Van strak gespannen snaren - pagina 68
44
Werner, de dokter van
dienst, eveneens een sympathieke door een zeer medehjdende zuster, voltooide 't werk. waren allen even blij, toen de zaak was afgeloopen. Ik kan deze menschen niet genoeg danken voor hetgeen ook zij voor mij zijn.
Prof.
persoonlijkheid,
bijgestaan
We
nu veel verlichting gekregen; maar aan het einde der week volgden weer een paar moeilijke dagen. Ik kreeg gedurig bloeding in den mond met eenige koorts. Ik leed veel pijn, en moest een paar dagen 't bed houden. Alzoo nederliggend, hield ik mij bezig met de overdenking van 't lijden van onzen dierbaren Heiland, en volgde ik Hem van Zijn Krib tot Zijn Kruis. Ik stelde mij den heerlijken Kerstnacht voor oogen, waarin 't Vleeschgeworden Woord nederlag in de kribbe; ik dacht aan den heerlijken engelenzang, aan 't bezoek der herders en der wijzen; maar ook wederom aan de vervolging door Herodes. Neen, 't kindeke Jezus mocht niet spelen op een der straten van Israël; 't scherpe zwaard dreigde reeds dadelijk 't onschuldige Kind; als een balling moest Hij, nog zóó jong, in den vreemde zwerven. Op deze wijze ging ik de omwandeling en 't lijden van den Heiland na. Dan weer stelde ik mij de vreugden des hemels voor: wat het zijn zal, in de eeuwige rust te zijn, van alle zonde en ellende ontslagen te zijn! Maar deze rust zal niet zijn als de rust van den slaap; neen, zij zal wezen en geheel vervuld zijn met den Heiligen Geest, in de heerlijke extase der heerlijke vreugde. O, met welke vreugde zullen de zaligen wandelen op de gouden straten van het hemelsche Jeruzalem, onder de wuivende palmen van 't heerlijk paradijs, elkander herkennende, elkander leerende kennen, om samen den Heere groot te maken in den volmaakten lofzang, die als een stemme veler wateren door de wijde hemelen ruischt! Met welk een blijdschap zullen zij den verheerlijkten Heiland zelven zien, die voor ons aan 't Kruis heeft gehangen, en die daar nu de Zijnen rondom Zich verzamelt! Hoe zal Hij ons dan aanzien? Niet met een blik, zooals Hij Petrus aanzag in de Kajafaszaal; maar met een oog, waaruit de verzadiging Zijner vreugde spreekt daarover, dat nu vervuld is, wat Hij bad: „Vader! Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijne heerlijkheid mogen Ik had
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1914
Abraham Kuyper Collection | 144 Pagina's