Ad Valvas 1966-1967 - pagina 273
ambtsaanvaarding Dr G A HOEKVELD, benoemd tot gewoon leclor in de Jaculteit der letteren, om onderwijs te geven in de sociale aardrijkskunde, in het bijzonder de stadsgeogiafie dei westeise landen, heeft op 9 juni zijn openbare les gegeven De titel was „De geografie ah onderwijsvak m Nederland, enkele ontwikkelingslijnen van de aardrijkskunde op de middelbaie school"
samenlevingen in hun strijd om zelfverwezenlijking, welke problemen zich m en achter hun binnenlandse en buitenlandse politiek manifesteren Het gaat met om het aanbrengen van inzicht m geografische samenhangen als zodanig, maar slechts voorzover dit een bijdrage levert tot deze beeldvorming Daarmee helpt de geogiafie kaders voor het verstaan van de eigentijdse, mondiale geschiedenis op te bouwen
korte samenvatting
personalia
De geografie, die op de middelbare school wordt oveigedragen aan de leerlingen, is - evenals de planologie - een toepassingsvorm van de geografie, zoals die aan de universiteiten wordt beoefend Helaas wordt de ,,onderwijsgeografie"ten gevolge van de didactische vorm waarin zij verpakt is, te weinig als zelfstandige tak van geografie erkend Als gevolg van de herformulering van de algemene onderwijsdoelen en als gevolg van wijzigingen in de aard van de universitair beoefende geografie verandert ook de onderwijsgeografie Deze dient zich vooial te richten op de beeldvorming ten aanzien van de structurele problemen van de verschillende
Dr Hoekveld, geboren 7 mei 1934 te Baarn, studeeide sociale aardrijkskunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, waar hij in 1957 zijn doctoraal examen aflegde Promotie in 1964 m de sociale wetenschappen op het proefschrift ,,Baarn, schets van de ontwikkeling van een villadorp" De heer Hoekveld was o m. werkzaam als leraar aaidnjkskunde te Arnhem, Amsterdam en Amstelveen, tutor bij het Geografisch Instituut te Utrecht en docent opleidingscursus voor middelbare akten aardrijkskunde aldaar Sinds 1965 was hij wetenschappelijk hoofdambtenaar bij de Stichting Interuniversitair Instituut voor Sociaal-Wetenschappehjk Onderzoek te Amsterdam
promoties Drs L E VAN MUISWINKEL te Muiderberg promoveerde op 2 juni tot doctor in de economische wetenschappen op het proefschrift ,,lnflatie en economische groei" Promotor was prof dr F de Roos korte samenvatting Na het einde van de Tweede Wereldoorlog geraakte in de economische wetenschap het probleem van de volledige werkgelegenheid op de achteigiond Beschouwingen over inflatie en de problematiek van de economische groei eisten gaandeweg de aandacht op Ook uitspraken over het verband tussen inflatie en economische gioei bleven niet achterwege Sommigen achtten een lichte inflatie bevorderlijk voor de economische groei, anderen waren van mening, dat inflatie de economische groei zou b-peiken In deze studie wordt een poging ondernomen de bovengenoemde gedachtengangen te toetsen, waarbij uitsluitend gelet wordt op de invloed welke van inflatie uitgaat op de economische groei in een ontwikkelde volkshuishoudmg Daarbij wordt inflatie omschreven als een stijging van het algemeen prijspeil en economische groei als een toeneming van het reële nationale inkomen gedurende een lange periode. Afgezien wordt derhalve van het gebiuik van de uitdiukkmg inflatie als een afwijking van monetair evenwicht Nadat de oorzaken van inflatie zijn behandeld wordt aandacht gewijd aan de gevolgen van inflatie Opgemerkt wordt, dat inflatie de functies die het geld m het maatschappelijk leven vervult, niet zal aantasten, wanneer er sprake is van een gematigde inflatie Tevens wordt geconcludeerd, dat de vrees niet behoeft te bestaan dat de particuliere besparingen dooi inflatie worden aangetast Een verhoging van de particuliere besparingen mag zelfs verwacht worden, wanneer de ondernemingen obligaties uitgeven en de crediteuren zich nog niet tegen de nadelige gevolgen van inflatie hebben gewapend door het bedingen van geïndexeerde aflossingen of een hogere rente In een dergelijke situatie worden de winstcijfers van de ondernemingen en daarmede de besparingen van deze instellingen positief beïnvloed Tevens behoeft niet te worden gevreesd, dat de mvesteringsgeneigdheid van het bedrijfsleven door inflatie zal worden gefrustreerd In de volgende hoofdstukken wordt onderzocht welke invloed van inflatie uitgaat op de groeivoet van het nationale inkomen in het Harrod-Domar-model en een door aanbodsfactoren
bepaalde groeivoet van het nationale inkomen Laatstgenoemde groeivoet woidt afgeleid uit de ,,technical progress-function" van Kaldor, die het verband weergeeft tussen de procentuele groei van de hoeveelheid kapitaal per arbeider en de procentuele toeneming van het nationale inkomen per hoofd In beide gevallen blijkt inflatie de groei van het nationale inkomen over het algemeen niet te beperken Voor zover inflatie een verhoging van nationale spaarquote bewerkt, zal de groeisnelheid van het nationale inkomen in het Harrod-Domarmodel zelfs stijgen Van de door aanbodsfactoren bepaalde groeivoet kan worden gezegd, dat deze op den duur als gevolg van een verhoging van de spaarquote niet zal veranderen, wel kan opgemerkt worden dat deze onveranderde groeivoet betrekking zal hebben op een hoger niveau van het nationale inkomen dan het geval geweest zou zijn, wanneer de verhoging van de spaarquote achterwege was gebleven De m het binnenland opgetreden inflatie kan een tekort op de lopende lekenmg van de betalingsbalans m het leven loepen In het Harrod-Domar-model betekent zulks een verhoging van de groeivoet De door aanbodsfactoren bepaalde groeivoet van het nationale inkomen ondervindt als gevolg hiervan op den duur geen verandeiing, doch de groeivoet zal dan betrekking hebben op een hoger niveau van het nationale inkomen dan het geval geweest zou zijn, wanneer het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans achterwege was gebleven Tenslotte wordt aandacht gewijd aan een inflatie welke uit de overheidssector stamt Over het algemeen veroorzaakt een dergelijke inflatie zowel in het Harrod-Domar-model als in het model, waarin de aanbodsfactoren centraal staan, een verlaging van het groeitempo van het nationale inkomen Daarbij is verondersteld, dat overheidsinvesteringen een geringere bijdrage leveren tot de groei van het nationale inkomen dan investeringen van de particuliere bedrijven Een volgend hoofdstuk behandelt het statistisch verband tussen inflatie en economische groei Op grond van gevonden cijfers blijkt geen relatie tussen beide grootheden te kunnen worden aangetoond Ook andere schrijvers komen tot een dergelijke conclusie In het laatste hoofdstuk wordt geconcludeerd, dat het over het algemeen aanbeveling verdient in een klem land met een relatief grote buitenlandse handel, zoals Nederland, eerst dan
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Ad Valvas | 292 Pagina's