Ad Valvas 1967-1968 - pagina 160
2 Dat er thans grenzen zijn aan de verantwoordelijkheid van de studenten kan met voorbeelden van twee structureel bepaalde grenzen duidelijk gemaakt worden. a) de leerling-positie (kennis-element in de verantwoordelijkheid) Uitgangspunt hierbij is: „Je kunt niet opgeleid worden in iets en tegelijkertijd over dat iets oordelen". De inspraak in studie-beleid en studieprogramma is daarom beperkt. Een aantal middelen die deze beperking verminderen zijn denkbaar: bijv. -via representatie door ouderejaars en afgestudeerden, -door een onafhankelijk adviescollege, in te schakelen door de studenten. Ook al zijn deze oplossingen niet ondenkbaar, er blijft echter een belangrijk stuk programma-autonomie t.o.v. de student. Niet in de laatste plaats omdat bijv. programma en studiebeleid ook onderwerp zijn van politieke beleid vorming (cf. het academisch statuut en de onderwijswetgeving). b) besteding der overheidsgelden (aansprakelijkheidsaspekt) In ons onderwijsstelsel is er een koppeling van beleid en financiële verantwoordingsplicht bij de leiding der universiteiten, waarbij als sanctie o.m. ontslag gehanteerd wordt. Indien de studenten mede het beleid gaan bepalen, in hoeverre is er dan voor hen een aansprakelijkheid en verantwoordingsplicht te construeren? Welke sancties, zo kan men zich afvragen, kunnen en moeten dan gehanteerd worden? Bijv. ontslag der representanten? Uit het bovenstaande blijkt, dat hier vele moeilijkheden liggen, welke voor een belangrijk deel wijzen op de structurele grenzen in de mate van verantwoordelijkheid der studenten. Ook al zijn er grenzen, dit betekent overigens niet dat er geen verantwoordelijkheid van de student is. En dit geldt met name t.a.v. de positie van de student als medewerker. enkele zéér persoonlijke meningen Wanneer gesproken wordt over inspraak, verantwoordelijkheid en grenzen van verantwoordelijkheid, zijn dus twee zaken zeer belangrijk: in de eerste plaats de visie op de functie van de universiteit en in de tweede plaats de visie op de positie van de student. In het geval van de Vrije Universiteit is het bovendien zinvol de functie van het maatschappelijk geweten te beklemtonen. De geschiedenis van onze universiteit leert dat de gedachte van de universiteit als maatschappelijk geweten een allesbehalve nieuwe gedachte is. Verschil van mening is mogelijk over de vraag of die gedachte erg leeft. Te verdedigen is echter de statement dat onze universiteit een „kritiese universiteit" zou moeten zijn. Ten aanzien van de sociale wetenschappen kan gewezen worden op het maatschappelijk engagement in het projecten- en researchbeleid. Belangrijk is hierbij dat de studie van de maatschappij ook de kans biedt op de ontmoeting van tekenen in verband met de komst van het Koninkrijk. In dit opzicht kan men zich voorstellen, dat de keuze van onderwerpen een ontzettend moeilijke en verantwoordelijke is. Terwijl naast het keuzeprobleem nog andere kwesties spelen, zoals het aangeven van prioriteiten, de omvang van de onderzoeken en het probleem van de continuïteit. Wanneer nu de functie van de universiteit als maatschappelijk geweten wordt beklemtoond is een aanvulling van de leerling-status met die van medewerker zeker gewenst. 2
enkele practische gevolgen Bovenstaande visie is niet zonder gevolgen. Wanneer men zich kan verenigen met de opvatting dat onze universiteit een „kritiese universiteit" moet zijn, dan is er nodig: - een nadere regeling van de inspraak in het onderwijs- en researchbeleid, gebaseerd op de volgende punten: a) de status van medewerker schept een arbeidsverhouding met de wetenschappelijke instituten, b) een integratie van het eigen vormingsprogramma van de studenten met het projectenbeleid van de universiteit.
't verhaal van het actiecomité Sinds het vorig jaar heeft het Actiecomité in Ad Valvas een eigen hoofd, een keurige blikvanger, die het de zoeker naar nieuws over dat comité gemakkelijk maakt. Zo'n eigen herkenningsteken duidt op een zekere mate van gevestigd zijn, op een erkende plaats in het Vrije Universiteits-bestel. En inderdaad is het Actiecomité Hulp Ontwikkelingslanden voor velen een bekend instituut. Dit is een constatering die niet van gevaar ontbloot is, omdat ze zou kunnen leiden tot de veronderstelling dat iedereen het Actiecomité wel kent. Alleen al het feit echter dat er elk jaar een nieuwe, steeds groter wordende groep studenten aankomt, maakt het noodzakelijk dat elk jaar opnieuw aan doelstelling en werkwijze van het comité de nodige bekendheid wordt gegeven. Maar ook voor hen die al langer bij de VU zijn betrokken kan dat geen kwaad; misschien makkt het nog steeds niet gerealiseerde goede voornemens weer wakker. Daarom volgt hier het verhaal van het Actiecomité, hoe het werd geboren, hoe het zijn huidige vorm kreeg en ga maar door.
't Begin van het Actiecomité ligt op Woudschoten. Daar vond de conceptie plaats, nu al weer bijna 7 jaar geleden. In maart 1961 werd daar namelijk een VU-congres gehouden over de Verre Naaste. Aan het slot van dat congres werd o.a. besloten een oproep aan regering en parlement te richten, om 1% van het nationaal inkomen te bestemmen voor de hulpverlening aan ontwikkelingslanden, 't Is jammer, om het maar zachtjes te zeggen, dat nu, in 1968, nog steeds geen gehoor is gegeven aan die oproep. Ten tijde van dat VU-congres voerde de NOVIB, de Nederlandse Organisatie voor Internationale Bijstand, al sinds een paar jaar de actie Daadwerkelijke Gerechtigheid. De deelnemers aan deze actie maakten (en maken nog steeds) vrijwillig 1% van hun inkomen over aan de NOVIB, die daarmee allerlei ontwikkelingshulpprojecten kon financieren. Aan het slot van bedoeld VU-congres werd tevens besloten een Actiecomitie op te richten dat de 1%-actie zou gaan propageren onder de hele studenten-bevolking van de VU. het doel Nu, bijna 7 jaar later, zijn de besluiten van het congres nog steeds actueel. Het probleem van de verhouding tussen rijke en arme landen is sinds 1961 niet dichter bij een oplossing gekomen, integendeel, de tegenstelling is nog schrijnender geworden. Het Actiecomité heeft zichzelf dan ook zeker niet overleefd; zijn doelstelUngen zijn nog niet verwezenlijkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's