Ad Valvas 1966-1967 - pagina 193
De heer D. W. OOSTENDORP te Amstelveen is op 17 maart gepromoveerd tot doctor in de godgeleerdheid. De titel van het proefschrift luidde: „Another Jesus (A gospel of Jewish-Christian superiority in 11 Corinthians)". Promotor was prof. dr. R. Schippers. korte samenvatting Het proefschrift handelt over de tegenstanders van Paulus, zoals die voorkomen in zijn tweede brief aan de Corinthiërs. Ofschoon het moeilijk is een duidelijk beeld van de tegenstanders te geven, kan het belangrijk zijn iets meer aan de weet te komen van de krachten die werkten in de tijd waarin zich de christelijke kerk vormde. De hoofdthese van het proefschrift is dat deze tegenstanders in een evangelie geloofden, waarin de oud-testamentische beloften een zodanige rol speelden, dat joodse christenen moesten optreden als heersers over de christenen uit het heidendom. Daarom moest Paulus in het derde hoofdstuk van deze brief betogen dat de Wet van Mozes en de ontvangst van de Geest niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom ook moest hij een vleselijke, nationalistische beschouwing van de mensen en van Christus afwijzen (II Cor. 5: 16). Verder moest Paulus met nadruk bestrijden dat hij in zijn lichaam de hemelse heerlijkheid al zou moeten bezitten (II Cor. 4: 9 e.V.). En misschien zijn de vragen rondom de collecte en het onderhoud
van een apostel ook ontstaan onder invloed van een misverstaan van de oud-testamentische beloften. Het proefschrift eindigt met de vraag of Rom. 7 en 8 niet het best zijn te verstaan als een ,,belering" van joodse christenen, die denken dat met de opstanding van Jezus hen de mogelijkheid is gegeven de beloofde heerlijkheid van Israël aan het licht te brengen. personalia Derk William Oostendorp werd op 22 maart 1938 te Princeton, New Jersey (U.S.A.) geboren. Hij studeerde aan Calvin College en Calvin Seminary te Grand Rapids. In 1962 naar Nederland gekomen om zijn studie aan de Vrije Universiteit voort te zetten, legde hij in 1963 het doctoraal examen cum laude af. De heer Oostendorp is momenteel werkzaam bij de theologische faculteit der V.U. als assistent van zijn promotor; zijn adres luidt: De Savornin Lohmanlaan 36, Amstelveen. stellingen Uit de 18 bij de dissertatie behorende stellingen nemen we de volgende over: i6 There are no theological grounds for a special mission of the church to Israel. 18 The popular designation of any severe illness or hardship of a Christian as „the cross which he must bear" is misleading.
gouden doctores Op vrijdag 30 maart 1917 vonden aan de Vrije Universiteit (op gezag van de rector, dr. P. A. E. Sillevis Smitt, hoogleraar in de faculteit der godgeleerdheid) twee promoties plaats. Dit geschiedde in het gebouw der ,,Maatschappij voor de werkende stand". De beide promovendi, die op 30 maart van dit jaar gouden doctores werden, waren Yme Langhout en Antonius Cornells Govert van Proosdij. De titel van dr. Langhout's dissertatie luidde: ,,De Christelijksociale beweging in Engeland"; promotor was prof. mr. P. A. Diepenhorst. Van de 16 aan het proefschrift toegevoegde stellingen nemen we hier enkele o p : II. Coöperatie is niet in strijd met de christelijke beginselen. III. Het geven van Hoger Volksonderwijs verdient aanbeveling. VI. Een predikant is geen arbeider in de zin der wet. XVI. Het verdient aanbeveling voor hen, die krachtens ge-
excursie naar warszawa
wetensovertuiging bezwaar hebben tegen alle vorm van krijgsdienst, burgerlijke dienstplicht in te stellen. „De zakelijke werking der ontbindende voorwaarde naar ons burgerlijk wetboek" was de titel van het proefschrift van dr. Van Proosdij, wiens promotor prof. mr. J. Anema was. Enkele van zijn (eveneens 16) stellingen: IV. Het is wenselijk, dat de Nederlandsche Bank geld leent tegen onderpand ook van meer speculatieve fondsen. XIV. Het is mogelijk zich door oefening bepaalde handelwijzen zodanig eigen te maken, dat zij niet meer - als oorspronkelijk met volle opmerkzaamheid of vol bewustzijn behoeven te worden verricht. XV. Lijkverbranding mag op zichzelf niet als onchristelijk worden afgekeurd. XVI. Het recht (de plicht) tot zogenaamde dienstweigering mag niet voor alle gevallen worden ontkend.
We beleven altijd meer dan we ons achteraf herinneren, en dat niet alleen vanwege de zwakheid van het geheugen, maar ook omdat we van alle ervaringen, die we tegelijkertijd krijgen, slechts een gedeelte in het bewustzijn kunnen opnemen. Dit geldt a fortiori, wanneer deze ervaringen slechts moeizaam passen in het reeds verworven kader. Bovendien heeft ieder zijn eigen gezichtspunt en is het een ander niet mogelijk de tocht naar Warszawa te beschrijven alsof hij de persoon is die met pantoffels aan op station Berlin-Ost bleef staan om van de perronbeambte nog wat inlichtingen over het leven in de D D R te krijgen terwijl de trein reeds wegreed. Evenmin kan hij het vanuit het gezichtspunt van het meisje, dat om 02.00 uur in Nowa Praga arriveerde, lichtelijk in paniek vanwege die aardige geheime agent, die zich als zodanig aan haar, als zijn vertrouwelinge, had bekend gemaakt, er tegelijk bij vertellend, dat minstens vijf Hollandse studenten tegenover hem een geneigdheid tot minder correct wisselen van dollars hadden laten blijken.
9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Ad Valvas | 292 Pagina's