Ad Valvas 1966-1967 - pagina 59
#
ad valvas
WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT
14e JAARGANG
Nr. 8 4 november 1966
eredoctoraat voor professor Mulia
Aan prof. dr. mr. T. S. G. Mulia werd op 20 oktober een eredoctoraat in de godgeleerdiieid verleend. De plechtigheid vond plaats in een openbare zitting van de Senaat in de Westerkerk, waar prof. dr. L. Algera een rede hield over „De plant in rust" ter gelegenheid van de 86e dies natalis van de universiteit. Prof. Mulia, geboren 21 januari 1896 in het Batakland, werd in 19H naar Nederland gezonden om middelbaar onderwijs te volgen. Hij studeerde aan de Gemeente Universiteit te Amsterdam sociale geografie en in Leiden Nederlands-Indisch recht en promoveerde in 1933 op een proefschrift getiteld Het primitieve denken in de moderne wetenschap. Hij was in de jaren 1922-1927 en 1935-1942 lid van de Volksraad; van november 1945-juni 1946 in het tweede kabinet van de Republiek Indonesia minister van Onderwijs en van juni-november 1946 vice-minister van Onderwijs. Tot 1951 was hij daarna hoogleraar aan de Staatsuniversiteit. Prof. Mulia is oprichter van de Christelijke Universiteit in Djakarta. De promotor, prof. dr. J. Verkuyl, zei in zijn toespraak, dat de universiteit prof. Mulia in de eerste plaats eert als de pionier van de oecumenische samenwerking der kerken in Indonesië en voorts als degene die deze oecumenische gemeenschap en samenwerking op gang heeft gebracht en gestalte heeft gegeven in de oprichting van de Raad van Kerken in Indonesië. In zijn opsomming van de vele activiteiten van de promovendus noemde prof. Verkuyl o.m. de stichting van het Indonesisch bijbelgenootschap, diens aandeel in de ontwikkeling van het theologisch hoger onderwijs in Indonesië en diens initiatieven op het terrein van het politieke leven. Uit het dankwoord van prof. Mulia citeren wij het volgende: „Ik hoop de mij toegekende onderscheiding in de jaren, die mij nog beschoren zijn, met ere te kunnen dragen, temeer omdat bij mijn weten dit de eerste maal is, dat een Nederlandse Universiteit een eredoctoraat aan een Indonesiër heeft verleend. Hiermede is tevens een onzichtbare band, die mij al jarenlang
met de Vrije Universiteit verbonden houdt, tot een reële geworden. Reeds bij mijn eerste aankomst in Nederland eind 1911, toen ik in een familie werd opgenomen, waarin regelmatig voor deze Universiteit werd gebeden, wist ik spoedig wat de „V.U." was en raakte ik vertrouwd met namen van figuren, die in het leven van de Vrije Universiteit zo'n grote rol vervulden. Zelf heb ik meermalen meegedaan aan inzamelingen voor de arbeid van deze instelling. Na de Tweede Wereldoorlog is een van mijn zoons aan deze Universiteit afgestudeerd. Bij de initiatiefnemers tot de oprichting van een christelijke Universiteit in Djakarta heeft de V.U. als een lichtend voorbeeld gestaan. Daarom sluiten wij ons ook op deze stichtingsdag van harte aan bij de bede, dat zij ook moge leven, groeien en bloeien tot in lengte van dagen. Hooggeachte Promotor, U heeft ter uitwerking van de motieven van de Senaat om mij het eredoctoraat te verlenen, een stuk van mijn levenswerk beschreven, dat U van nabij heeft gekend. Het is niet belangrijk om zich daarin te verdiepen om tot een bepaalde waardering te komen, belangrijker is het te beseffen en te ervaren, dat ons werk voortdurend van uur tot uur onder Gods oordeel staat. Mensen komen en gaan, maar Gods werk gaat voort, ook in Indonesië dat nu de grootste crisis doormaakt sedert de verkrijging van zijn onafhankelijkheid. Het land roept om een nieuwe rechtsorde, een nieuw staatsbestel, waarin geen plaats meer zal zijn voor ideologieën, die de godsdienst of liever het godsgeloof verwerpen. De christenen begrijpen, dat zij in deze nieuwe constellatie een positieve taak hebben te vervullen. De jongere generatie, vervuld van de geest van vernieuwing, zet het eenmaal begonnen werk voort, hoewel soms met andere aanpak en andere methoden dan waaraan wij gewend waren. Doch laten wij hierbij de moed en overtuiging putten uit hetgeen Paulus aan de Philipenzen schreef: ,,Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in U een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot aan de dag van Christus Jezus".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1966
Ad Valvas | 292 Pagina's