riemen
zelf
voor dien
dit
nog
in tijd
niet verder.
gon toch
belangen was onder
in ernstiger
Jongelingen toen nog geen sprake. Voor
hoogere zorgden de
dit
met vader
in
't
reeds. Het
is
dom van Gods gemeene
om
verder
te
Wat
als
in
stroombed
zijn
druppelen één voor één
is
de
rijk-
ons menschelijk leven steeds
gratie, dat
hooger golfslag zich
toen
komen, be-
de groote gave der Cultuur, het
met
Nu was
niet.
Men was
Het kon toen niet anders.
goed.
Alleen maar, de aandrift
maar
schuitje,
de handen nemen, durfden ze nog
uit
voortbewegen.
blijft
de wolken neersypelt, moet
dien breede stroom tot één machtig geheel vereenigd.
De
in
afstanden
mogen geen stand houden. Rijke onwikkeling moet naar alle kanten uitpuilen. En dit nu heeft vanzelf teweeg gebracht, dat de levenssteeds meer ook naar der jongeren leeftijd
energie
Vroeger begon men pas op dertigjarigen zijn
jongens van veertien
er
snuffelen en u vragen
soms
eertijds
we
dat In
ten
Amerika ging
maar
wijsneus,
onzen
jaar, die reeds in
uitdroegen,
in
achterstand
ons in
te
dit al
te
we ons
Werkelijk
halen.
thans
't
geslacht
toch onze eeretitel geworden.
moeten
land
afgedaald.
Vroeg-rijp had
is.
maar vroeger rijp dan is
en levert
dit te ver,
is
te tellen,
Groen en Thorbecke
wat toch een anarchist
slechte beteekenis,
grave
meê
leeftijd
zijn
vroeg
rijpe
u den
zelfs haasten
we nu de
om
laatste
kwarteeuw vooruitgekomen. Ook onze jongens en onze jongelingen hebben
't
laddertje van onder
den barg gehaald en
hoogte bezig. En wat nu op mijn ouden dag niet
vreugd en mijn glorie uitmaakt, het
ook
onze
vooruithielp.
spreekt
men
van stavast
is
niets
staan
ze
wel, en dat zijn ze. uit zullen
groeien.
meer
zoo achter.
schier
de
beweging
tooverachtig
Van heele pieten
Een geslacht waar
De
in
minst mijn levens-
dat de Calvinistische
Gereformeerde jongelingen In
't
nu danig
zijn
straks
mannen
recruten die straks onze heir-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's