Ad Valvas 1967-1968 - pagina 269
\ï.*'/
WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT
15e JAARGANG
Nr. 24
29 maart 1968
INDUSTRIALISATIE Drs. J. A. de Jonge te Amstelveen hoopt op vrijdag 5 april te promoveren tot doctor in de economische wetenschappen. Als promotor treedt op prof. dr. W. J. Wieringa. Van het proefschrift getiteld: „De industrialisatie in Nederland tussen 1850 en 1914", volgt hier een korte samenvatting: Het proefschrift heeft tot onderwerp de eerste fase van de industrialisatie in Nederland. De kern van het onderzoek wordt gevormd door een analyse van de ontwikkeling in een tiental belangrijke bedrijfstakken, waarbij ampel gebruik is gemaakt van statistische gegevens die in weinig toegankelijke vorm in allerlei destijds verschenen departementale verslagen en andere overheidspublikaties zijn geboekstaafd. De structurele veranderingen in de nijverheid — zo blijkt uit dit onderzoek waarbij ook aandacht is geschonken aan veranderingen in de produktietechniek, in de arbeidsvoorziening, in de afzet en in de rechtsvorm van de ondernemingen — waren pas tegen het einde van de negentiende eeuw zo ingrijpend, dat men van industrialisatie kan spreken. In voorafgaande jaren, met name gedurende de „Greet Depression", die ook aan de Nederlandse volkshuishouding niet voorbijging, hebben blijken van vernieuwingsactiviteit weliswaar niet geheel en al ontbroken, toch pas na 1895 vonden deze initiatieven navolging over een breed front. Industrialisatie vormt geen geïsoleerd verschijnsel, doch is opgenomen in de gehele maatschappelijke constellatie. Deze verwevenheid komt naar voren in de beschouwingen die in het laatste gedeelte van het boek zijn opgenomen met betrekking tot relatie tussen de industrialisatie en de bevolkingsgroei, het schoolwezen, de welvaartsontwikkeling, het overheidsbeleid en de ondernemersorganisatie. In het laatste gedeelte van de dissertatie worden de behandelde facetten van het industrialisatieproces onder één noemer gebracht met behulp van het begrippenapparaat van W. W. Rostow, waarbij in het bijzonder wordt nagegaan welke afzonderlijke bedrijfstakken men als „stuwend" voor de gehele ontwikkeling kan beschouwen. stellingen I De economische ontwikkeling, opgevat in de betekenis die Schumpeter daaraan geeft, werd in Nederland tussen 1850 en 1914 voor een belangrijk gedeelte bepaald door de overgang op nieuwe kwaliteiten van bestaande artikelen. Vergelijk J. A. Schumpeter, Theorie der wirtschaftlichen Entwicklung. Leipzig 1912.
II De ondernemers in de pre-industrièle fase van de nijverheid, waarbij te denken valt aan degenen die in hun steenbakkerij of sigarenmakerij het produktieproces stil legden zodra hun winstverwachtingen onzeker werden, streefden» wel naar continuïteit, doch slechts ten aanzien van hun inkomen en niet wat de aard van het produktieproces betreft. Vergelijk H. C. Wytzes, Ondernemingsgroei en ondernemingsstrategie. Haarlem 1966. XI Voor studenten, die na hun afstuderen een werkkring in de industrie ambiëren, is het deelnemen aan een volkshogeschoolcursus zeer aan te bevelen. personalia Jan Aart de Jonge werd in 1926 te Delft geboren. Na zijn HBS-opleiding studeerde hij aan de Economische Hogeschool te Rotterdam. Hij werkte van 1951 tot 1954 bij het Centraal Planbureau, waar hij betrokken was bij de opstelling van de economische jaarplannen. Na enige jaren als cursusleider gewerkt te hebben op de volkshogeschool Olaertsduyn, trad hij in dienst bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Sinds 1965 is de heer De Jonge als medewerker voor de sociale en economische geschiedèsnis verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. /
exposorium Van 25 maart tot en met 13 april wordt in de kantine van het Provisorium der Vrije Universiteit een tentoonstelling gehouden van schilderijen, gouaches en tekeningen welke voor dat doel in bruikleen zijn afgestaan door Galerie ,,De Berenkuil", Nassaupark 4a, te Bussum. Het betreft hier werken van: Stefan Buys, Geertrui Charpentier, Ger Daniels, Thea en Jan Gregoor, Jaap van der Pol, Albert Romero, Pierre Schwartz en Jan van Wensveen. Op de meeste werken verstrekt het Rijk bij aankoop een subsidie van 25 %. Inlichtingen hierover worden u gaarne verstrekt door „De Berenkuil" te Bussum. Telefoon: 02159-14855.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's