Ad Valvas 1966-1967 - pagina 227
murray college
-zßA/'i^^
Een aantal jaren geleden vertelde professor Sizoo ons tijdens de pauze van een colloquium van een van zijn bezoeken aan Canada. Hij werd toen uitgenodigd om het natuurkundig laboratorium te bezichtigen van een instituut van hoger onderwijs daar. Zijn gastheer toonde hem vol trots de ruimtes en apparatuur, maar kon niet veel meer tonen dem faciliteiten bestemd voor een candidaatsopleiding. Dat is ook vaak de situatie in Pakistan, hoewel er enige instituten zijn die verder opleiden: vorig jaar is de eerste Pakistani in Lahore gepromoveerd op een onderwerp uit de natuurkunde. Zoals in alle ontwikkelingslanden heeft ook in Pakistan hel natuurwetenschappelijk en technisch onderwijs top-prioriteit in de onderwijssector. De regering start op strategische plaatsen zgn. ,,Science Colleges" evenals polytechnische instituten en geeft daarnaast ook financiële steun aan particuliere instellingen zoals de christelijke Colleges, die zowel vroeger als nu in belangrijke mate bijdragen tot de scholing van de jeugd van Pakistan. Velen geven er de voorkeur aan hun kinderen aan een christelijk College te laten studeren. Zo is Murray College in Sialkot één van de 5 christelijke Colleges; het telt 1100 studenten en ruim 40 docenten. Tien procent van de studenten en de helft van de docenten zijn christen. Daardoor is Murray College met de andere christelijke Colleges één van de weinige plaatsen in Pakistan waar muslims en christenen - die minder dan i % van de bevolking uitmaken - elkaar gelijkwaardig ontmoeten in gesprek en werk, iets unieks. U als V.U.-gemeenschap hebt door uw financiële steun zeer beslist bijgedragen tot de realisering van beter onderwijs aan
Een student van Murray College bezig aan een proef met apparatuur, welke is aangeschaft met gelden van het Actiecomité.
Pakistaande studenten in Sialkot en omgeving, een gebied met een bevolking van meer dan een miljoen mensen. Daarvoor wil ik u allen mede namens mijn collega's en studenten hartelijk danken. We hopen in de toekomst, gebruikmakend ook van uw verdere steun, tot verdere uitbouw en verbetering van het onderwijs te komen. Het is verblijdend dat steeds meer wordt ingezien dat zulke hulp broodnodig is. P. Born
schets van het beleid Zo betitelde minister-president P. J. S. de Jong de door hem op 18 april in de Tweede Kamer afgelegde regeringsverklaring. Het gedeelte dat betrekking heeft op onderwijs en wetenschap nemen we hier in extenso over. (Het N.S.R.-bestuur heeft zich te dezen aanzien erg bezorgd getoond en dat in een brief aan de leden van genoemde Kamer ook laten blijken.) Daar persoonlijk welzijn en maatschappelijke dienstbaarheid in sterke mate afhankelijk zijn van de mogelijkheid eigen capaciteiten tot ontwikkeling te brengen, hecht de regering grote waarde aan een verdere bevordering van onderwijs en wetenschap in alle sectoren. Zij zal er naar streven dat een ieder zoveel mogelijk een bij zijn aard en aanleg passende ontwikkeling en vorming kan verkrijgen. Zij is er zich van bewust, dat deze bevordering van onderwijs en wetenschapsbeoefening ook noodzakelijk is voor de culturele ontwikkeling en de economische groei van onze samenleving. De regering zal daarom deelneming aan onderwijs, wetenschap en cultuur blijven stimuleren. Zij zal evenzeer aandacht schenken aan een aanpassing van de structuur en inhoud van de ver-
schillende vormen van onderwijs aan de veranderende culturele en maatschappelijke behoeften. Bijzondere aandacht verdient in dit verband het op gang komend wetenschappelijk onderzoek van het onderwijs. Gezien echter de vele maatregelen die ter verwezenlijking van deze doelstellingen op zichzelf wenselijk zijn, doch moeilijk in het kader van de huidige financiële mogelijkheden zijn in te passen, zal temporisering geboden zijn. Ook wordt een kritisch onderzoek van de geldende en op handen zijnde regelingen op hun doelmatigheid en kostenveroorzakende aspecten noodzakelijk geacht. Evenals in andere ontwikkelde landen gaan de wetenschap en haar toepassingen steeds meer een centrale plaats in de maatschappij innemen. De internationale samenwerking op dit gebied is van groeiende betekenis. In de internationale organisaties, waarvan Nederland lid is, is een gezamenlijke menings- en besluitvorming in voorbereiding, welke gaat in de richting van een opvoering niet slechts van de inspanning, doch ook van de doeltretfendheid van de wetenschapsbeoefening in de Europese landen.
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Ad Valvas | 292 Pagina's