Van strak gespannen snaren - pagina 26
zoet.
Mijn leven
met Christus verborgen
is
Jezus' dierbaar bloed
gewasschen, de zaligheid
in
te
God. Door
mogen
ingaan,
waarheen mijn hart dorst als 't hert naar de stroomen, van alle zonden en ellenden voor eeuwig ontslagen te zijn, den Heere te zien, in Zijne heerlijkheid te mogen deelen, alzóó ontbonden te zijn en met Christus te wezen, het is en blijft mij verreweg het beste. Doch op aarde kan nog een werk gedaan worden, dat in den hemel niet kan worden verricht. In den hemel zijn geen ellendigen, die nog moeten worden terecht gebracht. Alleen op aarde kan, ook aan de diepst gezonkenen, 't dierbaar evangelie des kruises worden gebracht. Ik heb mij voorgesteld dit werk naar huis
te
gaan,
thans te beginnen onder voogdij- en regeeringskinderen, onder
zwervers, ontslagen gevangenen en drankzuchtigen. Het
is altijd
één der idealen van mijn leven geweest, zulk werk te mogen doen. En 't was mij zeker een pijnlijke gedachte, toen ik mij ik in 't midden mijner jaren en werk stond aan te vangen, door den dood uit het leven zou worden weggerukt. Daarom begeer ik zeer, dat de Heere nog dagen tot mijne levensdagen wil voegen. En ik
een oogenblik voorstelde, dat terwijl
ik
dit
verzoek dringend, dat allen blijven bidden en smeeken, dat de
Heere
mij
Maar
ik
nog
ettelijke jaren wil sparen.
verzoek er uitdrukkelijk
doet,
is
wél gedaan, hoe
ondoorgrondelijk wij
was
Uw
zijn
niet verstaan, zullen wij
't
gansche leven van Jeremia?
midden
nadezen verstaan.
Werd
Hoe
moeielijk
een Johannes de Dooper
weggenomen? Moest een Paulus dagen!" Voor 't vleesch is dit alles
zijner jaren
niet betuigen: „Ik sterf alle
onbegrijpelijk;
dat aan de bede steeds
wil geschiede!"
't
nu
niet in het
bij,
Wat de Heere ook ga. Zeker, donker, diep en menigmalen de wegen Gods. Maar wat
worde toegevoegd: „Heere,
maar
bij
het licht
des Heiligen Geestes wordt
Gods grootheid juist in deze diepe leidingen 't best gezien. Daarom, geliefden, vragen wij dan maar veel genade, dat onze wil verslonden moge wezen in des Heeren wil! En wanneer 't den Heere mag behagen, mij te herstellen, en mij,
geheel genezen, aan mijn grooten arbeid te geven, o hoe
zal ik
dan Zijn
Naam
inleiding tot mijn werk.
loven voor deze
pijnlijke
Deze zware beproeving
maar
kostelijke
heeft mij nader
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's