Zions roem en sterkte - pagina 199
VAN DE ALGEMEENE CHRISTELIJKE KERK.
191
deze verborgenheid onbekend zij, (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven) dat de verharding voor een deel over Israƫl gekomen is; totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. 2. Door een meerderen toevloed der heidenen, waarvan de 35. Maar de steen, die het beeld voorzeggingen melden, Dan. 2 geslagen heeft, werd tot een grooten berg, alzoo dat hij de ge9. En de Heere zal tot Koning heele aarde vervulde. Zach. 14 over de gansche aarde zijn te dien dage zal de Heere een zijn, 12. En en Zijn naam een; en waarop Paulus doelt, Rom. 11 indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoe veel te meer hunne volheid ? Door een meerderen val, niet alleen van den oosterschen 3. grooten vijand van Christus, maar ook van den roomschen antiEn alsdan zal de onchrist met zijn aanhang, 2 Thess. 2:8. gerechtigheid geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal, door den Geest Zijns monds, en te niet maken, door de verschijning Zijner toekomst. Openb. 18 2. Zij is gevallen, het groote Babyion. 4. En grooter geluk en voorspoed der Kerk, niet alleen geestemaar ook lichamelijk, door vermindering van kwalen, en lijk, vermeerdering van allerlei goed. Vraag. Wat merkt gij omtrent dien zoo gelukkigen staat der Kerk op aarde op ? Aniw. 1. Dat wij deze gelukkige opkomst der Kerk niet gedurig instampen, alsof die de hoogste verwachting der geloovigen was. 2. Dat wij die niet overal, en in alle plaatsen zoeken, die of van de eerste tijden des Nieuwen Testaments, of van de heerlijkheid na dit leven handelen. 3. Dat wij niet al te nauwkeurig den juisten tijd en wijze van de opkomst van dezen kerkstaat bepalen, waardoor de geloovigen somtijds worden misleid, en geslingerd. 4. Noch dat wij dit geluk der Kerk al te groot maken, of ook al te lang doen duren, ja alsof er geen groote zorgeloosheid, en afwijking wederom op volgen zoude, Matth. 24 Gelijk de dagen van Noach waren, alzoo zal ook 37, 38. want gelijk zij zijn de toekomst van den Zoon des menschen waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in weiken Noach in de ark ging, en bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam, alzoo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des menschen. :
:
;
:
:
.
'
.
:
;
Vraag.
Waartoe
moet
ons
de
beschouwing
der
Kerk
leiden ?
Aniw. Hoe ongelukkig degenen zijn, die geen leden van het lichaam der Kerk zijn. Vraag. Wie zijn dezulken ? Antw. 1. Alle openbare goddeloozen, die met woorden en daden toonen, dat ze behooren tot de synagoge des Satans. 2. Alle geveinsden, huichelaren, die eene gedaante van godzaligheid vertoonen, en de kracht derzelver verloochenen. 3. Alle naamchristenen, die zich tevreden houden, dat zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 348 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 348 Pagina's