Ad Valvas 1967-1968 - pagina 207
foto'sH
L Kaïupeniian
forumlid inspannen om elkaar èn de zaal te kunnen beluisteren, als deelnemer kon men al of niet aan bijvalsbetuigingen meedoen... Er viel ook veel te leren, bv. uit de opmerkingen dat veel debaters niet gehinderd werden door enige kennis van zaken. Er was wat te zien: de op een formaat van 2 bij 3 meter vergrote Hahn-karikatuurkop van de stichter der VU. Televisie-mensen verschoten meters füm en radio-j ongens haalden lieden uit de zaal. Een aanwezige stelde aan een forumlid een vraag, waarop de laatste de eerste weer een vraag stelde, waarop een ander forumlid vond dat de vraag van de eerste aan de tweede ook omgekeerd had kunnen worden gesteld, en daarop kwam de opmerking uit de zaal dat men het zó niet mocht stellen. Enkele uitspraken. We moeten maar liever niet (meer) spreken van christelijke wetenschap, doch er wèl van uitgaan dat er een relatie tussen geloof en wetenschap is. En als we het over humanisering hebben, dan moeten we weten, dat het woord met minstens tweeërlei inhoud kan
worden gevuld. Uit het feit, dat tot nu toe niet veel gebleken is van het christelijke in de VU moeten we niet de conclusie trekken dat het dus een zinloze zaak is. We zullen het resultaat van ons samenwerken aan deze universiteit in teamwork naar buiten (naar ontwikkelingslanden) moeten brengen. „Ik had zo graag gezien, dat we tot een bepaalde conclusie zouden zijn gekomen," zei iemand na afloop. Maar dat kon^ niet de bedoeling zijn geweest van de organiserende Disputoren- en Studentenraden. Het is veel meer geweest een „hearing", een op gang brengen van de discussie, een begin. En nu? ,,Er moet iets gebeuren!" werd er gezegd. Dat is duidelijk. Alleen: hoe? En in welke gezindheid? De vragen van vandaag-de-dag zijn door dit debat niet opgelost. Ze zijn wel weer eens duidelijk gesteld en in de openbaarheid gebracht. Dat is het waardevolle van de achtste februari. En het is te hopen, dat mee hierdoor in bredere kring, ook in bredere studentenkring, de discussie vaart heeft gekregen. Dat ook de visie niet ontbreke! R.
het christelijke in de vrije universiteit Toespraak van dr. J. van der Hoeven op het studentendebat over: De toekomst van de Vrije Universiteit, gehouden op 8 februari 1968. Er was eens een tijd, waarin een aantal topfiguren van de westerse samenleving streefden naar een zgn. corpus christianum. Christenheid en Christelijkheid zouden alle activiteiten van de samenleving, poütieke, wetenschappelijke, artistieke, moeten incorporeren, als een goed georganiseerd, tastbaar organisme moeten omvatten. Die tijd is onherroepelijk voorbij. Wèl hebben christenen ook in na-middeleeuwse tijden telkens weer zo'n „lijf" voor de geest gehad, en ook de stichter van deze Universiteit was nog niet helemaal vrij van dit denkbeeld. Maar zo'n corpus is er in feite nooit geweest, en is nü zeker onbegonnen werk. Hoe dat zo? Het veelbesproken begrip „secularisatie" laat ik, met al z'n dubbelzinnigheden, nu maar even rusten. Een van de ,,normale" factoren was de cultuurontwikkeling als zodanig. Daarin kwam zoveel los, zoveel differentiatie van activiteiten en instellingen, en tegelijk ook weer complicatie daarvan, dat er voor het corpus
helemaal geen houden meer aan was: het organisme kon het allemaal onmogelijk meer omvatten en de christenen, groot geworden bij corpus-ideeën, kregen op de ontwikkeling zelfs hoe langer minder vat. In die cultuurontwikkeling was een van de allerbelangrijkste factoren de ontplooiing van de wetenschap. Als er iets waars zit in de hedendaagse stelling van de zgn. „verzakelijking" van het leven, dan is dat in eerste instantie aan die wetenschap te danken; in de beoefening van wetenschap wordt nu eenmaal, tot op zekere hoogte, een kritische distantie genomen van het beweeglijke gebeuren als geheel en probeert men ,,zaken", in een zekere afzonderlijkheid, zo scherp mogelijk te onderscheiden. En als er één tijd is, waarin die wetenschapsbeoefening de samenleving als geheel is gaan penetreren, dan is het de onze. Met andere woorden: het begin van dit inleidinkje leek op het begin van alle sprookjes. Expres, want het sprookje van christelijkheid en cultuurontwikkeling, zeker van christelijkheid en wetenschapsorganisatie, van „hoe mooi die twee het samen zouden kunnen hebben", lijkt nu definitief uit. Als sprookje heeft het misschien nog iets aardigs, en dan natuurlijk voor kinderen.
Maar niet meer voor mondige mensen, en dus zeker ook niet meer voor studenten. In elk geval vind ik het heel begrijpelijk en goed, dat de stellingen het hebben over de noodzaak tot heroriëntatie. Daar ontkomen we inderdaad geen van allen meer aan. Maar dan ook grondig, zou ik zeggen. En dan moeten we gaan proberen twee dingen af te leren, radicaal, en liefst tegelijk. In de eerste plaats dat wat langzamerhand een mythe gaat worden: de wetenschap als een complex van neutrale, zelfstandige wetenschappen. Daarmee slik ik niet in wat ik zoeven zei over de kritische en ,,verzakelijkende" rol van de wetenschap. Laat ik nu alleen maar, bij wijze van beeld, de anatoom voor u oproepen: die man snijdt, in een lijk, maar hij doet dat als levend mens, die vertrouwd is met levende lichamelijkheid, en hij doet het ten dienste van die levende lichamelijkheid. Helaas steunt een flink stuk van de argumentatie voor opheffing van de grondslag of omzetting in een RU op die mythe. En dat n.b. nu op verschillende gebieden het tij al weer aan het kenteren is, juist ook op het gebied waar deze neutralistisch-instrumentalistische opvatting het sterkst leek te staan: de natuurwetenschap. Ik beschouw het dan ook niet
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's