Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1955-1956 - pagina 132

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1955-1956 - pagina 132

9 minuten leestijd

voor een Nederlandse student. De beurs is

i)£.stGmd. voor

worden gewerkt als in de periode van vóór juni 1946. Doch wanneer we de balans van deze jaren opmaken komen we onder de indruk van de betekenis, die deze Raad voor onze Universiteit heeft mogen hebben. Anderen zullen in dit Lustrum-nummer ongetwijfeld een opsomming geven van het feitelijk verrichte. Mag ik een poging wagen naar voren te brengen, dat het begrijpelijk is waarom dit tot stand kon worden gebracht? In de eerste plaats zou ik willen opmerken dat de Civitasraad de braintrust van onze Universitaire gemeenschap genoemd zou kunnen worden. In zijn maandelijkse vergaderingen vindt U de leidinggevende personen uit de diverse kringen van onze Universiteit rond één tafel. Een vraagstuk, door welke der participerende instanties ook naar voren gebracht, vindt aller belangstelling en steun. Een ,,locale" moeilijkheid vindt hier door aller mededenken, -adviseren en soms organiseren vaak een oplossing. Vervolgens — en dit voordeel geldt speciaal voor de studenten — is het van grote waarde, dat de Civitasraad door zijn samenstelling een lichaam is, dat continuïteit biedt waar zo vele Universitaire zaken juist door grote discontinuïteit — elk jaar treden vele functionarissen uit functies, waar ze eerst kortgeleden ingewerkt zijn — worden gekenmerkt. Zo wordt de lijn langs welke de ontwikkeling van vele Universitaire aangelegenheden dient te geschieden niet steeds onderbroken, doch doorgetrokken naar het eenmaal gestelde doel. Ten slotte — er is meer! — zou ik er op willen wijzen, dat het van onschatbare betekenis genoemd moet worden, dat de diverse kringen van de Universitaire gemeenschap op de hoogte zijn van eikaars vorderingen en moeilijkheden. Ook al zou de Civitasraad zelf niets gepresteerd hebben dan zou dit feit reeds zijn bestaan rechtvaardigen. Want het is nu niet meer mogelijk, dat men door onbekendheid met elkaars problemen ergens ook maar beslissingen neemt, die de andere delen der gemeenschap schade zouden kunnen toebrengen. Gedurende mijn praktisch ononderbroken lidmaatschap van de oprichting der CoSCuVU af heb ik de juistheid van deze argumentatie in de praktijk mogen constateren. Nog even de civitasgedachte zelf. Op de vergaderingen van de Raad maken wij ons vaak zorgen over het niet altijd in voldoende mate levende besef civis te zijn, deel uit te maken van de gemeenschap, waarvan de Vrije Universiteit het centrum is. Natuurlijk tracht de Civitasraad voortdurend hier stimulerend te werken, doch dit is zeer zeker niet zijn lichtste taak. Het is nu eenmaal bijzonder moeilijk steeds weer nieuwe mogelijkheden te scheppen via welke men dit besef kan doen cultiveren. Ik geloof, dat de zo nodige bezinning op dit punt het meest passende geschenk vormt, dat de cives de jarige kunnen bieden. Een opmerking tot de studenten moet mij van het hart. Te vaak nog bemerkt men in de studentenmaatschappij een zekere angst voor de activiteiten van de Civitas en de door haar behartigde organisaties en instellingen. Met name doel ik hier op de A.S.V.U. en S.A.U.L Niet zelden hoort men de opmerking, dat het tot stand komen van deze organisaties het Corpsleven uitgehold zou hebben. Het is mijn vaste overtuiging dat deze gedachte een onjuiste is. Wanneer men het vóór- en naoorlogse corpsleven, met elkaar vergelijkt komt men zonder meer tot de conclusie

dat het gebied, dat deze beide organisaties bestrijken, vóór 1940 niet in enig vergelijkbaar opzicht tot de werkzaamheden van het corps hebben behoort. De door A.S.V.U. en S.A.U.L — van hun oprichting af ten nauwste aan het Corps verbonden — ter hand genomen ontwikkelingsmogelij kheden konden slechts worden wat ze nu zijn dank zij het milieu waarin zij geboren zijn en dat is de sfeer van de Civitas. Het feit dat nu reeds meer dan 10 jaren vele Corpsdignitarissen, -functionarissen en Reünisten hun krachten aan de Civitas en haar organisaties hebben gegeven moge er een bew|s voor zijn, dat gedachten in de riclkting van concurrentie of zelfs tegenwerking elke grond missen. Wanneer men ten aanzien van de voorheen reeds bestaande organisaties een achteruitgang van élan en belangstelling meent te moeten constateren lijkt het nuttiger de mogelijke redenen daarvoor te zoeken, waar deze werkelijk te vinden zijn. Ik ben er van overtuigd, dat de Civitasraad hierbij gaarne, als steeds, de hejlpende hand zal willen en kunnen bieden. i Wanneer wij een beschouwing willen wijden aan de toekomst van de Civitas dan meen ik dat de ontwikkeling van de Universiteit met name de Civitas-

herL

dif> he't

kandidaatti-

raad in de komende jaren voor vele problemen zal plaatsen. Denkend aan de nog zo jonge uitingen van zijn activiteit als de nieuwe organisatie van de Universitaire Gezondheidsdienst en het instituut van de Studentenraadsman dan geloof ik, dat deze veelbelovende zaken voorlopig de intensieve belangstelling en steun van de Raad niet zal kunnen missen. Ook zal de ontwikkeling van de Lichamelijk Opvoeding aan het Hoger Onderwijs de voortdurende aandacht vragen. Van grote betekenis zullen de werkzaamheden van de Raad kunnen zijn voor de grote problemen,' die de studentenmaatschappij van thans typeren. Problemen als huisvesting en voeding vragen dringend om een oplossing. Het is mijn vaste overtuiging, dat de komst van het zo broodnodige Studentencentrum versneld zal kunnen worden door adaequate bemoeienissen van de Raad. Kortom er zijn redenen te over op te merken, dat de Civitasraad met aller steun een bijzonder vruchtbare toekomst wacht. Bij dit tweede Lustrum passen dan ook ons aller gevoelens van dankbaarheid voor het bezit van dit waardevolle instituut. A. KLAPWIJK, Arts

De lange weg juni 1941

Een eerste bespreking tussen de Curator Ds. Ferwerda en de hoogleraren Prof. Oranje en Prof. Waterink over een nader contact tussen de verschillende organen der universiteit. j

Tijdens de oorlog:

Besprekingen Prof. Oranje, Prof. Rutgers, Prof. Waterink en de Rector Corporis, de Heer G. C. Klapv^ijk.

Voorjaar 1945:

Bespreking Pro( Oranje, Prof. Waterink, Mr. G. H. A. Grosheide en de Heer G. C. Klapwijk.

Na de bevrijding:

Het contact v/ordt nu op meer officiële wijze voortgezet, en leidt t o r de

September 1945:

„Commissie t o t bevordering van de culturele en lichamelijke belangen vai de studenten aan de V . U . " (Co. S. Cu. Vu.), waarin directeu»-en, curatoren, en studentencorps vertegenwoordigd zl/i.

Najaar 1945 en Voorjaar 1946

Ontstaan van d; Algemene Sportvereniging aan de Vrije Universiteit (AS.V.U.), de Societas Artisamantium Universitatis Liberre (S.A.U.L.), de Vereniging voor Vrouwelijke Studenten aan de V . U . (V.V.S.V.U.) en de Stichting Universitaire Gïzondheidszorg (U.G.Z.)

4 juni 1946

Voorstel om df in de CoSCuVu bereikte samenwerking te gieten in de vorm van een te stichten raad van de C i vitas Academica

Zomer 1946 — Voorjaar 1947:

Bij gebrek aan eensgezindheid in het corps en initiatieven van andere zijd; blijft de zaak rusten.

Voorjaar 1947:

Verhouding var het Corps t o t de nieuwe verenigingen w o r d t geregeld Instelling Studentenraad.

7 mei 1947:

Schema Civitasriad, opgesteld door de Heer A. Klapwijk, voorgelegd aan de CoSCuVu.

3 december 1947:

Concept Statuten Civitas Raad worden toegezonden aan Directeuren, C'ratoren, Academische Senaat en Studentenraad. Contac; opgenomen met de reunistenorganisatie.

Maart 1948

De Acad. Senaat verklaart zich bereid vertegenwoordigers in de Civitas Riad te benoemen.

juni

De CoSCuVu naemt de naam Civitas Raad aan.

1948:

5 januari 1949:

Eerste vergaderng van de Raad in officiële samenstelling.

30 mei 1949.

De Stichtingsactï Civitas Raad w o r d t notarieel gepasseerd. C. A. V. S.

V..

^

.^

Overpeinzingen VAN"

DE

ABAGTIS

De Status van de Civitasraad Een status is er niet, zo moeten we eigenlijk beginnen te zeggen. De bevoegdheden van de Civitas Raad zijn op geen enkele wijze universitair vastgelegd, zijn plaats en taak zijn nergens afgebakend. Vandaar dat de formele positie van de Raad, ondanks de in 1949 gepasseerde Stichtingsacte, min of meer in de lucht hangt. Dat deze situatie voor het ontstaan en bestaan van de Raad geen overwegend bezwaar heeft opgeleverd is aan meer dan één factor te danken; Het feit dat allen die met de Raad te maken hadden hem volledige medewerking hebben verleend kan hier gememoreerd worden, evenals de omstandigheid, dat de vertegenwoordiging van de colleges van Directeuren en Curatoren 10 jaar achtereen door dezelfde personen is geschied en dat het voorzitterschap van de Raad vanaf de oprichting is waargenomen door de vertegenwoordiger van Directeuren. De belangrijkste reden is echter gelegen in het feit, dat de grotere omvang der universiteit, de uitbreiding van het aantal verenigingen, de veranderde sociale omstandigheden van de studenten, het doorwerken van de democratische gedachte en de grotere behoefte aan algemeen culturele vorming van de studenten een arbeidsterrein opleveren, waar de Civitas Raad reeds veel nuttig werk heeft verricht en waar nog minstens evenveel te doen is overgebleven. Juist echter omdat de Civitas Raad een nuttige, feitelijk erkende, en gewaardeerde instelling is geworden, zou er iets voor te zeggen zijn om zijn universitaire status nader te regelen.

Ut servet vigilat

y

De vertegenwoordigd van Curatoren in de Raad schryjt: Toen, nu ruim tien jaar geleder, pogingen in het werk werden geste d om aan de Vrije Universiteit de gedache van de Civitas Academica vaste vom te geven, werd door Curatoren dit pogm met ingenomenheid begroet, en gaarne verleenden zij hun medewerking door vertegenwoordiging in de Civitasraad. Op hoop van zegen koerste het scheepje in zee, gadegeslagen door allen, die belang stellen in onze universitai-e gemeenschap.

Ver. fac. van Geneesk. en Lett, en Wij

hpapprfp

In deze enkele jaren heeft de Civitasraad onder de bekwame leiding van zijn voorzitter zich in het universitaire leven ontplooid tot een instantie van werkkracht en initiatief, die ook door Curatoren zeer gewaardeerd wordt. Moge in Gods hand zijn arbeid ook in de toekomst bijdragen tot versterking van de band tussen alle cives en daarin tot bloei van de Vrije Universiteit. Mr. J. VERDAM

De aard van de Civitas Raad brengt met zich mee, dat veel dingen in zijn vergaderingen ter sprake komen en dat daar soms weinig van naar buiten blijkt. De jaarlijkse Civitasdagen en het wekelijkse mededelingenblad Ad Valvas leveren enigszins ostentatieve momenten op in het werk van de Raad. Door de Civitasdagen wil men de gelegenheid bieden tot contact der verschillende groepen in andere dan de Amsterdamse verbanden. Tot het uitgeven van Ad Valvas is men in september 1953 overgegaan, omdat geen ander blad bestond waarin wekelijkse mededelingen konden worden gedaan. Een aparte plaats nemen de door de Raad georganiseerde Culturele Lezingen in. Zij vormen een wat wonderlijke bezigheid, die het onderwijs nabij komt en grenst aan de activiteiten van de Culturele vereniging van de studenten. Al met al vormen zij een bescheiden doch waardevol getuigenis dat men aan de V.U. inziet dat de culturele vorming belangrijk genoeg IS om, behalve in het verband van de Studentikoze liefhebberij, ook nog op meer klemmende wijze bevorderd te worden. Het laatste woord is hier nog niet gesproken. Hiermee zijn we dan al aan het eind van wat de buitenstaander meestal van de Civitas Raad weet. Zijn wezenlijke betekenis strekt zich echter nog heel wat verder uit. Directeuren hebben aan de subsidies die zij met onbekrompen gebaar voor velerlei

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1955

Ad Valvas | 138 Pagina's

Ad Valvas 1955-1956 - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1955

Ad Valvas | 138 Pagina's