Ad Valvas 1965-1966 - pagina 50
afscheid professor Dooyeweerd Het „Woestduincentrum" was overvol toen Professor Dooyeweerd op zaterdag i6 oktober zijn afscheidscollege uitsprak. De geschiedenis van de V.U. en de levensloop van Prof. Dooyeweerd zijn parallel. Men zegt dat Kuypers Herautartikelen in het ouderlijk huis werden voorgelezen. In 1917 promoveerde de jonge Dooyeweerd (al vóór die tijd het „corpus juris" genoemd!) op 22-jarige leeftijd onder de oude Fabius. En vanaf 1926 was hij hoogleraar in de juridische faculteit. Binnen de V.U. zien we dan ook de eerste bloei van de Wijsbegeerte der Wetsidee, een grootse poging tot christelijk filosoferen, gestimuleerd door de arbeid van Prof. Dooyeweerd en zijn zwager Prof VoUenhoven. Het was dan ook begrijpelijk dat beide, de V.U. en het levenswerk van Prof. Dooyeweerd, in het afscheidscollege aan de orde kwamen. Het onderwerp was: ,,Het oecumenisch-reformatorisch grondmotief van de wijsbegeerte der wetsidee en de grondslag der Vrije Universiteit." Waar gaat het om in de V.U.? De heer G. R. Rutgers, die later namens de studenten het woord voerde, drukte het uit met een citaat uit Kuypers openingsrede (1880): ,, . . . zoo zullen ook wij uit ons beginsel, overeenkomstig de methode die bij ons beginsel voegt, een eigen stam laten opschieten, wiens tak en blad en bloesem uit het eigen mergsap
REDACTIE Kopij voor het nummer van 12 november wórdt vóór woensdag 3 november, 10.00 uur v.m., ingewacht bij het redactiesecretariaat: Tesselschadestraat 18.
zijn geteeld." Prof Dooyeweerds werk moet gezien worden als een poging om deze uitdaging van Kuyper gestalte te geven. Een christelijke universiteit moet, volgens Prof Dooyeweerd, een algemene wijsgerige wetenschapsleer ontwikkelen waarin de menselijke denk- en ervaringshouding bijbels-critisch belicht wordt. Dit noemt hij een „transcendentale critiek," en in zijn afscheidscollege bood hij hiervan een kort resumé. Het denken en ervaren van de mens is geen autonome zaak, waar de religie buiten staat of waar het slechts een onderdeel van is. „Denken" is altijd een activiteit van de mens, en mens-zijn betekent aan God gebonden zijn, voor Zijn Aangezicht staan, coram deo. En „denken" moet altijd op haar specifieke wijze uiting geven van de houding die de mens tegenover God aanneemt. Christelijk filosoferen en wetenschappelijk bezig zijn worden gedreven - in de grond van de zaak - door het ^ranrf-motief van Gods Woord, het Woord waarin God in Christus Zich tot de mens keert. Omdat Prof Dooyeweerd binnen de V.U. zijn grote werk heeft verricht is het - volgens de rector-magnificus. Prof De Gaay Fortman - zeer wel mogelijk dit afscheid te zien als een onderdeel van de viering van het XVIIe lustrum. En op zeer originele en persoonlijke wijze wist de rector een echte feeststemming te scheppen in de woorden die hij namens de V.U., als voorzitter van het afscheidscomité en als woordvoerder van de juridische faculteit uitsprak. Met een citaat uit zijn eigen college-dictaat (1930!) kon hij bewijzen dat Prof Dooyeweerd al spoedig filosoof was, en een moeilijke! Prof. Van Riessen sprak namens de centrale interfaculteit en de Vereniging voor calvinistische wijsbegeerte. Hij vond het een goede zaak dat Prof. Dooyeweerd „school" had gemaakt, maar dat hij geen „schoolmeester" was die zijn leerlingen in een eng keurslijf dwong. Dooyeweerd wil schriftmatige filosofie en dit is een brede, oecumenische aangelegenheid. De aanwezigheid van Prof Dr. M. F. R. Marlet - Prof Dooyeweerds R.K. vriend uit Oostenrijk - was hier een teken van. Prof Marlet, zelf gepromoveerd op een dissertatie over de W.d.W., poneerde dat Dooyeweerds christelijk-wijsgerig uitgangspunt geen scheidslijnen maar verbindingslijnen trekt. De rector bood de scheidende hoogleraar enkele geschenken aan namens een groot aantal vrienden en collega's: een door Willem Dooyewaard geschilderd portret en een feestbundel, een dikke pil van 460 bladzijden. Deze bundel. Philosophy and Christianity, is een dankbetuiging jegens Prof Dooyeweerd en een eer voor de V.U. Het is een ,,oecumenisch" werk geworden: acht verschillende landen en alle Nederlandse universiteiten zijn er in vertegenwoordigd en . . . ook alle westerse grondmotieven! Een interessant aspect van het werk i.« dat het internationaal gericht is, ook in de taal: er is geen woord Nederlands bij en dat lijkt mij een hele prestatie voor de V.U.! De eerste zin van het boek wil ik hier citeren. Richard Kroner schrijft hier aan Dooyeweerd: „Sie haben das grosse Verdienst gesehen zu haben, dass wir heute nicht mehr, wie das in der Sogenannten Neuen Zeit möglich war, philosophieren können, ohne die Frage zu beantworten, oder wenigstens sie aufzuwerfen, wie sich Philosophie und Christentum zu einander verhalten." Maar wij kunnen dit stukje niet beëindigen met de woorden van een Duits-Amerikaans filosoof. Dit privilege behoort bij de V.U.-studenten, bij het afscheid vertegenwoordigd door de praeses van de lustrumcommissie. De heer Rutgers besloot zijn speech met deze woorden aan de scheidende hoogleraar: „Wij hopen dat bij dit afscheid, de gedachte aan het relatieve, dat binnen de tijdshorizon slechts zin heeft. Uw levensgeluk niet zal verminderen, nu de universiteit, die U lief heeft met de warmste liefde, U wil eren. Als studenten willen wij vandaag uitdrukken, dat U nu reeds één bent met de onsterfelijken, die souverein in eigen kring, de Vrije Universiteit hebben gegrondvest en gebouwd, aan wier roem U in hoge mate hebt bijgedragen." B. Zijlstra
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1965
Ad Valvas | 232 Pagina's