Ad Valvas 1955-1956 - pagina 131
AD VALVAS WEKELIJKS
MEDEDELING ENBLAD
VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT 3e Jaargang No. 32 11 juni 1956 Lustrumnummer ter gelegenheid van het 10jari^ bestaan van de CivitasRaad
lie Lustrum Civitasraad aan de Vrije Universiteit H e t Academiejaar 1955—1956 is voor onze A l m a M a t e r een belangrijk jaar. Universiteit en Corps m o c h t e n h u n 75jarig bestaan vieren. E n n u maakt de Civitas Academica zich gereed voor h e t ' g e d e n k e n v a n haar tweede Lustrum. Opvallend is h e t verschil in d e wijze, waarop de Lustra van October 1955 gevierd werden en d e manier waarop d e Civitas Academica haar eerste d e c e n n i u m zal afsluiten. Corps en Universiteit zagen zich bij h u n veelsoortige vieringen o m r i n g d door duizenden wier komst naar A m s t e r d a m een manifestatie wilde zijn van grote liefde en intense belangstelling. D e Civitas Academica vraagt voor haar gedenkdag slechts h e t kennis n e m e n v a n de inhoud van h e t U voorliggend L u s t r u m n u m m e r . W a n n e e r uiterlijk vertoon en getal der feestgangers een criterium zouden zijn voor de belangrijkheid van jubilerende instanties, zouden we wellicht geneigd zijn e e n gevoel van medelijden t e p r o d u c e r e n t e n opzichte v a n de 10jarige. W a a r deze mogelijkheid aanwezig is rust op ons allen — lezers en sainen stellers v a n dit n u m m e r — te m e e r de plicht ons te bezinnen o p de ge beurtenissen rond juni 1946, opdat de grote betekenis van dit l u s t r u m ons niet zal ontgaan. De idee van een Civitas Academica en de concretisering van deze gedachte in de vorm van de Civitasraad heeft zich aan de Vrije Universiteit op een andere wijze ontwikkeld dan aan de overige instellingen voor hoger on derwijs. Het komt mij voor, dat we de wordingsgeschiedenis van onze Ci vitas Academica een meer organische mogen noemen. Het was niet zo, dat wij aan de Vrije Universiteit de ge dachte van een Civitas in een naoor logse vernieuwingsdrang hebben ge maakt. Veeleer werd deze idee en de
10 jaar Civitas De Civitas Academica bestond vóór 1946 zo goed als daarna, maar op 4 juni van dat jaar deed voor het eerst aan de V.U. deze naam zijn intrede. Een col lege waarin de samenstellende delen van de Civitas alle verte genwoordigd waren bezat men toen reeds in de vorm van de al in de oorlog voorbedachte commissie van samenwerking en samenspreking, de z.g. CoS CuVu. De Civitasraad uitte de wens om in het nummer van Ad Valvas van juni 1956, dat aan alle studerenden en afgestudeerden wordt toegezonden, enige aan dacht te zien besteed aan het ,,tienjarig bestaan van de Civitas raad". De redactie heeft gepoogd aan dit verlangen van de Raad gevolg te geven. Het resultaat ziet U voor U. C. A. V. S.
behoefte aan haar realisering uit de praktijk geboren. Een kort historisch overzicht moge U hiervan overtuigen. In de laatste oorlogsjaren heeft de toenmalige Senaat van het Studenten corps aan de Vrije Universiteit zich tot het College van Directeuren ge wend, teneinde een financiële bijdrage te verkrijgen voor de behartiging van de belangen der studenten op het ge bied van de Lichamelijke Opvoeding, Sportbeoefening en Culturele ont plooiing. Dit verzoek en het positieve antwoord — Directeuren stelden voor de ge noemde doeleinden fl 10.000,— per jaar ter beschikking — wijzen er op dat de leidinggevende instanties van Universiteit en Corps beseften, dat zij elkander bij de uitvoering van hun taak niet konden missen. Mede door dit besef, dat aan de idee ,,eenCivitastezijn" ten grondslag ligt, gedreven, werd voor beheer en besteding van de ter beschikking ge stelde middelen een Commissie, de Co(mmissie) S(port) Cu(lturele ont wikkeling) V(rije) U(niversiteit) in het leven geroepen, waarvan de samen stelling getuigt van het begrip voor het nut van de samenwerking van vertegenwoordigers van de Academi sche ,, zuilen". Onmiddellijk na het heropenen der Universiteit ging de Co.S.G u.V.U. aan het werk en met veel succes: als één der eerste Universiteiten kwam de Vrije Universiteit in het bezit van een Docent in de Lichamelijke op voeding. Een Algemene Sportvereni ging (ASVU) en een vereniging voor culturele ontwikkeling (SAUL) werden opgericht. Zij, die het voorrecht hebben gehad lid geweest te zijn van de CoSCuVU zullen zich niet alleen herinneren de energie, waarmee de zo gewenste ont
wikkeling van het studentenleven door deze commissie werd gestimuleerd en gesteund, doch ook de uitermate pettige en zinvolle wijze van samen werken tussen vertegenwoordigers van de. 20 verschillende universitaire gele dingen. Het lag volkomen voor de hmd — wij spraken van een orga nische ontwikkeling — dat in een CoSCuVU vergadering in het voorjaar vm 1946 de onuitgesproken gedachte vm de aanwezigen werd geformuleerd: ,,Wanneer wij in staat zijn op het terrein van de lichamelijke en culturele ontplooiing der studenten een zo vruchtbare en aangename samenwer kng te ontwikkelen zullen wij dan met over kunnen gaan tot een soort gelijk samengaan op breder terrein?" ï.iet alleen de leden van de CoSCuVU maar ook de door hen vertegenwoor digde instanties bleken te begrijpen, dit de problemen van een naoorlogse i'niversiteit slechts bezien konden \jorden van uit de gedachte, dat allen de aan de Universiteit verbonden zjn een zinvolle gemeenschap vormen
* Redacteur. Mr. C. A. VAN S WIGCHEM, Keizersgracht 162, Kamer 44 Administratie: J. S WEEP E, Bureau Vrije Universiteit, Keizersgracht 166
* Commissie van advies: Prof. Dr. H. Smitskamp Dr. J. D. Dengerink Dr. J. H. Koopmans Mej. F. Smith J. Blok
gsaatf. en dat, waar enigszins mogelijk, met respectering en behoud van elkanders zelfstandigheid Directeuren, Curato ren, Academische Senaat, Studenten en oudallumni moesten samenwerken. Zo werd de Civitasidee geboren en 4 juni 1946 de tot Civitasraad omge doopte CoSCuVU geformeerd. Deze Civitasraad heeft nu 10 jaren van intensieve arbeid achter de rug. Uiter aard kon niet steeds even productief (Vervolg op pag. 2)
De vertegenwoordiger van Directeuren in de Raad schrijft: I
De redacteur van Ad Valvas vraagt bij let tweede lustrum van de Civitasraad e n kort artikel van mijn hand. Toen ik overwoog wat dit artikel zou n'.eten inhouden, kwam in mijn her ii ering een zin dit, als ik mij niet \ergis, in mijn gymnasiumtijd voorkwam il mijn latijnse grammatica : ,iri magnis voluisse sat est". (Blijkbaar endeend aan Propertius). If^ wil ik geenszins de juistheid van cese stelling poneren. Een feit is echter, Cef de Civitasraad in de afgelopen tien jaar voor grote en moeilijke dingen is lomen te staan en dat men naar mijn c\ertuiging al het mogelijke gedaan leeft om in vele belangrijke kwesties een resultaat te bereiken. De opsomming ^^n de problemen en de vermelding Yau de bereikte resultaten laat ik gaarne aan de abactis van de raad over. Ik breng slechts in herinnering, dat men na de oorlog voor de volgende moeilijkheden stond. De drie belangrijke cganen bij de V.U. waren de colleges van directeuren en curatoren en de academische senaat. Deze drie organen hadden elk een vrijwel nauwkeurig omschreven taak. Hoe langer hoe meer bleek, dat er inzonderheid na de oorlog een zodanige ontwikkeling was dat jich ook in de universitaire wereld, problemen voordeden, waaraan men vroeger niet dacht en waarover men ieker niet sprak. Van deze problemen kon men niet zeggen, of zij een der
drie hierboven genoemde colleges be troffen of wel het Studentencorps en de Vereniging van Vrouwelijke Stu denten aan de V.U., dan wel lagen op het terrein van meer dan één der genoemden. In de regel bleek het laatste het geval te zijn. Na enige voor bereidende werkzaamheden werd toen besloten tot oprichting van de stichting Civitasraad over te gaan, waarin alle hierboven genoemde instanties ver tegenwoordigd waren. Na tien jaar kan met zekerheid worden vastgesteld, dat de samenwerking tussen directeuren, curatoren, hoogleraren en studenten die in de Civitasraad is bereikt volkomen doeltreffend is geweest. Dat aanvankelijk een zekere onwennigheid in de samenwerking aan de dag trad, behoeft niet te verwonderen. Na tien jaar kan men evenwel zeggen, dat partijen aan elkaar gewend zijn en dat de samenwerking volkomen en eendrachtig is. Er is geloof ik in onze universitaire wereld niemand, die niet de mening deelt, dat de Civitasiaad een onmisbaar instituut is geworden. Moge onder G ods zegen in de komende jaren de Civitasraad er in slagen, veel goeds tot stand te brengen voor de gehele universiteit, waarvan de studen tenwereld een integrerend bestanddeel uitmaakt. Mr. G . H . A. G ROSHEIDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1955
Ad Valvas | 138 Pagina's