Ad Valvas 1967-1968 - pagina 169
^^if'.
'"^r^TK'^'^^
ad valvas
WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT
15e JAARGANG
Nr. 15 26 januari 1968
extraordinariaat pre- en protohistorie Dr. W. A. van Es, directeur van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort, is be noemd tot buitengewoon hoogleraar in de faculteit der letteren. Hij zal in de subfaculteit der prehistorie van de interfaculteit der aardrijkskunde en prehistorie onderwijs geven in de pre en protohistorie van NoordwestEuropa. (Met protohistorie duidt men het gebied aan dat ligt tussen prehistorie en historie, deze beide gebieden zijn enigszins overlappend: de grenzen Uggen naar beide kanten niet geheel vast. Red.). Dr. Willem Albertus van Es is 33 jaar oud. Hij promoveerde in april 1967 te Groningen cum laude, na in 1959 — even eens cum laude — voor het doctoraal examen klassieke archeologie met bijvakken Oude geschiedenis en Neder landse archeologie te zijn geslaagd. Vóór dr. Van Es begin 1965 in zijn tegenwoordige functie werd benoemd, was hij onder meer drie jaar conservator van de archeologische afdeling van het Groninger Museum voor Stad en Lande te Groningen en bekleedde hij twee jaar daarvoor dezelfde functie waarnemend bij het Provinciaal Museum van Drente te Assen. Tevens was hij (van november 1956 af) in diverse wetenschappeUjke rangen verbonden aan het Biologisch Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit te Groningen. Door deze benoeming zal meer aandacht kunnen worden geschonken aan de pre en protohistorie van het Noord westen van Europa, met name met het oog op de wordings en vroege bewoningsgeschiedenis van Nederland. Daarmee gaat een wens van onze fysisch en sociaalgeografen in vervulling. Aan onze universiteit wordt door fysisch en sociaal geografen samengewerkt bij wetenschappeUjk onderzoek. Deze samenwerking ondervindt in den lande vrij veel belangstelling, mede omdat op grond daarvan de studie programma's voor de kandidaatsexamens in de natuur kundige resp. de sociale aardrijkskunde, voor wat de verplichte bijvakken (i.e. de sociale en de fysische geo grafie) betreft, in belangrijke mate op elkaar konden worden afgestemd. Bij het onderwijs wordt de bedoelde samenwerking voorts gerealiseerd in de organisatie van ge zamenlijke excursies en in de keuze en begeleiding van scripties, en gaat zich thans ook verwezenlijken in de voor bereiding van proefschriften. Bij deze samenwerking op de gebieden van onderzoek en onderwijs werd in toenemende mate behoefte gevoeld aan de inbreng en medewerking van een archeoloog die zich op de pre en protohistorie vooral de protohistorie van
Nederland en zijn omgeving heeft gespeciahseerd, en niet zozeer de culturele dan wel de ecologische archeologie be oefent. Van deze archeoloog mag worden verwacht dat hij kan helpen bij de oplossing van de vragen welke zowel bij de fysisch als bij de sociaalgeografen herhaaldelijk rijzen met betrekking tot de vroege bewoningsgeschiedenis van ons land. De benoeming van dr. Van Es betekent een belangrijke stimulans voor het onderwijs en het onderzoek dat onder auspiciën van de Interfaculteit wordt gegeven en verricht. Hiermede kan een onmisbare bijdrage worden geleverd tot de kennis van en het inzicht in de wording van het Neder land dat ons vertrouwd is. Het is merkwaardig hoe groot — bij al onze kennis over andere landen — nog altijd de lacunes zijn welke onze kennis van het eigen land in dit opzicht vertoont. In deze lacunes kan slechts worden voorzien in teamverband waarbij de resultaten en be schouwingswijzen van verschillende afzonderlijke weten schappen worden geïntegreerd. Met een dergelijke coöperatie zou in de Vrije Universiteit voor het eerst de conceptie van de onderhavige Interfaculteit als een samen werkingsgebied van de fysische geografie, de prehistorie en de sociale geografie (en mettertijd de planologie) naar de bedoelingen van de wetgever in onderwijs en onderzoek worden verwezenlijkt. Het geven van onderwijs in de pre en protohistorie van NoordwestEuropa is geen dupUcering van het werk dat in andere Nederlandse universiteiten wordt verricht: het past volledig in de taakverdeling op het gebied van het weten schappehjk onderwijs en onderzoek zoals deze allengs gestalte krijgt.
BEZOEK KONGOLESE DELEGATIE Het afgelopen weekend heeft een delegatie van de Université Libre du Congo (ULC) de VU bezocht voor het voeren van besprekingen over de samenwerking tussen beide universiteiten en de hulpverlening van de VU aan deze zusteruniversiteit. De delegatie bestond uit dr. B. Hobgood, rector a.i., mr. I. Kaljoni, president du Conseü d'Administration van de ULC en dr. Y. Feenstra, decaan van de theologische faculteit te Kisangani. Het verblijf gedurende één weekend in Nederland werd intensief benut: de delegatie vergaderde met leden van onze commissiebuitenland, werd door directeuren van de VU ontvangen, bezocht het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's