Van strak gespannen snaren - pagina 28
uit
Amersfoort aangeraden, naar Heidelberg Krebskranken,
te
gaan, en in het
voor van prof. Czerny, genezing te zoeken. Zaterdagavond 27 September kwam daarop een vriend bij
Czerny's
Institut
für
d.
i.
de
instelling
kankerlijders
die mij een som gelds overhandigde, mij dwong deze aan nemen, en die mij daardoor in staat stelde althans voor acht dagen met mijn vrouw naar Heidelberg te gaan. Ik kon niet anders doen dan dit geschenk aanvaarden, en deed 't dankbaar.
mij,
te
Zóó
zijn wij
dan Maandagmorgen 29 September
's
morgens
half tien uit Amersfoort vertrokken. Ds. Teerink en mijn vriend
en mede-directeur, de heer Wilbrink, deden mijn vrouw en mij uitgeleide.
Ternauwernood had de
beweging gesteld, of wij begaven ons in stil gebed tot den Heere. Met stille berusting in Zijnen wil, zonder ijdele hope op een broos leven, maar doende, wat ik tegenover mijn vrouw, de kinderen en de stichtingen, waaraan ik hoopte te arbeiden, verplicht ben, ging ik op reis, in 't stil vertrouwen, dat de God der wonderen en der middelen ook dit middel nog zegenen kan. Hij doet een afgesnedene zaak op aarde. Niets is Hem te wonderlijk. Als David te Ziklag sterkte ik mij alzoo in den Heere mijnen God. Ongemerkt waren wij spoedig aan de grenzen gekomen, en gingen na 't douanenonderzoek verder. O, Wat was alles heerlijk rondom ons! Van Keulen tot Mainz spoorden we langs den Rijn, door een der schoonste deelen van Duitschland. In de strakke lucht teekende zich ieder blad, trein zich in
sloten beiden onze oogen, en
lijn, iedere kromming scherp af. Tegelijk hing over de bergen een zeer dunne nevel. Het was een feesture der schepping. Het was alsof de natuur al haar weelde over 't aardrijk had
iedere
uitgegoten. Zij
was
als
een schoone bruid, die met doorzichtig
sluiergaas haar schoonheid
Aan
nog meer ontdekt dan bedekt.
was 't vol van uitgaande menschen. En te midden van dezen bevonden ook wij ons; ik, die 't vonnis alle stations
doods
in mijn vleesch droeg, mijn vrouw, wier schoonste nagenoeg vernietigd waren. Toch was ik de gelukkigste van allen. Ik stelde mij voor, wat 't moest zijn, in mijn geval zonder geloof zulk een reis te
des
uitzichten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's