Ad Valvas 1966-1967 - pagina 216
radio en wetenschappelijk onderwijs Sedert de jaren twintig is het medium radio gebruikt als het distributie-apparaat bij uitstek van verstrooiing voor van jaar op jaar stijgende aantallen luisteraars. Eenzelfde situatie ontstond later ten aanzien van de televisie. Als wij de term verstrooiing bezigen, dan is dat in de uitgebreide zin, met inbegrip dus van een zekere hoeveelheid achtenswaardige culturele stof (concerten, hoor- en toneelspelen, populair-wetenschappelijke uitzendingen, documentaires e.d.). Daarbij hebben merkwaardigerwijze eigenlijk altijd getalscriteria zowel de toewijzing van zendtijd als de programmering beheerst. Hoezeer ook de situatie in Amerika verschilt van de onze, of wij nu het aantal luisteraars/ kijkers meten naar lidmaatschap van een vereniging of naar de luister-/kijkdichtheid ten behoeve van de reclame, het getalscriterium dwingt onherroepelijk naar populariteit en naar afwijzing van alles (of bijna alles) wat niet aanslaat bij zeer grote groepen. De nieuwe omroepwet laat onverantwoord veel bij het oude, maar opent gelukkig op één belangrijk punt nieuwe mogelijkheden. De Minister kan tot maximaal 10% van de beschikbare zendtijd toewijzen aan groepen die niet hun bestaansrecht ontlenen aan getalssterkte. Daaronder vallen dan de kerken (dus buiten de confessionele omroepen om), de politieke partijen (dus nog eens buiten de omroepen met politieke signatuur om), maar ook de genootschappen op geestelijke grondslag zoals het Humanistisch Verbond, en de instellingen met een culturele taak zoals de Radio Volksuniversiteit. Tenslotte zal er ook onder kunnen vallen een Academische Radio Omroep die zich in de ruim twee en een halfjaar van zijn bestaan bewust is geworden van een veel wijdere taak dan de oorspronkelijke initiatiefnemers zich hadden gesteld. Het is in ons land dan ook niet eenvoudig zich een voorstelling te maken van een radio en televisie die zich richt tot hen, die - wat ontwikkeling betreft - tot de toplaag van de bevolking behoren of zullen gaan behoren. Daaronder begrepen een ieder die kennis wil nemen van de huidige stand van de wetenschap, zonder te letten op voorafgaande opleiding, diploma's, sociale groep of werkomstandigheden. Een radio/televisie, die studievoorlichting wil geven, colleges wil uitzenden op ieder niveau met inbegrip van post-doctoraal onderwijs, zal een nieuw element zijn in onze samenleving. Het zijn ongetwijfeld overbekende zaken, wanneer wij wijzen op de ruimtenood bij de universiteiten en hogescholen en wanneer wij wijzen op de noodzaak van democratisering van het wetenschappelijk onderwijs. Wel geloven wij voor velen een nieuw perspectief te kunnen openen wanneer wij de radio en de televisie aanwijzen als de meest geëigende media om zowel de ruimtenood enigszins te lenigen als om de gewenste democratisering op gang te brengen.
REDACTIE Zoals elders in dit nummer wordt toegelicht. zal Ad Valvas op 5 mei niet verschijnen. Kopij voor het nummer van 12 mei inleveren uiterlijk dinsdag 2 mei vóór 10.00 uur, De Boelelaan 1115.
Van tijd tot tijd is in Ad Valvas iets geschreven over de A.C.R.0. Het waren meest „organisatorische" verhalen, zodat het hierbij afgedrukte artikel, dat het onderwerp enigszins breder in beschouwing neemt, een niet onwelkome aanvulling kan zijn. Het werd ter plaatsing aangeboden door het Dagelijks Bestuur van A.C.R.0.-Amsterdam.
In de eerste plaats kennen radio en televisie nauwelijks enige beperking ten aanzien van het aantal personen dat kan luisteren of kijken. Is een normaal college gebonden aan de capaciteit van een zaal, bij de telecommunicatie kunnen zowel één als I miljoen personen bereikt worden. C Ook werken radio en televisie democratise)!ing in de hand, doordat zij de ontmythologisering van dg (4'etenschap en de wetenschapsman in hoge mate bevorderen. Het beeld van de hoogleraar wordt nog maar al te vaak gevormd volgens eeuwenoude typologieën. Wij hoeven ons slechts enkele beelden voor de geest te halen uit populaire stripverhalen (gebruikers en instandhouders van typologieën bij uitstek) om te constateren, dat het algemene beeld van de professor weinig gemeen heeft met de realiteit. Tom Poes en zijn onafscheidelijke beschermheer Olivier B. Bommel zijn onvervalste nederlandse stripfiguren en de hooggeleerden die hun pad kruisen zijn de kwaadwillige prof. Sickbock, de belachelijke prof. Prlwytzkofsky en de vreemdsoortige hooggeleerde Zielknijper; drie waarlijk prachtige antieke maar evenzeer actuele typologische figuren die het gewone publiek als vanzelfsprekend aanvaardt en de studenten verrukt doen gniffelen omdat zij de door de academische traditie hooggehouden fictie in de caricatuur herkennen. Behalve deze ontmythologisering kan het optreden naar buiten via radio en televisie nog een andere uitwerking hebben. Het altijd dreigende isolement van de wetenschappelijke onderzoeker, die in zijn steeds verdergaande specialisatie steeds minder contact krijgt met zijn studenten, wordt doorbroken omdat steeds meer kans bestaat dat vakgenoten onder het publiek zijn. Als Nederland binnen afzienbare tijd over academische uitzendingen via de radio gaat beschikken (de televisie laten wij als zeer duur medium buiten beschouwing) dan betekent dat geenszins dat wij met wapperende vaandels en slaande trom voorop lopen. In Frankrijk bijvoorbeeld beschikken reeds twaalf universiteiten over zendfaciliteiten in de vorm van eigen radiozenders. De Université de Paris heeft er zelfs twee waarvan de éne in gebruik is bij de Sorbonne (letteren), de andere bij de Faculté de Droit et des Sciences Economiques. Dagelijks wordt een groot gamma van colleges uitgezonden (met een vrij sterke nadruk op pré-kandidaatsstof.) In Engeland zijn plannen in een vergevorderd stadium voor een geheel aparte University of the Air, een universiteit die zelfstandig onderwijs zal geven via radio en televisie en ook zelf zal examineren. In ons land heeft de Stichting Academische Radio Omroep nadrukkelijk gekozen voor aansluiting van het onderwijs bij onze vaak ook regionaal en levensbeschouwelijk bepaalde instellingen van wetenschappelijk onderwijs, waardoor ook groot belang wordt gehecht aan regionale zendfaciliteiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Ad Valvas | 292 Pagina's