Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 229

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 229

5 minuten leestijd

«

advalvas

WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT

15e JAARGANG Nr. 20 1 maart 1968

de samenhang der wetenschappen Toespraak van prof. dr. ir. H. van Riessen op het studentendehat over: De toekomst van de Vrije Universiteit, gehouden op 8 februari 1968. Onze zorgen over de samenhang der wetenschappen zijn van recente datum. Mannen als Aristoteles en ook Leibniz gingen er niet onder gebukt. Een man van wetenschap kon het hele veld overzien, terwijl de praktijk beneden zijn waardigheid was. Op beide punten is de toestand grondig veranderd. De snel zich uitbreidende wetenschappelijke kennis is reeds geruime tijd teveel voor de enkele mens, zodat hij zich in toenemende mate moet specialiseren en van de mensen uit gezien de samenhang der wetenschappen met ontbinding bedreigd wordt. Bovendien hebben de wetenschappen zich ongeveer vanaf het begin van de vorige eeuw steeds sterker geconcentreerd op hun praktische toepassing. De invloed van de wetenschap op de praktijk is thans reeds zo groot, dat de wetenschap de in geestelijke zin leidinggevende macht der cultuur is geworden. De universiteit heeft de kerk, die tot nu toe deze rol vervulde, van het voorplan verdrongen. De kerk is, zoals Rahner zegt, in de verdediging en op de terugtocht. De grote versnelling, die de geschiedenis in onze dagen heeft gekregen en de enorme menselijke macht, die de cultuur thans vervult en die ook oorzaak is van genoemde versnelling, plaatsen de mensheid voor zeer ernstige problemen, die in een specialistische wetenschappelijke benadering zelfs niet aangeraakt worden. De samenhang der wetenschappen, die in de mist der specialisatie dreigt te verdwijnen, is in de geschiedenis voor het eerst een dringende behoefte geworden. Een jaar college over dit onderwerp zou ons ergens kunnen brengen, maar wij zullen nu moeten zien, wat in een kwartier te bereiken is. De samenhang der wetenschappen is voorondersteld in de benaming wetenschap. Hij is dan ook een eis van de wetenschap als zodanig, waarvan wetenschappelijk rekenschap gegeven moet worden. Zoals we zagen verlangt ook de praktijk een geïntegreerde wetenschappelijke benadering. Met het oog daarop kunnen we stellen, dat de toekomst van wetenschappelijke arbeid gekenmerkt zal worden door teamwork, dat de Amerikaan bij zijn geboorte Ujkt mee te krijgen, terwijl de Europeaan het onderweg moet aanleren. Binnen niet al te lange tijd zal zelfs de wijsgeer als schakelfiguur tussen de diverse wetenschappen zijn onontbeerlijke

plaats in de groep gaan innemen. Hij zal dan hopeUjk ook als de provocateur van de pragmatisten en van de positivisten optreden. Maar voor de oplossing van genoemde problemen is met teamwork zonder meer nog niets gewonnen. De beslissende vraag is immers, hoe een geïntegreerde wetenschap invloed op de praktijk uit moet oefenen, in welke richting zij deze praktijk moet sturen. De wetenschap aldus geëngageerd zal tenminste mede de weg moeten wijzen. Kan de wetenschap dat? Velen menen, dat wetenschap in eigenlijke zin daartoe niet in staat is. Het is echter niet moeilijk om aan te tonen, dat zelfs elke specialistische bewering der wetenschap, die van betekenis is voor de praktijk, mede bepalend is voor de koers van de gebeurtenissen, waarop zij doelt.

zie achterpagina Dit vraagstuk werpt ons terug op de vraag, wat wetenschap is. Zij is tenminste een wijze van menselijk kennen. Er zijn evenwel andere vormen van kennis, zodat de vraag opkomt naar de eigenaardigheid van wetenschappelijke kennis. Wie dit vraagstuk negeert staat als wetenschappelijk man als een blinde temidden van de geweldige problemen van onze dagen. Dat is natuurlijk weinig belovend voor een werkelijke oplossing van die problemen. Als men dit vraagstuk, dat we hier voor het overige zullen moeten laten rusten, niet al te bijziend tegemoet treedt, ontdekt men al gauw, dat men bij grensproblemen terecht komt,

problemen die de wetenschap zelf niet meer tot oplossing kan brengen. Om één voorbeeld te noemen: Het karakter van wetenschappelijke beweringen verschüt zozeer van de structuur van het gegevene dat onderzocht wordt, dat men nog slechts kan zeggen, dat wetenschap kennis omtrent het gegevene biedt maar dat men wetenschappelijke kennis niet kan opvatten als een benadering van de werkelijkheid, die ons voor onderzoek gegeven is. Maar wat brengt wetenschap dan wel tot uitdrukking? Deze en dergelijke vragen voeren ons over de grens der wetenschap naar haar vooronderstellingen, naar het terrein waar geloof de grond voor wetenschap biedt en haar zin bepaalt, ook met betrekking tot de koers die de wetenschap in haar toepassing voorhoudt aan de praktijk. In ons geval zijn wij dan aangeland bij de grondslag van de Vrije Universiteit. Het zal langzamerhand duidelijk zijn, dat ik op een andere golflengte uitzend dan de opstellers van de stellingen voor het congres: De toekomst van de Vrije Universiteit. Versta ik hen goed dan is voor hen de grondslag nog slechts een traditioneel aanhangsel van de VU. Ik heb geen stelling kunnen vinden, erkennend dat de grondslag, zoals hij bedoeld is, onze universiteit haar dynamiek geeft. De betekenis van de grondslag voor de wetenschap wekt geen belangstelling meer; de pil, de bom en de ontwikkelingshulp, dat zijn de soort vraagstukken, die alle aandacht van de universiteit behoren op te eisen, zo meent men. In haar praktisch engagement zal de VU zich waar moeten maken. Dat lijkt mij de strekking der stellingen. De stellingen zijn intelligent, eerUjk en openhartig, zelfs uitdagend. Zij zijn evenwel ook bevooroordeeld. Zonder nu stelling voor stelling daaraan te binden, kan men zeggen, dat het geheel, terwijl het de grondslag van de VU niet meer ernstig neemt, verraadt zelf een andere grondslag te hebben. Wij zouden deze grondslag kunnen omschrijven als een pragmatische stellingname voor een wetenschap, die onafhankelijk is van geloof, voor een neutrale wetenschap zo men wil. Deze opstelling is een uitdaging aan de VU, maar wij willen de bal terugspelen. Van de praktijk uit gezien is de pragmatische opstelling het tegendeel van wat zij bedoelt, nl. van geringe nuttigheid. Men wil bij die opstelling te haastig vruchten van de wetenschap zien. Deze vaart echter pas wel als zij de kennis om haarzelf op het oog heeft, als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 229

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's