Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Van strak gespannen snaren - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van strak gespannen snaren - pagina 37

2 minuten leestijd

13

Zoo ver „Wat is

mijn heugenis reikt, heeft de vraag mij beziggehouden:

Opgegroeid in voor den honger mijner ziel slechts steenen voor brood, zoodat ik reeds als kind soms de wanhoop nabij was. Maar de Heere waakte. Door Zijn voorzienig bestel op een Christelijke kostschool gekomen, maakte ik daar kennis met Bunyan, en kreeg ik het eerste licht voor mijn ziel. Student geworden, ging ik dan ook zoo spoedig mogelijk naar de Vrije Universiteit, hopende, dat daar de kathedraal van het Christelijk denken mij zou worden ontsloten. En mijn verwachting werd wel overtroffen, maar niet teleurgesteld. Helaas, dat hart en geweten geen gelijken tred hielden met toenemend Christelijk weten. Gelukkig, dat ik Romeinen VII leerde kennen. En de Heere zette Zijn arbeid voort. Door des Heeren heiligende genade gaan hart en geweten met Christelijk weten hand aan hand. En dit doet mij soms met heimwee naar boven zien. „Want wij zien nu door een spiegel in een duistere er toch achter deze zienlijke wereld!"

een moderne omgeving, kreeg

ik

maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben". Niettemin begeer ik ook vurig hier des Heeren werk nog te mogen doen. Immers: „En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, doch de meeste van deze is de liefde". Ook op aarde zijn wij geen weezen. Het geloof blijft, het geloof, dat zulk een vaste grond is der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. De hope blijft, de liefelijke hope, die zich reeds van tevoren in de toekomende dingen verblijdt. En de liefde blijft, de liefde, die de voorsmaak is van

rede,

de zaligheid en heerlijkheid des hemels. Die liefde doet mij innig wenschen, nog eens, opgestaan, velen ten zegen te

meente, ga voort met

uw

mogen

zijn.

als uit

Daarom,

de dooden

geliefde ge-

bidden, pleiten, smeeken, waarvoor ik

u zeer dank! Verblijde de Heere ons nog door Zijne groote daden!

Op

dit

oogenblik

is

mijn

toestand stationair, misschien in

langzamen vooruitgang. Voor 't eerst heb ik gisteren en vandaag andere dan vloeibare spijzen kunnen gebruiken. Evenook deze zeer als de tuberculosebehandeling schijnt echter langzaam te gaan. Vele patiënten moeten zelfs drie a vier

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's

Van strak gespannen snaren - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914

Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's