Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 221

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 221

6 minuten leestijd

treft - een dergelijke universiteit in het leven te roepen? Ook hier ontbreekt mij vrijwel elk optimisme. De positie van de hoogleraar, in deze maatschappij toch al veelvuldig aangevochten, verschuift steeds meer in de richting van het specialisme. Het hier en daar weer oplevende positivisme isoleert in feite de samenleving en haar actuele problematiek. Ik ben ook niet zo optimistisch met betrekking tot de studenten. De schijn van hun recent maatschappelijk engagement bedriegt ons voor een deel. Richt hun overigens gerechtvaardigd verlangen naar medezeggenschap zich niet vooral op eigen professionele belangen? Een deel van hen spreekt wel over een kritische universiteit, maar zal niet alleen de huidige positie van de universiteit, maar ook hun eigen machtsontplooiing de kritiek op de maatschappij wel intensiveren? Het lijkt mij na deze beschouwing (meer is het niet) niet zo moeilijk een antwoord te geven op de vraag of er in de relatie tussen universiteit en samenleving motieven liggen voor een christelijke universiteit.

Ik zie vanuit deze relatie niet de noodzaak van een christelijke universiteit, wanneer de samenleving slechts afzetgebied is voor academici. Zodra echter de universiteit een onderdeel wordt van het maatschappelijk geweten - ik zie dat persoonlijk als een taak voor elke universiteit - zal in de opleiding en in de wetenschapsbeoefening voortdurend een keus gemaakt moeten worden. Welke maatschappelijke problemen vragen om bestudering, welke toestanden vragen om kritiek etc? Je bent er dan niet met het afleggen van een verklaring. Wanneer we ons zorgen maken over het trage op gang komen van de ontwikkelingshulp moeten we als universiteit geen verklaring afleggen, maar dit probleem in studie nemen. Wanneer we ons zorgen maken over de ontwikkeling van de democratie, moeten we niet publiekelijk als universiteit onze bezorgdheid uitspreken, maar zoeken naar de middelen om de democratie zoals wij die wensen te bevorderen. We moeten dan met onze bevindingen de boer op. Dat kan door leesbare publikaties, door het houden van lezingen voor huis-

god en wereld Drs. L. Oranje te Baarn promoveert vandaag tot doctor in de godgeleerdheid op het proefschrift „God en Wereld. De vraag naar het transcendentale in Schleiermachers ,Dialektik'." Als promotor treedt op prof. dr. G. E. Meuleman. Een korte samenvatting van de dissertatie volgt hieronder. Het centrale punt bij de interpretatie van het denken van F. Schleiermacher (die in 1968 precies 200 jaar geleden werd geboren) is de vraag naar de verhouding van theologie en filosofie. Deze studie maakt Schleiermachers filosofie tot voorwerp van onderzoek en richt zich in het bijzonder op zijn .Dialektik', omdat men daar het hart van zijn filosofie vindt. De .Dialektik' is een onbekend werk, niet alleen omdat de inhoud ingewikkeld is maar vooral ook omdat het voor een groot deel bestaat uit notities en fragmenten die Schleiermacher op schrift stelde in verband met de ,Dialektik'-colleges, die hij van 1811-1831 zes maal gaf. Deze notities waren in het geheel niet voor publikatie bestemd maar zijn na Schleiermachers dood uitgegeven. Deze studie stelt zich ten doel vanuit een bepaald gezichtspunt („de vraag naar het transcendentale") de grondgedachten van de .Dialektik' naar voren te brengen om daardoor niet alleen licht te werpen op Schleiermachers filosofie maar ook te zoeken naar het antwoord op de vraag naar de verhouding van theologie en filosofie bij deze gereformeerde theoloog.

vrouwen en werkgevers en door dienstplicht van gevorderde studenten en pas afgestudeerden in ontwikkelingslanden. Laten we aannemen, dat je zo als christen wetenschap wilt beoefenen (d.w.z. ook maatschappelijk keuze bepalen), heb je daarvoor een christelijke universiteit nodig? Ik heb hierop alleen maar een organisatiesociologisch antwoord (en dus geen religieus antwoord): de kracht van een organisatie is dikwijls afhankelijk van de mate waarin haar doelstellingen door de leden worden onderschreven. Ik kan ook zeggen: de dienst aan de samenleving is afhankelijk van de mate, waarin je elkaar legitiem op die dienst en de inhoud ervan kunt aanspreken. Ik vraag u tenslotte excuus voor deze ahistorische benadering van de Vrije Universiteit. Om dit enigermate te compenseren zou ik willen zeggen, lettend op de grote problemen van onze maatschappij, dat wanneer ik Abraham Kuyper zou heten, ik vandaag geen Vrije Universiteit zou stichten, maar wel een christelijke universiteit, die vrij is om op eigen wijze kritisch te zijn.

XI. Wanneer R. Schippers, weliswaar op zeer subtiele wijze, toch onderscheid maakt tussen de Jezus van de geschiedenis en de Christus van het kerugma, gebruikt hij in wezen hetzelfde ..ongenuanceerde" geschiedenisbegrip dat hij terecht bij Tj. Baarda aanwijst. (Cf. R. Schippers, Het evangelie vertelt. Gereformeerd theologisch tijdschrift 61 (1967), 194-209; Tj.Baarda, De betrouwbaarheid van de evangeliën. Kampen 1967).

XII. Met het begrip existentietheologie brengt H. M. Kuitert een aantal theologen onder een te kleine noemer en maakt het zich daardoor in de bestrijding van deze theologen te gemakkelijk. (H. M. Kuitert, De realiteit van het geloof. Over de anti-metafysische tendens in de huidige theologische ontwikkeling. Kampen 1966).

XIV. Voor de persoonlijke ethiek van de theoloog is het een ernstige vraag of hij de navolging van Christus niet vervangt door het beoefenen van theologie of van zijn ambtswerk. XV. Terecht stelt A. H. v. d. Heuvel: „Zolang de rijke landen hun rijkdom als een recht beschouwen, zullen de arme landen hun wraak als gerechtigheid zien." (In een televisiegesprek op 12 november 1967).

XVIII. Het onderwijs van de godsdienstwetenschap binnen de theologische faculteit is niet alleen noodzakeUjk voor een zogenaamde ..theologia religionum", maar ook van grote betekenis voor de algehele vorming van a.s. theologen/ predikanten. (Cf. D. C. Mulder, Theologie en 's-Gravenhage 1965, 16).

stellingen V. De strijd tussen theologie en filosofie is niet een „strijd der faculteiten" maar een ..Existenzial" van elk christeUjk denken. DC. Bij het onderwijs in de exegese van het Oude Testament dient grotere aandacht besteed te worden aan het unieke van de taal van de boodschap. (Cf. M. Buber, Die Schrift und ihre Verdeutschung, in: Werke II: Schriften zur Bibel, München-Heidelberg 1964, 1093-1186).

godsdienstwetenschap,

XXIII. Het uitgangspunt van een hervorming van de theologische studie zal moeten zijn de mogelijkheid in een vroeg stadium van de opleiding te kiezen voor een meer praktische of een meer wetenschappelijke richting van de studie. personalia Leendert Oranje werd in 1937 geboren in de gereformeerde pastorie van Moddergat (Fr.). Hij begon zijn theologische studie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam in 1956; legde 5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 221

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's