Van strak gespannen snaren - pagina 76
52
Het was nu een
vochtige
kille,
betoovering was geheel geweken;
schoon! Helder blonk
zijn
water
in
Decemberdag; de
herfst-
en toch was de Rijn nog de schemering.
Wat
verschilt
De
toch van 't zeenat! zee kan zoo loodkleurig 't rivierwater getint zijn; door den bries in beweging gebracht, en wit gekuifd, lijken hare wateren zoo recht „wateren des doods". Heel anders 't
rivierwater,
levend water als
zwarte,
geregelde
inzonderheid schittert.
afstanden
Mijn vrouw bleef
was
Rijnwater,
dat
schier
altijd
vertoonde in
't
zich
een
Rijndorp
als
de bergen
reuzen in de invallende duisternis op.
natte
tooverachtig flonkerend in
ik
't
Aan weerskanten sprongen
of
Op stad,
electrische licht.
haar coupé. Ik ging naar den spijswagen;
er de eenige gast; en ging er rustig in een hoekje zitten
mijmeren.
de dagen mijner jeugd.
Ik dacht aan
De
Rijn
is
de eerste
Levendig herinner ik mij, hoe ik als kind met mijn moeder menigmalen van Eist naar Arnhem reed. Voor de brug spanden we uit; en hoe verheugd hep ik
rivier,
'
die
ik leerde
kennen.
dan aan de hand mijner moeder over de schipbrug bij Arnhem! Hoe gelukkig is de jeugdige mensch, wanneer hij nog aan de hand zijner moeder door 't leven huppelt! En wat heb ik recht veel van de liefde mijner moeder, wier eenige zoon ik was, mogen genieten! In latere donkere dagen, toen mijn verdwaasde hart omdoolde in de afgronden van 't atheïsme, is de gedachte van de liefde mijner moeder één der eerste lichtstralen geweest, waarbij ik
uit
die
„die moederhefde
is
geraakte. „Neen," zoo dacht ik, geen gevolg van de verbinding van atomen
duisternis
en moleculen; waar zulke moederliefde is, daar moet de Eeuwige Geest zijn. Die Eeuwige Liefde is; deze is noodig om iets dergelijks als de moederliefde uit te denken en te scheppen!" Volkomen versta ik dan ook, wat Napoleon antwoordde op de vraag, wat noodig is voor de verhooging van een volk. „Geef ons moeders!" zeide de scherpziende staats- en krijgsman, die eenmaal helaas zoo menig moederhart in rouw heeft gedompeld.
Van
mijn eigen verleden bracht de Rijn mijn voortwiegelenden
gedachtengang op 't prilst verleden van ons volk. Op platboomde vaartuigen voeren eenmaal de Nederduitsche stammen langs den Rijn naar de lage, Nederlandsche gewesten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's