Ad Valvas 1967-1968 - pagina 114
Daartoe komt men eerst als Christen, wanneer men gelooft dat de verlossende God zich niet alleen op het vlak van de persoon, maar ook op dat van „natuur" en „geschiedenis", kortom: in onze zich in instituten ontplooiende leefwereld als Heer manifesteert. De heerschappij van God in Jezus Christus is op het sociale vlak eraan te herkennen dat de instituten weer hun dienst vervullen: opvangers te zijn van de mens. Zich in sociaal en politiek opzicht te engageren, is derhalve niet een bijbaantje voor de christen, maar een vorm van gehoorzaamheid aan Christus. Het persoonlijke en het sociale zijn geen concurrerende sferen van handelen.
salatiga Begin deze maand zijn uit Indonesië in ons land aangekomen dominee en mevrouw Sutarno met hun i i maanden jonge baby. Ds. Sutarno is een van de vier conrectoren van de „Universitas/ IKIP Kristen SATYA WATJANA" (Christelijke Universiteit/ lerarenopleiding G E T R O U W AAN HET WOORD) te Salatiga en doceert ethiek. Hij zal aan de theologische faculteit van onze universiteit zijn studie afronden met een promotie. De Oecumenische Raad van Kerken te Amstelveen heeft in een actie geld bijeengebracht om het verblijf van het gezin Sutarno te bekostigen, terwijl de Hervormde en Gereformeerde zendingsinstanties zich garant stelden voor eventuele tekorten en ook de overkomst financierden. Met medewerking van B. en W. van Amstelveen is een geschikte woning voor de familie Sutarno gevonden. Ds. Sutarno is momenteel bezig zich te oriënteren en hoopt zijn studie zo spoedig mogelijk aan te vangen.
accoord-interview met mr. meijnen De oktober-editie van ACCOORD, onafhankelijk studententijdschrift en uitgave van het secretariaat-voorlichting van het Nederlands Studenten Akkoord (NSA) bevat een tweede artikel „rond het probleem der studieduurverkorting en de daarmee samenhangende aspecten": een interview met de president-curator van de Vrije Universiteit, mr. J. Meijnen. Hieronder volgt het tweede deel van dit gesprek met directeur-redactielid D. Roesink, dat tot titel draagt: „Het baccalaureaat moet nog verschillende weerstanden overwinnen" en dat wij overnemen met toestemming van „Accoord". Wat zijn volgens u de meest urgente maatregelen, die in het wetenschappelijk onderwijs getroffen moeten worden teneinde het hoofd te bieden aan de verdubbeling van het aantal studenten de komende tien jaar? Men kan op drie wijzen de toevloed van studenten opvangen: a. Het invoeren van een baccalaureaat (i-vorm); en een, in het totaal, kortere studieduur. b. Een betere studiebegeleiding, waardoor een student minder tijd zou verliezen en vlugger zou afstuderen. c. Een mogelijkheid tot het geven van ConsiUa abeundi na het voor de tweede maal voor een examen gezakt zijn. Studievrijheid, voorzover zij in het verleden vaak studieongebondenheid is geweest, moet aan redelijke banden gelegd worden. Het systeem moet schoolser worden. De redelijke vrijheid mag echter niet beperkt worden. De beperking van het aantal aankomende studenten in de vorm van een numerus fixus keur ik af. Iedereen moet de kans hebben ora te studeren, trouwens, de wet van vraag en aanbod is de beste regulator. In de medische faculteit zou het onderwijs, het peil van het onderwijs, kunnen gaan lijden onder een grote toevloed van studenten. 'Om dit tegen te gaan zou ik twee dingen voorstellen: 1. Tijdelijke numerus clausus. 2. Uitbreiding van de investeringen, teneinde de numerus clausus zo snel mogelijk weer op te kunnen heffen, waarna de wet van vraag en aanbod weer regulerend zal gaan werken. De studievrijheid in de huidige vorm zou beperkt kunnen worden door het invoeren van verplichte practica en verplichte tentamina. De professor moet zonder controle van hoger hand, de studie,
2
voor wat betreft zijn vak zo in kunnen delen als hij dat zelf wil. Voor zijn benoeming als professor is hij voldoende bekeken op zijn verdienste en is zijn persoon voldoende nagegaan. Wel dient een goede tijds- en arbeidsdiscipline in het wetenschappelijk werken van hoogleraren, lectoren en wetenschappelijke staf te worden gehandhaafd. Al te grote vrijheid in dit opzicht leidt tot een gebrek aan efiiciency en produktiviteit in ons universitaire opleidingsapparaat en wil men groeiende aantallen studenten kunnen opvangen en verwerken, zo is hieraan grote behoefte. Wat denkt u van studenteninspraak; welke moet de rol van de studenten zijn; hoe is deze het best te realiseren? Een mens kan niet meer geven dan hij heeft, met andere woorden: Studenteninspraak kan niet verder reiken, dan het inzicht, dat de student zich kan verwerven over verschillende aspecten van het universitaire beleid. Dus: over het éne aspect kan hij wel meepraten, over het ändere niet. Bijvoorbeeld: Een student kan zich wel een oordeel vormen over de didactische waarde van een college, vergelijk bijv. een professor, die zich op zijn college beperkt tot het voorlezen van een dictaat. Zo een college kan net zo goed niet gegeven worden of men zou er een syllabus van kunnen uitgeven. Een student kan ook iets zeggen over bijv. de accommodatie van de collegezalen, bijv. als de helft van de hoorders moet staan, omdat er geen zitplaatsen zijn. Studenteninspraak past echter geheel niet, wanneer het zaken betreft als: faculteitsbeleid; planning van het onderwijs; beurzenbeleid van de regering; collegegeld-zaken; besluiten met betrekking tot een numerus clausus. Aan een studentenorganisatie staat niet een zodanig apparaat ter beschikking, dat zij de mogelijkheid heeft alles terdege na te gaan. Daarom is er teveel amateurisme om een gefundeerd oordeel te vellen. Men neigt vaak meer tot het emotionele. Ter verduidelijking van een en ander citeren wij gaarne uit de rede, die mr. Meijnen op 21 september igós heeft uitgesproken in de vergadering van de Academische Raad. Baccalaureaat. Het baccalaureaat moet dus nog verschillende weerstanden overwinnen. Enerzijds ziet men vele studenten aarzelend tegenover deze opleiding staan. Tot hen zou ik mij nu reeds de opmerking willen veroorloven, dat zij zich niet blind moeten staren op het feit, dat een doctorandus wellicht hoger gesalarieerd wordt. Ik acht het zeer waarschijnlijk, dat de baccalaureï - op hun jongere leeftijd - zich sneller ontwikkelen. Anderzijds moet het bedrijfsleven als geheel bereid zijn deze mensen op te nemen en hun specifieke opleiding waarderen. Persoonlijk zie ik daar alle aanleiding toe. Door het feit dat zij eerder in een bedrijf komen, zullen velen van hen sneller promotiekansen krijgen, terwijl ik ervoor zou willen pleiten, dat de beloning van de baccalaureï relatief gesproken hoog gesteld wordt. Een vraagstuk op zichzelf is de mogelijke coördinatie van studieprogramma's en exameneisen. Ook in kringen van het wetenschappelijk onderwijs wordt aan dit onderwerp veel aandacht gegeven. Zonder dat zou de werkelijke studieduur in veel gevallen nog meer gestegen zijn, dan nu. Toch valt niet te ontkennen, dat in totaal de studieduur te lang wordt, terwijl daarnaast voorbeelden te geven zijn, dat niet genoeg beperking wordt betracht. De bovengenoemde coördinatie zou, in vergelijldng met de historisch gegroeide situatie van vandaag, een vrij vergaande ingreep betekenen in het beleid van wetenschappelijk onderwijs. Mocht men, gezien de traditie in ons land, grote bevoegdheden in één - hoog-geleerde-hand te leggen, dan kan men beginnen met de ook door oud-minister Cals verdedigde gedachte om de vaststelling van de programma's te doen geschieden door de faculteit casu quo afdeling als geheel. Met deze drie middelen - a. gelijkmaking van werkelijke en nominale studieduur, b. een kortere opleiding en c. coördinatie zijn de moeilijkheden niet uitgeput. De Contactcommissie heeft eveneens gewezen op de noodzaak tot een betere studiebegeleiding te komen, zonder overigens een schools systeem te propageren. Een verbetering van de studiemethoden immers is niet effectief, zonder dat de studenten zelf hun medewerking hieraan verlenen. Om het „zover te krijgen" kan een zekere opgelegde discipline in de vorm van verplichte practica en/of werkgroepen en tentamenregelingen nuttig zijn, terwijl hierdoor de traditionele studievrijheid niet in ernstige mate wordt aangetast. De inhoud van dit interview hoeft niet noodzakelijkerwijs het standpunt van het Nederlands Studenten Akkoord weer te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's