Ad Valvas 1965-1966 - pagina 202
ben behaald, keren ze terug naar hun streek van herkomst om daar hun aandeel in de ,,revolutie" op zich te nemen. Onder de studenten zijn ook Islamieten, Buddhisten en Confucianen, terwijl bijna een kwart van het aantal studenten niet tot een godsdienstgezindte behoren. Zich bewust stellend in dienst van de roeping der Indonesische kerken, ziet S.W. zich geplaatst voor een viervoudige taak: a. Zij is „universitas scientiarum", een instelling voor wetenschappelijk onderwijs, waaraan gestreefd wordt naar een \ernieuwing van denkhouding en denken, namelijk een transformatie van een kosmisch-monistisch, participerend, traditioneel en passief denken naar een gedistancieerd, objectief, creatief en kritisch denken. b. Zij is „universitas magistrorum et scolarium", een gemeenschap van leraren en leerlingen, waarbinnen op paedagogische situaties in christelijke zin antwoorden dienen te worden gegeven. Het is van eminent belang, dat de toekomstige leiders van Indonesia kennis maken mét en worden ingevoerd in de praktijk van een chi'istelijke antropologie, die pretendeert de pas werkelijk menselijke mensbeschouwing te zijn. c. Zij leidt op tot een bepaald beroep in de maatschappij. Een revolutionaire vernieuwing van het arbeidsethos is een van de absolute voorwaarden voor de economische uplifting van Indonesia. S.W. stelt zich ten doel, duidelijk te maken, dat het beroep de plaats is, waar de mens als schepsel zijn roeping heeft te vervullen. d. S.W. is geroepen tot diaconia, tot de dienst der gerechtigheid op politiek, sociaal, economisch en cultureel terrein. Hiertoe moeten bewuste, revolutionaire christenleiders worden opgeleid. De vroegere samenleving in Indonesia bestond uit gemeenschappen met een gesloten karakter, die een integratiepatroon vertoonden waarin territoir en genealogie de dominerende factoren waren. Deze gemeenschappen, die zich door de eeuwen heen taai hebben gehandhaafd, zijn nu doorbroken door modern verkeer, economie en centraliserend bestuur. Het gevolg is geweest de intrede van een desintegratieproces: enerzijds ontstond een egoïstisch individualisme - anderzijds valt het ontstaan van een massamaatschappij te constateren, waar de mens als persoon op de achtergrond dreigt te geraken. Doch ook in andere sociale verbanden doet dit proces van ontbinding zich kennen. „Satya Watjana", dat zich geroepen weet te participeren aan de opbouw van de Indonesische maatschappij, is, teneinde deze problematiek op eigen, wetenschappelijke wijze te kunnen benaderen, overgegaan tot de oprichting van een sociologisch instituut en wel onder leiding van prof. dr. J. W. Schoorl, die aan de Vrije Universiteit niet-westerse sociologie doceert. Drs. P. H. Quarles van Ufford, die momenteel werkzaam is aan het instituut voor niet-westerse sociologie van de V.U., zal binnenkort naar Salatiga vertrekken als medewerker van het instituut van „Satya Watjana". Het Actiecomité Hulp Ontwikkelingslanden heeft gemeend verzoeken van de zijde van „Satya Watjana" om steun bij de totstandkoming van een bibliotheek voor het instituut, niet te mogen afwijzen. Daarom roept het alle cives, die in de loop van het actiejaar '65/'66 nog geen bijdrage stortten, op dit alsnog te doen. (Postgiro nr. 35 98 55 t.n.v. Stichting Hulp Ontwikkelingslanden, Koningslaan 22, Amsterdam.) A.C. W. Voorbij
studentenbudgetonderzoek , 1966/'67 ' Het Centraal Bureau voor de Statistiek (C.B.S.) te 's-Gravenhage zal in het studiejaar i966/'67 een nationaal budgetonderzoek onder studenten houden. Het intrekken van de mensasubsidie op de maaltijden en de stijgende kosten van levensonderhoud zijn aanleiding geweest tot het verzoek van de Nederlandse Studentenraad in december 1963 aan de toenmalige Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om instelling van een ,,nationaal onderzoek naai- het Studentenbudget, huisvesting, eetgewoonten en enige andere kwesties die nauw bij het onderwerp betrokken zijn". Na advies van de Academische Raad heeft de Minister het Centraal Bureau voor de Statistiek verzocht dit onderzoek in te stellen. Het onderzoek beoogt in de eerste plaats een beeld te geven van de levenswijze en het levensniveau van de studenten voor zover beide aspecten kunnen worden belicht door een analyse van de samenstelling van het inkomen van de student en van de wijze waarop dit inkomen wordt besteed. Mede op grond daarvan kan het beleid ten aanzien van bijv. voorzieningen op het gebied van huisvesting, voeding, sport, geneeskundige verzorging en verenigingsleven worden bepaald. Ook het rijksstudietoelagenbeleid kan mede door het onderzoek gaan steunen op bruikbare en recente praktijkcijfers. Aan de aspirant-studenten en hun ouders kan een meer verantwoorde voorlichting omtrent de kosten van studeren kunnen worden gegeven. Het onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van de steekproefmethode strekt zich uit over bijna de gehele studentenbevolking van de universiteiten en hogescholen. Alleen studenten die jonger zijn dan 18 jaar of ouder dan 27 jaar en studenten met een volledige werkkring worden buiten beschouwing gelaten. De laatsten zijn in budgettair opzicht grotendeels gelijk te stellen met groepen waarover reeds gegevens verzameld zijn bij het C.B.S. Niet alleen de studenten die volgens een a-selecte methode worden gekozen, maar ook hun ouders zullen worden benaderd. Deze werkwijze is noodzakelijk om een volledig beeld te krijgen van het budget der studenten. De student wordt tweemaal met ongeveer een week tussenruimte bezocht. De ouders van de student worden éénmaal geïnterviewd. Indien de student thuis woont of met vakantie thuis is, zullen de bezoeken aan student en ouders gecombineerd worden. De enquêtrices zijn als C.B.S.medewerkers door een verklaring tot absolute geheimhouding verplicht. Het Bureau geeft bovendien nimmer inzage van individuele gegevens aan derden en publiceert slechts cijfers die betrekking hebben op groepen van personen. Men behoeft dus geenszins bevreesd te zijn dat zijn budgettaire „geheimen" bij het C.B.S. niet veilig zouden zijn. Het is van groot belang voor het onderzoek dat de bij toeval gekozen personen medewerking verlenen daar anders geen zekerheid bestaat omtrent de waarde van de steekproef. Gezien het grote belang van het onderzoek voor de studenten zelf, vertrouwt het C.B.S. dat alle daartoe aangezochte studenten tot medewerking bereid zullen zijn. Het Centraal Bureau voor de Statistiek verstrekt aan geïnteresseerden gaarne nadere inlichtingen.
REDACTIE
SENAAT
Kopij voor het nummer van 10 juni inleveren uiterlijk 2 juni vóór 10.00 uur, Tesselsch^destraat 18. Ad Valvas zal op 17 juni niet verschijnen.
agenda Stilstand der lessen in^verband met'^Pinksteren^op zaterdag 28 en dinsdag 31 mei. vrijdag 10 juni 15.00 uur: afscheidscollege van prof. dr. L. Onvlee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1965
Ad Valvas | 232 Pagina's