Ad Valvas 1953-1954 - pagina 120
R.O.S.V.U. 1. In verband met de geringe belangstelling voor de Landdag heeft het Bestuur gemeend de voorstellen ter reorganisatie van de R.O.S.V.U. te moeten aanhouden. 2. Het Bestuur dringt er bij de leden van de R.O.S.V.U. op aan zich door middel van inzending van het afgedrukte formulier uit te spreken vóór de voortzetting van de toezending van Ad Valvas. 3. Het Bestuur der R.O.S.V.U. wekt alle reunisten (oud-Ieden van het Studentencorps a.d. V.U. en van de V.V.S.V.U.) op zich door middel van genoemd formulier op te geven als lid van de R.O.S.V.U., alsmede als abonné(e) op Ad Valvas. Het feit, dat de contributie van de R.O.S.V.U. bij regelmatige toezending van Ad Valvas minder zal stijgen dan een abonnement op Ad Valvas kost, kan het wellicht aantrel^kelijk maken om nu door de combinatie van beiden de band met de Civitas te handhaven. LANDDAG R.O.S.V.U. Oudergewoonte hield de Rosvu haar landdag op de Dinsdag na Pasen, en wel op de W i t t e Hei. De datum was ditmaal ongunstig, omdat hij tengevolge van de verkiezingen op de volgende dag niet aansloot bij de predikantenvergadering. Of het alleen daaraan lag, zij in het midden gelaten, maar in elk geval was het gezelschap, dat zich verzamelde om de voordracht van mevr. Diemer-Lindeboom over de grenzen der emancipatie van de vrouw aan te horen, van zeer bescheiden omvang. Toch werd een vruchtbaar en belangwekkend gesprek gevoerd. iWevr. Diemer had haar betoog in XXI ,,punten" samengevat, welke samenvatting tevoren was rondgezonden. Op de landdag gaf zij een brede inleiding, welke meer beoogde de achtergronden van de onderscheidene richtingen in de 19e- en 20e eeuwse emansipatie te schetsen. De referende vond daarbij gelegenheid aan te horen, dat de emancipatiegedachte in christelijke kring is ontstaan, toen christelijk solidariteitsbesef er aanzienlijke christenvrouwen toe bewoog zich in te zetten voor de opheffing van zovele van haar zusteren, die door allerlei gebreken in maatschappij en staat in deerniswekkende omstandigheden waren geraakt. Het literale feminisme vroeg, uitgaande van de gelijkheid van man en vrouw, om gelijk recht op arbeid, maar op dat recht zaten die vrouwen nu juist niet het eerst te wachten. Bij de socialisten lag het weer anders : de socialistische arbeiders zagen de vrouw heel niet zo gaarne als onder-betaalde concurrente in de fabriek verschijnen. In hun kringen kwam wel een andere gelijkheidsgedachte op de duur bijzonder naar voren : die van de gelijkheid der geslachten, hetgeen in die beschouwingen het monogame huwelijk in gevaar bracht. Terwijl christenvrouwen het eerst actief waren is in de 20e eeuw de christelijke kring ten aanzien van de emancipatie tekort geschoten. Daardoor wordt deze door velen ten onrechte als een humanistisch postulaat veroordeeld. Het existentialisme van een Simone de Beauvoir hanteert ook weer een gelijkheidsmotie, waarbij zelfs ontkend wordt dat de sexuele differentiatie van man en vrouw t o t de existentiële componenten behoort. Tegenover al deze gelijkheidstendenties zal een christelijke opvatting steeds moeten uitgaan van de tweeërlei grondvormen van het menselijk leven, welke op elkander zijn betrokken. Na de geanimeerde luch concentreerde de discussie .zich meer op de „punten" — welke hier wegens
plaatsgebrek niet kunnen worden afgedrukt. Uit beantwoording der gemaakte opmerkingen door Mevr. Diemer zij hier het volgende weergegeven : Als wij in onze kring over emancipatie spreken, dan gebeurt dat thans in deze zin : hoe ver mag ze gaan, waar liggen de grenzen ? Men ziet te weinig, dat het gaat om ontplooiing van het vrouwelijk en het mannelijk leven. Wat er met de vrouw aan de gang is, gaat de man ontzaglijk aan. Een gezamenlijke opbouw van nieuwe verhoudingen is nodig. Hier is een fundamenteel samenlevingsprobleem aan de orde. Dat wij bij de Bijbel willen leven kan geen vertragende invloed hebben op de ontplooiing van het vrouwenleven. Maar wij hebben ai te veel wat de H. Schrift van ons vordert geïdentificeerd met een historisch bepaald cultuurpatroon. Men bedenke toch, dat de volle scheppingsopdracht de mens eerst werd verleend omdat ook de vrouw was geschapen. Evenmin als de voortplanting alleen aan de vrouw is opgedragen, is aan de man alleen de cultuurtaak toegevallen. De ontwikkeling onzer samenleving gaat naar goddelijk bestel van ongedifferentieerde samenlevingsverhoudingen naar thans verdere differentiatie, waarbij steeds meer taken van de intiemere verbanden naar gespecialiseerde verbanden overgaan. Waar de vrouw in die intiemere verbanden bij die baken was betrokken, is er alle reden haar ook in die gespecialiseerde verbanden een taak te geven. Men denkt vanzelf aan de school, waar de vrouw er overigens, althans hier te lande, nog steeds niet in is geslaagd, haar van haar karakter van intellect-school te ontdoen. Het kleuteronderwijs vertoont echter typisch de trekken der vrouwelijke psyche. Ook over de volkswoningbouw zou juist de vrouw een zeer verstandig woord hebben kunnen medespreken. De enkele vrouw van nu, die in de tot nog toe typisch mannelijke verbanden een plaats verwerft, kan daar nog weinig doen : ze stapt in een bestaand schema. Toch vinden sommigen op de duur een eigen aanpak. De vrouw moet mede worden opgenomen in de ontwikkeling van de cultuur als geheel, anders houdt die cultuur geen stand. De vrouw is daarbij een typisch bewarend element. De man, overigens met de vrouw — n.m. soms zijn moeder ! —"op de achtergrond heeft vooral — n i e t : exclusief — de opdracht t o t cultuur scheppen. Maar man en vrouw zijn samen de mens en hebben samen de verantwoordelijkheid voor het leven. Nu is er in elke beschavingsperiode een verdeling der taken tussen man en vrouw. Het doortrekken -van .wijzigingen in die verdeling geeft velen het gevoel aan verval. Zij vergeten, dat het vrouwelijke en het mannelijke zich in iedere periode openbaart, maar dat die openbaring niet valt te fixeren. De vroegere positivering van de goddelijke ordinantie is niet zonder meer voor de nieuwe situatie geschikt. Maar de ordinantie blijft, zij mag niet worden aangetast. Zij ligt in de centrale levenswet: God liefhebben boven alles en de naaste als zichselve. Daarin zijn alle bindingen gegeven, welke in acht moeten worden genomen, en zowel de liberale als de socialistische visie op de emancipatie zijn daarmede afgewezen. Het wezen van de vrouw is op zichzelf niet te omschrijven, al valt er wel iets over te zeggen. De vrouw is representante van de gemeente van Christus, welke immers Zijn bruid is. De man is — met de vrouw — lid van die gemeente. Wie dat inziet komt onder de overheersing van de vrouw door de man uit, maar weet ook ongeoorloofde emancipatiezucht der vrouw te onderkennen en af te wijzen. De eigenschappen van man en vrouw zijn niet zozeer verschillend als wel dat zij anders liggen ,,ingebed". De man is weer uitgaand, verwervend, de vrouw meer zorgend. De Naam van Christus hebben wij schade gedaan doordat wij bij de wereld de indruk hebben gewekt, als zou het christendom de ontplooiing van het vrouwenleven door emancipatie tegenstaan. De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1953
Ad Valvas | 128 Pagina's