Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 293

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 293

6 minuten leestijd

«) ad valvas WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA DER VRIJE UNIVERSITEIT

15e JAARGANG

Nr 26

3 mei 1968

NATUURWETENSCHAP EN MENS Op 8 en 9 apnl 1968 vond in de Ridderzaal te Den Haag het wetenschapscongres „Leven met de Wetenschap " plaats Dit congres was belegd door de Akademie van Wetenschappen en de Academische Raad Prof. dr J Lever heeft daar een rede uitgesproken, getiteld „Natuurwetenschap en Mens". Deze rede heeft volgens de krantebenchten met nagelaten diepe indruk te maken op de congressisten. De redactie van Ad Valvas heeft professor Lever verzocht de rede onverkort te mogen weergeven. Dit zal in twee afleveringen geschieden waarvan hieronder de eerste volgt Het was op een late zomeravond te warm m Amsterdam Daarom reed ik in de auto naar de kust bij Bloemendaal en gmg op de buitenste duinrand zitten Het was inmiddels donker geworden De lucht was helder en vol sterren De maan was opgekomen Beneden lag vaag zichtbaar het verlaten strand, het was eb en de zee hchtte In de verte ronkte een vhegtuig Waaraan gaat men onder dergelijke omstandigheden denken'' oeroud materiaal Ik besefte mij aan de schaduwzijde van een draaiende bol te bevinden waarover voortdurend twee fronten lopen, één van ontwakende activiteit van de mens, van dagdieren en van de photosynthese m de groene planten, en een ander waarbij dit alles tot rust komt, terwijl de nachtdieren juist ontwaken Over de aarde lopen tevens de getijdengolven onder invloed van de maan en ook deze beïnvloeden het leven, vooral m zee Ik herinnerde mij dat onlangs een studie') van periodieke groei-üjnen in fossiele koralen de veronderstelling bevestigd had dat de omwentehngssnelheid van de aarde langzaam afneemt 370 müjoen jaren geleden duurde een dag slechts 22 uren en gingen er 400 dagen in een jaar, verdeeld over 13 maanden Vermoedelijk draaide de aarde aanvankelijk zo snel dat de dag slechts 10 uren duurde Boven raij was de Melkweg zichtbaar Ik had pas m een boek van Hoyle^) gelezen dat hierin naar schatting ongeveer 100 miljard sterren voorkomen, terwijl met een 200-inch telescoop tussen de 100 en 1000 miljoen melkwegstelsels te zien zijn De versten hggen zo'n 3 miljard lichtjaren van ons verwijderd Ook de aarde heeft een ouderdom van miljarden jaren en ik peinsde er over dat alle matene waaruit ik bestond, en die door voeding en ademhaling was verzameld, dus zo oud was Een mens is een tijdelijk wezen, bestaande uit wisselend oeroud materiaal, ') New Scientist, 29, 828, 1966 ^) F Hoyle, Frontiers of Astronomy, 1955

dat reeds talloze malen in allerlei organismen heeft gefunctioneerd Als bioloog begon ik er haast vanzelf aan te denken hoe lang geleden in de zee, daar voor mij, het mysterieuze proces begonnen was, dat langs vele omzwervingen van en via miljoenen ononderbroken generaties mij op deze dumtop had doen belanden Geen onzer ontelbare voorouders bleef kinderloos, maar wel hebben zij vrijwel allen als uitzondenngen de voortplantingsleeftijd bereikt en het IS griezehg te bedenken dat van de mynaden geslachtscellen net die voor ons elkander steeds gelukkig gevonden hebben Of zouden wij ook langs een andere rij knopen van het genen-vlechtwerk hebben kunnen ontstaan'' nieuwe gedachten Op dit mijmermgspunt aangeland werd ik getroffen door de realisenng dat alles wat ik tot nu toe gedacht had door onze mensehjke voorouders van slechts enkele eeuwen geleden niet gedacht had kunnen worden Maar ik dacht niet alleen anders, ik hoorde en zag ook andere dingen Deels waren deze werkelijk nieuw, zoals het vliegtuig in de verte, dat wel een atoombommenwerper kan zijn geweest, zoals het verlichte schip aan de einder, en zoals de satelliet die ik net te voren zijn regelmatige baan tussen de sterren had zien gaan Maar zelfs de dingen, die onze voorouders ook met hun zmtuigen waarnamen, zijn voor ons anders geworden En zoals zij met hetzelfde konden denken als WIJ, zo kunnen wij niet meer denken zoals ZIJ Wij kunnen niet meer echt denken dat WIJ op een platte schijfvormige aarde leven met water er om en er onder en met een hemelgewelf er boven met gaatjes waardoor het hemeUicht schijnt, of dat de hemellichamen goden zijn die onze levensloop bepalen De sterren zijn ons niet meer zo nabij, dat ZIJ door een toren van Babel bereikbaar zijn WIJ kunnen ons zelfs niet meer voorstellen dat het zeewater hcht, omdat wij weten dat dit door ontelbare eén-cellige flagellaten geschiedt

WIJ zijn ons ook bewust dat de mensheid steeds nieuw denkt, dat wij sommige nu belangrijke dingen m 1958 nog niet konden denken en dat wij, bij leven en welzijn, m 1978 weer nieuwere gedachten zullen denken WIJ weten tevens dat nu, in de wereld en m deze zaal, met ieder gelijk en even meuw denkt Het is ook duidelijk dat m sommige perioden van de geschiedenis het percentage nieuwe gedachten, die de gemiddelde mens beroeren, hoger is dan in andere Voorts staat vast dat vroeger de nieuwe gedachten m n vanuit de sfeer van religies en filosofieën voortkwamen, maar dat onze meuwe gedachten, verwachtingen, wensen en angsten dikwijls door de natuurwetenschap worden aangevoerd, dan wel door haar worden geïntroduceerd, of door gebruik of misbruik van haar resultaten worden opgeroepen beeld van de werkelijkheid De Bloemendaalse nacht voert regelrecht naar het onderwerp van deze voordracht, dat in het kader van dit congres omschreven kan worden als de betekenis van de natuurwetenschap voor het leven en beleven van de mens Het gaat daarbij - daar de technische kant hiervan in een volgende voordracht ter sprake komt speciaal om de jnvloed en waarde van de natuurwetenschap op en voor ons beeld van deze werkehjkheid, de perspectieven van ons denken, ons levensbesef, onze wereldbeschouwing Dit complex van vragen zou alleen reeds voldoende zijn voor een meerdaagscongres, zodat men van de huidige spreker - die over dit moeilijke thema hever, en zeker zelfbewuster, zwijgend op een duintop, dan hardop achter deze lessenaar denkt - slechts een beperkte en persoonhjk getinte bijdrage mag verwachten, waarm een aantal facetten ter overdenking wordt aangeboden Het beste zicht op het onderwerp wordt verkregen wanneer dit historisch benaderd wordt, nl tegen de achtergrond van de geschiedenis van deze planeet, en dat wil dan tevens zeggen — de inleiding was een aanloop hiertoe - m het kader van het huidig wereldbeeld Dit standpunt wordt bewust gekozen daar alle verdere invloeden van de natuurwetenschap op mens en maatschappij accenten verkrijgen vanuit het beeld dat op grond van kennis en inzicht van deze werkehjkheid wordt gevormd Het gaat er daarbij vooral om te gaan zien waar mens en natuurwetenschap te voorschijn zijn gekomen en zijn gaan functio-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's

Ad Valvas 1967-1968 - pagina 293

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967

Ad Valvas | 356 Pagina's