Ad Valvas 1966-1967 - pagina 188
1
20 jaar psychologie D t Subfaculteit van de Psychologie is bijzonder verheugd over het belangrijke lustrum, dat de Vereniging van Studenten in de Psychologie aan de Vrije Universiteit (V S P V U ) thans kan vieren De laatste twintig jaar heeft de toeloop van studenten tot de psychologie-studie een omvang gehad, dat er alle plaats was voor een faculteitsverenigmg en, zeer gelukkig, nam de V S P V U die plaats in Zoals het een goede faculteitsvereniging betaamt heeft de V S P V U in belangrijke mate bijgedragen tot verwerkelijking van een stuk academische symbiose van studenten en docenten Voor haar werk ter bevordering van een bloeiend faculteitsleven is de Subfaculteit de V S P V U grote dank verschuldigd En zo ziet dan thans de twmtigjaiige organisatie van studerenden de docenten met uitgestoken feliciteerhanden klaar staan Terwijl het Bestuur van de Vereniging terugblikt m het verleden, wordt overduidelijk, dat niet alleen de Vereniging ouder, rijper en sterker geworden is, maar ook de Subfaculteit Over de ontwikkeling en huidige toestand in de Subfaculteit wil ik, gehoor gevend aan het verzoek van de faculteitsvereniging, gaarne iets schrijven Er IS m de afgelopen twintig jaar bijzonder veel veranderd De groei in aantal van alles wat maar bij een universiteit hoort, is enorm geweest, maar ook het vak zelf heeft zich drastisch hervormd en belangrijk uitgebreid Meer mensen doceren thans aan meer mensen, meer vakken m meer instituten, en op andere wijze dan twintig jaar geleden Zo behoort thans - om een zeer belangrijke kwalitatieve verandering te signaleren - tot de geest van het psychologiebedrijven, dat denkbeelden en theorieën als hypothesen worden geformuleerd en dat naarstig getracht woidt door middel van exacte registratie-, metings- en beoordelingsprocedures, empirische bevestiging voor hypothesen te vinden De psychologie is veel nuchterder geworden, beslist ook bescheidener in zijn pretenties en ambities, maar tot nog toe zeker niet minder produktief Voordat ik een beeld tracht te schetsen van de huidige situatie, IS het goed enkele figuren te noemen, die in deze periode voor de Subfaculteit, die formeel nog maar enkele jaren bestaat, belangrijk zijn geweest In de eerste plaats natuurlijk Waterink, die bij de oprichting van de V S P V U in 1947 reeds jarenlang de enige docent in de psychologie was (Het wijsgerig-psychologisch onderwijs van prof VoUenhoven blijft hier buiten beschouwing) Het aantal psychologie-studenten in het oprichtingsjaar bedroeg 56 Er was een instituut dat niet als universiteitsinstituut beschouwd mag worden, maar toch onmisbare diensten aan de opleiding verleende, nl het Laboratorium voor Toegepaste Psychologie, onder de directie van drs H R Wijngaarden die juist dat jaar een leeropdracht ontving Het was een rustige tijd, alle psychologie-tentamens vonden mondeling plaats en waren van korte duur Uitgezonderd Wijngaarden zat van de huidige docentenbezetting van de Subfaculteit nog iedereen op de college-banken, of op de middelbare school Met de benoeming van dr A Kuypers tot lector met de leeropdracht voor pedagogische psychologie en de psychologie van het normale kind (later buitengewoon hoogleraar) m 1948, van dr G Wielenga en dr H R Wijngaarden tot lector m 1951, trad een periode in van belangrijke verruiming van de gedoceerde vakken en uiteraard ook modernisering van de stof In 1954 werd dr A L Janse de Jonge lector in de medische psychologie, en later hoogleraar in de klinische psychologie Zijn plotseling overlijden m 1965 was een grote slag In de open plaats die hierdoor ontstond in de psychologie-opleiding, is nog steeds niet voorzien Kuypers was tot zijn emeritaat m 1958 in functie, hij overleed m februari i960 N a het emeritaat van Waterink in 1961 ontstond de thans bekende toestand, waarbij aan een groter aantal docenten op een evenwichtige wijze de diverse onderdelen van de psychologie konden worden opgedragen Omstreeks dit jaar kwamen
4
bescheiden uitbreidingen tot stand van het Psychologisch Research Laboratorium en het Laboratorium voor Experimentele Psychologie (o 1 v Fokkema) Het pand aan de Paulus Potterstraat kwam beschikbaar, waar de grondslagen voor het Laboratorium voor Bedrijfspsychologie en Psychodiagnostiek (o 1 V Drenth) en het Laboratorium voor Sociale Psychologie (o 1V Boekestijn) werden gelegd, en ook de afdeling Conflictuologie (o 1 V Wijngaarden) tot groter omvang kwam Een universitaire afdeling voor ontwikkelingspsychologie bestond aanvankelijk, op een enkele assistent na, alleen op papier, doch het kinderpsychologisch werk had een stevig pied a terre in het para-universitaire Paedologisch Instituut (o 1 v De Wit) Ten aanzien van de docenten is er sinds 1962 geen verandering te vermelden De instituten hadden echter een belangrijke ontwikkelmgsperiode op het gebied van onderzoek en onderwijs Meer werkruimte kwam beschikbaar Prins Hendriklaan 23 en Tesselschadestraat 18 Het aantal medewerkers en deeltijdse assistenten nam toe tot resp 15 en 30 man Aan enkele belangrijke research-projecten werd deelgenomen of zelfstandig gewerkt, een redelijk aantal publicaties bereikte de nationale en internationale vakbladen Een groot aantal studenten kon gedurende enkele jaren als assistent werkzaam zijn en zodoende een grondige research-ervaring opdoen In de cursus 66/67 bedroeg het studentenaantal 451 man Dit IS slechts een overzicht m vogelvlucht, doch de cijfers accentueren meer dan alleen maar bevestigen - de impressie van grote veranderingen Een belangrijk resultaat van het werk van de Subfaculteit is uiteraard het studie-programma, dat zij aan de studenten voorzet Tot slot van mijn verhaal zou ik daar graag nog enkele hoofdzaken van willen vermelden Vooral na het ministerieel vermaan tot studietijdbekorting werd het aan ons duidelijk- en ongeveer gelijktijdig ook aan de overige Nederlandse subfaculteiten van de psychologie -, dat het niet meer mogelijk zou zijn bij het doctoraal examen van de student een behoorlijke wetenschappelijke vorming over het gehele terrein van de psychologie te vei langen Derhalve werd de opleiding na het kandidaatsexamen in vrij =terke mate gespecialiseerd De kandidaten kunnen uit een van de vijf volgende hoofdrichtingen kiezen bedrijfspsychologie, experimentele psychologie, klinische psychologie, ontwikkelingspsychologie of sociale psychologie Aan de studie van de onderdelen van een hoofdrichting, inclusief stage en scriptie, besteedt de student ongeveer 15 maanden van zijn op twee jaar geplande doctoraalstudie De overige tijd woidt deels besteed aan verplichte onderdelen, die van algemene aard zijn, zoals research-methodiek, gesprekskunde en theoretische psychologie, deels aan keuze-onderdelen, waarvan minstens een een echt bijvak moet zijn en de overige binnen het terrein van de psychologie mogen of moeten liggen, maar in ieder geval niet tot de hoofdrichting zelf behoren Op deze wijze kan een te grote eenzijdigheid in de vorming voorkomen worden Voorts beoogt de huidige uniforme kandidaatsopleiding de student een behoorlijke informatie te geven over het gehele gebied van de psychologie De beroepsuitoefening van de psycholoog IS bepaald niet zo gespecialiseerd, dat bv de bedrijfspsycholoog helemaal niets van ontwikkelingspsychologie zou behoeven te weten Al is het niet mogelijk hem binnen een redelijke studietijd ook nog tot kinderpsycholoog op te leiden, het IS zeker nodig, dat hij in grote lijnen het terrein kent en de voornaamste problemen, die zich m dit opzicht kunnen voordoen We mogen er van uitgaan, dat een „behoorlijk opgeleide" academicus zich extra kennis op een nevengebied zal kunnen eigen maken, mdien hij daar behoefte aan heeft Vandaag aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Ad Valvas | 292 Pagina's