Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 220

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 220

6 minuten leestijd

vrije universiteit en samenleving Toespraak van prof. dr. H. J. van Zuthem op het studentendebat over de Toekomst van de Vrije Universiteit, gehouden op 8 februari 1968. Mijn onderwerp is: VU en samenleving. Wat kan bedoeld zijn? De samenleving is voor de universiteit tenminste: - studieobject, als ik denk aan bv. de sociale wetenschappen; - afzetgebied, als ik denk aan de arbeidsmarkt van academici; - subsidiënt, als ik denk aan de financiering van de universiteit; - voorwerp van kritiek, als ik denk aan de idee van de geëngageerde, kritische universiteit; - de uiteindelijke zin van de wetenschapsbeoefening, als ik denk aan de stelling van het doel van de universiteit (humanisering van de samenleving). Ik laat in het midden of deze opsomming volledig is. Het gaat vanavond kennelijk niet allereerst om de samenleving als studieobject, afzetgebied en subsidiënt. De toekomst van de VU als christelijke universiteit hangt voor wat betreft de relatie tot de samenleving vooral af van zaken als dienstbaarheid, engagement en kritiek. Rechtvaardigen deze zaken het bestaan van een christelijke universiteit? Ziehier mijn probleemstelling. De eerste vraag Ujkt mij: heeft de samenleving behoefte aan een universiteit, die niet alleen wil voorzien in de behoefte aan academici, maar die ook dienstbaar wil zijn en kritiek wil leveren? Ik bedoel dan kritiek op de grondslagen en de voornaamste doelstellingen van de samenleving. In het algemeen is die kritiek zeer noodzakelijk, maar is de universiteit naast bijvoorbeeld sociale organisaties en politieke groeperingen hiervoor geschikt?

STELLINGEN

Het gaat uiteraard niet alleen om een enkele hoogleraar of een bepaalde studentengroep, die een kritisch geluid laat horen. We moeten dan denken aan een type universiteit, dat in zijn keuze van studieprojecten en in het kritisch leren denken stelling neemt tegenover de samenleving, met als doel die samenleving in een van tevoren vastgestelde richting te beïnvloeden. Gezien vanuit de subjectieve behoeften van bestaande maatschappelijke groeperingen (bedrijfsleven, overheid etc.) lijkt mij de behoefte aan een dergelijke universiteit niet groot. Functioneel gezien is er voor een dergelijk type universiteit wel iets te zeggen. Het verschil met sociale organisaties en politieke groeperingen ligt hierin dat de universiteit met behulp van haar werkwijze in staat is de ideologieën, die een gewenste ontwikkeling tegenhouden, op een indringende wijze aan de orde te stellen. Wetenschap is ook een macht. De universiteit zal dan echter moeten bedenken dat zij de bestaande wetenschappelijke ideologieën met haar eigen ideologie bestrijdt. Persoonlijk voel ik wel iets voor deze gedachtengang. Ik meen ook, dat de zin van de wetenschap in de samenleving ligt (in het geluk van de mensen), hetgeen betekent dat èn bij de keuze van de projecten èn bij de toepassing van de verworven inlichten het engagement moet blijven. Het is mogelijk de functie van de kritiek en het engagement nog wat scherper te omüjnen vanuit de vraag of in ons type maatschappij de kritiek wel voldoende tot zijn recht komt. Bezitten we voldoende instrumenten voor een kritische en onafhankelijke begeleiding van de maatschappehjke ontwikkeling? Ik zou - voor een deel - ook kunnen vragen of het radicale denken voldoende wordt gestimuleerd en zijn kansen krijgt. Ik ben van mening, dat we in dit opzicht niet te optimistisch mogen zijn. Het

kritische en radicale denken - altijd al voorbehouden aan een minderheid - krijgt de beste kansen in een onafhankelijke instelling. Hier ligt naar mijn mening een taak voor de universiteit, in het belang van de samenleving. De universiteit is dan het permanent kritisch doorlichtingsapparaat. De tweede vraag is: is de universiteit voor een dergeüjke taak geschikt? Het lijkt mij, dat dit thans in het algemeen niet het geval is. De huidige doelstellingen van de universiteit zijn thans te sterk afgestemd op de professionele behoeften van de samenleving en op een min of meer autonoom onderzoekbeleid (hobbyisme). Ik vraag mij af in hoeverre hierdoor de universiteit als maatschappelijk instituut eerder een conserverende dan een kritische werking heeft. Hiermee kan overigens heel goed samengaan een kritische instelüng en zelfs een radicale opstelUng van de studenten. We kunnen ons alleen al hierom afvragen hoever hun integratie in de universiteit is gevorderd. Het voorzien in de behoefte aan academisch gevormden is uiteraard een belangrijke zaak, maar het lijkt mij duideUjk dat naarmate de universiteit zich meer uitsluitend hierop toelegt zij zich minder een kritische opstelling kan veroorloven. Ik denk als voorbeeld aan de economische studie. Het lijkt mij moeilijk te bestrijden dat de wijze waarop in het algemeen in ons land economie wordt gedoceerd en gestudeerd geen gevaar betekent Voor onze economische orde. Toch kun je je uit andere dan economische overwegingen afvragen of deze orde wel juist is. Het lijkt mij, dat een genuanceerdere en gedistantieerdere opleiding de afzet van de economen in gevaar zal brengen. Hetzelfde kan gesteld worden aan sociologen, juristen, theologen en vele andere beroepen. De derde vraag is: is de huidige generatie van docenten, wetenschappelijke medewerkers en studenten bereid - wat hun aandeel be-

van de debatwerkgroep van studenten over dit onderwerp

Het doel van de universiteit is niet het bedrijven van wetenschap, terwille van de wetenschap. De universiteit moet bijdragen tot humanisering van de samenleving. Humanisering te verstaan als nivellering van alle sociaaleconomische ongelijkheid tot een rechtvaardig niveau. Dit houdt in, dat niet alleen het onderzoek, maar juist ook de toepassing van het gevondene onder verantwoordelijkheid van de universiteit valt. Deze doelstelling is niet exclusief christelijk. Zij die deze doelstelling onderschrijven - vanuit welke achtergrond of motivering dan ook — mogen niet van de VU worden geweerd. Het criterium voor een benoeming moet niet in de grondslag, doch in deze doelstelling liggen.

2. Aanpassing van de studie aan de bestaande structuren en aan de eisen van het bedrijfsleven moet worden afgewezen. 3. Studieduurverkorting, met als doel een zo snel mogelijke inpassing van de student in de maatschappij, gaat ten koste van de maatschappij-kritische vorming van de student. 4. De universiteit (of een harer faculteiten) moet stelling nemen in nationale en internationale actuele vraagstukken. 5. Er dient een leerstoel voor polemologie ingesteld te worden. 6. Er dient een interdisciplinair instituut voor ontwikkeUngswetenschappen ingesteld te worden. Dit instituut propageert o.m. actieve hulp van studenten, wetenschappelijke staf en hoogleraren aan de ontwikkelingslanden. Dit instituut draagt zorg voor de technische-, economische- en culturele scholing, die naast de vakopleiding nodig is voor hen, die in de ontwikkelingslanden werkzaam zullen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 220

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's