Ad Valvas 1967-1968 - pagina 306
beelden kan dit toegehcht worden Allereerst gaat ons gebruik van werktuigen terug op het gebruik van voorwerpen door dieren Men denke aan de dikwijls ingenieuze nestbouw van vogels, of aan het vervaardigen door bevers van dammen met behulp van takken en afgeknaagde boomstammen, waardoor ZIJ het waterpeil in rivieren en plassen regelen, of aan het gebruik van stenen om harde plantenzaden of gepantserde prooidieren mee te openen, of aan het met stokjes te voorschijn brengen van anderszins onbereikbaar voedsel Een tweede voorbeeld heeft betrekking op de taal Deze is zonder twijfel soortspecifiek, maar er spelen toch m ons gebruik hiervan allerlei factoren mee die ook bij dieren voorkomen, met name die welke van emotionele aard zijn en die dikwijls de toon en de strekking van onze woorden bepalen Een derde punt betreft het leervermogen Dit is wijd verspreid en speelt m het leven van veel dieren een vitale rol, vooral waar het associaties betreft van percepties met gunstige en ongunstige omstandigheden Ook het bij de mens bijzonder op de voorgrond tredende leren door middel van mededeling of voordoen, dus het cumulatief leren m de traditie van de groep, komt in aanleg bij dieren, met name bij sociaal levende dieren, voor Er zijn echter nog veel meer gedragingen die de culturele mens met de dieren gemeen heeft Wanneer gorilla's 's morgens op hun van bladeren vervaardigde bed wakker worden geeuwen ze en rekken zich uit Wanneer zij op een tak zitten bengelen zij met de poten Zij kunnen op hun rug liggen uitrusten met de voorpoten onder de kop Als zij zich ergeren fronsen ZIJ de wenkbrauwen, bij onzekerheid bijten ZIJ zich op te lippen Tegenover een hogere tegenstander buigen zij zich neer, welk gebaar bij ons m het knikken van het hoofd geritualiseerd is tot groet Het bij de mens m conflictsituaties soms optredende schreeuwen, met voorwerpen smijten en met deuren slaan, komt op analoge wijze bij mensapen voor*) gedragspatronen Wanneer men zich enigszins oriënteert in de htteratuur'), die over deze vraagstukken de laatste jaren is verschenen, doet men verbaasd de verhelderende ontdekking dat veel van ons dagelijks individueel en collectief gedrag een sterk animaal-gefundeerd accent heeft Van bijzonder belang zijn de tahijke waarnemingen over terntorium-vormmg bij dieren, het verschijnsel dat in verband met voortplanting en voeding mannetjes van gepaard of in groepen levende dieren een bepaald gebied als het hunne beschouwen en tegen soortgenoten verdedigen Even belangnjk IS de ontdekking van de rangorde die bij sociaal levende diergroepen steeds weer aanwezig blijkt te zijn Dergelijke diep in ons verre verleden gewortelde gedragspatronen spelen in onze maatschappij op fundamentele wijze mee, bij bv bezit - vooral van grond en woonruimte —, bij woning-mnchting, nationaal gevoel, groepsvorming, familieband, kennissenkring, sociale ordening, ^) G B SchaUer, Gorilla's zoals zij werkelijk leven m het oerwoud, 1965 ' ) T. Dobzhansky, The biological basis of human freedom, 1956, D Morris, The naked ape, 1967, W N Thorpe, Biology and the nature of man, 1963
2
dagindeling, zakenleven, concurrentie, reclame, massa-demonstraties, gezagskwesties, enz agressie Veel aandacht heeft in de laatste tijd ook het verschijnsel van agressie gekregen*") Hieronder verstaat men in de biologie vooral dreig- en vechtgedrag tussen individuen van één soort Het merkwaardige feit doet zich hierbij voor dat dit bij dieren zelden tot ernstige schade aan of tot het doden van soortgenoten voert Wanneer bedacht wordt dat m de laatste 150 jaren naai schatting ongeveer 60 miljoen mensen m oorlogen en concentratiekampen zijn omgekomen en dat in de menselijke geschiedenis folteren, opzettelijk verminken, verbranden en ook kannibalisme veel IS voorgekomen, dan komt onze soort m een huiveringwekkend licht te staaa Men noemde dit vroeger wel het,,bestiale" m de mens, herinnerend aan onze dierlijke oorsprong Tegenwoordig raakt men er meer en meer van overtuigd dat deze opvatting onjuist IS We hebben hier met een typisch mensehjke eigenschap te maken Onze soort IS dan ook vermoedelijk steeds gekenmerkt geweest door wapengebruik Ons lichaam is zo kwetsbaar, zo weinig van verdedigingsmiddelen voorzien, zo zonder klauwen en slagtanden, en wij zijn zo carnivoor in oorsprong, dat WIJ slechts door middel van stokken, pijpbeenderen en stenen voorwerpen ons konden handhaven Bij agressiegevechten komt de klap dan al spoedig te hard aan De zoologische en anthropo biologische gezichtspunten die zo-even werden belicht demonstreren duidelijk van hoe groot belang het voor het begrijpen van onszelf is dat nadrukkelijk vergelijkend onderzoek wordt verricht over gedrag bij dieren en mensen en over onze voorgeschiedenis in het Pleistoceen Kennis over deze zaken is echter niet alleen voor de wetenschap van belang, maar voor ieder mens, speciaal voor hen die een leidende functie hebben in de maatschappij en die bij haar verdere ontwikkeling betrokken zijn, bv pohtici, journalisten en planologen Ook deze kennis kan ten goede en ten kwade worden toegepast. mvloed Wij zullen nu moeten trachten samen te vatten welke feitelijke invloed de natuurwetenschappelijke phase die is aangebroken heeft op ons denken en levensbesef Daarbij treden om te beginnen twee reeds besproken elementen op de voorgrond Allereerst blijkt de aardse werkelijkheid m haar volle omvang - de levenloze dingen, de organismen en de mensheid — geïntegreerd historisch gekarakteriseerd Alles is opgenomen in een wordingsproces Dit dynamisch gebeuren is geen cirkelgang, maar een onomkeerbaar gebeuren, waaraan successievelijke Phasen te onderscheiden zijn Ten tweede zijn wij door de opkomst en ontwikkeling der natuurwetenschap sterk gaan beseffen dat wij mensen in de verdere voortgang van deze ontwikkeling niet meer passief behoeven mee te drijven, maar dat ons deze als het ware in de handen is gelegd ) R Ardrey, African genesis, 1967, J D Carthy and F J Eblmg, The natural history of aggression, 1964, K Lorenz, Over agressie bij dier en mens, 1965
Wij kunnen deze nu gaan sturen, versnellen, afremmen, of zelfs beëindigen Sommigen hebben op grond van deze elementen zelfs gemeend te kunnen voorspellen hoe de biologische, maatschappelijke of zelfs religieuze ontwikkehng zich in de verre toekomst zal voortzetten^) Hoe interessant het ook is kritisch van deze visies kennis te nemen en hoeveel invloed zij in bepaalde kringen ook uitoefenen, wij zouden wanneer daar hier op werd ingegaan grotendeels in de sfeer van „science fiction" terecht komen Het IS beter om eerlijk te trachten in te zien wat ons individueel en collectief te doen staat bij de huidige grote problemen, dan ons te veel m speculaties te verliezen relativering en stuurbaarheid Er is nl in ons moderne denken en levensbesef een derde element wakker geroepen dat van zeer fundamentele waarde voor het heden en de naaste toekomst kan zijn De door de natuurwetenschap ontdekte experimenteerbaarheid en beheersing van de physische en biotische werkelijkheid heeft nl de overtuiging gewekt of gestimuleerd dat dit evenzeer geldt voor de structuren en geledingen van de mensen-maatschappij De zolang traditioneel als statisch-ervaren sociale verhoudingen, nationale vormen, politieke constellaties en bv ook kerkelijke structuren worden momenteel allen kritisch geanalyseerd en op hun waarde en echtheid beoordeeld Fr blijken daarbij meer mogelijkheden te zijn dan lang is gedacht en er kan ook hier gekozen en gewijzigd worden Deze overtuiging van relativering en stuurbaarheid heeft - mogelijk geworden door het sterk verbeterde educatie-peil en de moderne communicatie-middelen — geleid tot een verhoogd besef van verantwoordelijkheid bij de individuele mens, een willen meespreken, meebeslissen m de structuren van werk, vraagstukken als van armoede en rijkdom, oorlog en vrede Vanzelfsprekend bestaat ook hier het gevaar van een keerzijde Deze IS soms zelfs zeer reëel Dit alles betekent tevens dat de natuurwetenschap niet alleen van betekenis is voor ons wereldbeeld, maar via dit, via haar toepassingen en via de beweging die in de maatschappij IS bewerkstelligd, op onze ethische, wereldbeschouwelijke en religieuze opvattingen christendom en ontwikkeling Daar zowel de natuurwetenschap als de nieuwere sociale inzichten opgekomen zijn m West-Europa waar het geïnstitutionaliseerde Christendom het denken en de maatschappelijke structuren beheerste, mag in dit verband niet verzwegen worden dat het Christendom dikwijls een rem op de ontwikkeling IS geweest Men denke bv aan de moeizame geboorte van het huidige astronomisch wereldbeeld en aan de weerstanden tegen de evolutie gedachte, die zelfs tegenwoordig nog hier en daar merkbaar zijn Dit conservatisme is eigenlijk te merkwaardiger daar juist het christelijk geloof reeds lang enkele sleutels in handen had die tot ) C G Darwin, The next million years, 1953, A Huxley, Brave new world, 1943, J Huxley, Religion without revelation, 1957, P Lecomte du Nouy, Human destiny, 1947, P Teühard de Chardin, Le phenomène humain, 1955
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's