Der Jongelingen sieraad is hun kracht - pagina 21
DER JONGELINGEN SIERAAD maar mannen van Dordt moeten zinnen
En
bij
een
Bond thuis,
zulk
kantoor of
't
we
Alleen maar, wat
hun vader
alles
Booze
beduiden
te
kunnen
lichaam
Elk op zich
heeft.
al
wat onrein
maar wat beweegt
u,
om
u,
kringen
bezitten
die kleurige
persoonlijk
Edelen, die,
ja,
banieren
eigen
in
't
volle kracht
nu ook voor
Bond ?
.
.
,
.
hoeft
al
konden
zoo,
Is
't
ze
Bond
een
zulk
en wat
heeft,
even
niet
't
lees
kwam
in
De
nooit gekend.
hadden een verbond gesloten, maar
wat Marnix geklaagd
die drukte ?
Immers de Geuzen
afdoen.
huis
hebben
dagen
betere
lees
van
bezit
Maar wat
getooverd.
elkaar
in
Nu weer met
torie,
als
uw Bond een ziel, heeft^// dan ook uw rijken Bond hem
In
die u allen bezielen kan, en zoo
hun
is,
Vonkenberg een eenig President, waar
in
spatten de Vonken.
komt,
goed
elk
zelf,
nemen, heel het land door clubs
te
en kringen, en dit alles weer toegespitst in een
letterlijk
bij dit
voor hoofd en hart en hand, van harte
geest,
met
't
hun
van
sieraad
het
de jongeUngsvereenigingen op
uw
wat
ze toch ook wel handgymnastiek
jongelingen
en
wenschen we
hij
de pinken
bij is,
bannen, en terdege zich knap maken voor hun vak.
Ook voor onze naar
de wericplaats,
in
niet verstaan
doen, zich vast in hun Calvinisme zetten,
den
maar overwinnen
alleen weerstaan,
niet
19
tegen vleesch en
ze,
hun levenstaak vindend, terdege
straks
moeten wezen.
en dat
zijn,
minder dat ze op
niet
waar ook
of
Booze
den
in,
moeten.
HUN KRACHT.
IS
nu de his-
er
van dien
Edelen-bond terecht ?
Nu
zou
kunnen
ik
wijzen.
Want
nachtegaal eenzaam in voelt
ge
toch,
hoe
Dan
saam.
En
is
de
't
stemkracht mengt.
Duitsche
valsch licht
zoo,
in
zoo
juist uit
Gods
't
hart
is
als
na.
van
't
naburen
menige
toonkunst
men kan ook
is,
als ge
als
de
maar
zelf
onder de breede
heiligen tempel den lofzang
ook onder
't
u.
Gode
Zingen moet ge
zich in de rollende toonen, en dit
lichaam
Wel tobben
en
zijn lied uitzingen,
wondere, dat nooit inniger dan
zangen de
eerst
wel
is
heel anders het
schare der geloovigen hoort opgaan.
't
donkere woud
't
zang
aanstonds op
hiertegen
u
zich
wij,
brachten
Hollandsche
in
't
lied
met de
op hoogen toon, zielskracht in
uw
Nederlanders, met ons zingen 't
er veel verder in.
keel,
Zoo
;
innig
doet geen Duitscher
't
u
Maar toch moeten ook onze Jongelingen het lied der maar uit de volle borst, en
eere uitzingen kunnen, niet piepend,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's