Ad Valvas 1967-1968 - pagina 81
kennis van zaken Ik hoop dat u mij goed begrijpt, het voorgaande houdt nogal wat kritiek in op de feitelijke toestand. Dat betekent niet dat de Studentenraad pessimistisch haar werk voortzet, zonder vertrouwen in de toekomst. Tenslotte werkt zijzelf pas vier jaar op nieuwe basis, het is niet onbegrijpelijk dat velen nog langer de kat uit de boom willen kijken. Overigens zijn er (sub)faculteiten zoals de sociaal-culturele en de psychologische, waarin de studieraad wel uitstekend functioneert. Aan interesse voor het eigen vak, de inrichting van de studie, de problemen waarvoor het wetenschappelijk onderwijs zich gesteld ziet, ontbreekt het de studenten nog veel te vaak. Daarom is het juist dat het beleid van de studentenraad bepaald wordt door een raad van 25. Een algemene vergadering zou in dit geval niet met voldoende kennis van zaken kunnen optreden. Door de jaarlijkse verkiezingen is dat bezwaar weggenomen. Iedereen kan nu zelf zijn stem uitbrengen op de lijst, liet programma van zijn voorkeur. Door lid te worden van een van beide partijen heeft men bovendien een stem in het samenstellen van de lijst voor de verkiezingen. Een ding staat daarbij voorop, wil men deelnemen aan een doelmatige studenteninspraak, dan zal men zich enthousiast op dit werk moeten storten, dan zal het resultaat niet uitblijven. De woorden van professor Diepenhorst in Nijmegen op 3 oktober jl. gesproken indachtig: ,,De universiteit moet met felheid en deskundigheid gediend worden". Dat willen wij op onze manier. Dank u.
onderwij sresearch Enige belangrijke punten uit de lezing van dr. W. A. T. Meuwese worden hieronder kort weergegeven. In oktober 1963 werd in Eindhoven de Groep Onderwijsresearch ingesteld, waarmee de onderwijsresearch voor liet eerst geïnstitutionaliseerd werd. Aan alle universiteiten en hogescholen is thans een dergelijk centrum aanwezig of in oprichting, met uitzondering van de Econ. Hogeschool te Tilburg en de Vrije Universiteit. Uitgangspunt voor onderwijsresearch is het gegeven, dat onderwijs een dynamisch systeem is. Om dit systeem te beheersen zijn beslissingen noodzakelijk, zoals wel of geen Baccalaureaat, Numerus Clausus, Selectieve Propaedeuse etc. Voor het nemen van een optimale beslissing moet tenminste aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: 1. Alle alternatieven moeten bekend zijn. Moderne ontwikkelingen, die nieuwe mogelijkheden bieden, worden nog te vaak over het hoofd gezien. 2. De consequenties van ieder van deze alternatieven moet men nauwkeurig kunnen voorspellen. 3. De beslissingen moeten op rationele basis genomen worden. Uit onderzoek is gebleken, dat traditionele beslissingen, die meestal intuïtief genomen worden, in het algemeen niet optimaal zijn. Het is de taak van onderwijsresearch uitsluitend die informatie te verzamelen, welke nodig is om in een bepaald geval een optimale rationele beslissing te kunnen nemen. Bij het onderzoek van een bepaald probleem is het noodzakelijk de doelstelling exact te formuleren en te analyseren en tevens mogelijke methodes en media op grond van voldoende informaties tegen elkaar af te wegen, om deze doelstelling zo goed mogelijk te verwezenlijken. Tevens behoort het tot de taak gevonden oplossingen te controleren en zo nodig te corrigeren, wanneer uit onderzoek blijkt, dat dit noodzakelijk is. Enige soorten van onderzoek: 1. Klassiek sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld onderzoek naar studiemethodes en studiemotivatie. 2. Toetsend onderzoek van onderwijskundige problemen, zoals de wenselijkheid van studiebegeleiding. 3. Onderzoek in concrete situaties. In antwoord op vragen zei de heer Meuwese o.a., dat men niet alleen effectiviteitscriteria moet bezien, maar ook ideologische, zoals de democratisering van het wetenschappelijk onderwijs. Bovendien waren volgens hem plaatselijke centra te prefereren boven een landelijk centrum in verband met de vaak specifieke problemen van iedere universiteit of hogeschool.
eva in ballingschap „Aller treurspeelen treurspel" door Hugo de Groot naar Seneca gedramatiseerd Tijdens de openbare zitting van de Academische Senaat op 20 oktober in de Westerkerk gehouden ter herdenking van de Stichtingsdag der universiteit heeft prof. dr. G. Kuiper, hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde, de diesrede uitgesproken. Prof. Kuiper
In deze rede - die nog niet in druk is verschenen, maar welke binnenkort door Tjeenk Willink te Zwolle wordt uitgegeven wordt de Latijnse tragedie „Adamus Exul" (1601) van de 18-jarige Hugo de Groot behandeld, haar plaats in de dramatische traditie van de i6e en 17e eeuw aangewezen en de Senecaanse achtergrond ervan gedemonstreerd. De nadruk wordt daarbij gelegd op de persoon van Eva die, hoewel in het stuk een figuur op het tweede plan, een indrukwekkende verschijning wordt als steun en troost van Adam. Er wordt een pleidooi gehouden voor de bestudering van de Neo-latijnse letterkunde, als onmisbaar voor een juist begrip van de nationale literaturen tijdens renaissance en klassicisme.
hortus botanicus Op 19 oktober heeft de formele overdracht aan de faculteit plaatsgevonden van de inmiddels helemaal gereedgekomen en ingerichte botanische tuin. De heer ir. C. A. Doets heeft bij die gelegenheid het woord gevoerd en onder meer gezegd, dat de VU ééns in de tien jaar officieel nieuwe gebouwen(complexen) opent en alles van die tien jaar opspaart om er een groot gebeuren van te maken. Vandaar dat deze 19de oktober, hoe belangrijk ook, informeel en onofficieel gehouden is. Op de plaats van de hortus binnen de botanie en in het geheel van de universiteit-in-wording komen we binnenkort uitvoerig terug. Nu alvast moeten we u zeggen, dat een vrij uniek tuin- en kassencomplex aan de universitaire „complexen" (in de goede en materiële zin van het woord) is toegevoegd, dat ongetwijfeld zal bijdragen tot het goede aanzien van de VU, zowel in wetenschappelijk opzicht als in architectonische zin.
4e academiedag UITNODIGING aan de leden van de wetenschappelijke staf en de ouderejaars studenten Met veel genoegen nodig ik u uit de vierde academiedag van onze universiteit bij te wonen. Alle faculteiten en subfaculteiten hebben zich ingespannen op dit ogenblik in het bijzonder actuele onderwerpen aan de orde te stellen. Voorts hebben wij ons best gedaan de dag zo te kiezen, dat ook zij, die een functie hebben bij het voortgezet onderwijs, aanwezig kunnen zijn. Prof. dr. G. J. de Vries, hoogleraar in de Griekse taal- en letter-
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's