Ad Valvas 1967-1968 - pagina 170
in Den Haag, werd voor de NCRV-radio geinterviewd en had ook nog informele contacten met vooral de „ULCbezoekers" prof. mr. P. Borst en drs. G. J. Leibbrandt. Dat het bezoek aan Nederland slechts een onderdeel is van het uitgebreide programma van de contactreis der delegatie blijkt uit een opsomming van de andere plaatsen die men aandoet. Rome, Geneve, Stuttgart, Bonn, Brussel, Amsterdam, New York, Washington en Londen. Uiteraard zullen we in Ad Valvas de te verwachten ontwikkelingen in de reactie van ULC en VU op de voet volgen.
DS BIJLEFELD ALS STUDEI\iïEI\l PREDIKANT GEÏNSTALLEERD Na door ds. A. Spijkerboer in het ambt te zijn bevestigd heeft ds. P. Bijlefeld in dezelfde avonddienst in de Pinksterkerk aan de Van Boshuizenstraat op zondag 14 januari zijn intrede gedaan. De m niet al te grote getale opgekomen kerkgangers hoorden twee korte preken aan. Ds. Spijkerboer had als tekst gekozen 1 Cor. 3 : 1 1 „Want een ander fundament dan er ligt, nl. Jezus Christus, kan niemand leggen". Hij zei o.m. dat de opdracht van de nieuwe studentenpastor was zijn gemeente verder te bouwen op dit fundament. Hij waarschuwde hem ertegen ,,de gevierde dominee" te worden: ,,In laatste instantie bent u alleen tegenover Christus verantwoording schuldig". De intreepreek van ds. Bijlefeld handelde over de bruiloft te Kana, speciaal de tekst (Joh. 2 : 10b): „Gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard". ,,Overal", zo zei hij, „waar Christus ten tonele verschijnt, ontstaat er verwarring en verandering". De bruiloftsgasten zijn met veel te weinig al erg tevreden geweest. De verlegenheid, die er eerst was omdat de wijn dreigde op te raken, komt er met de nieuwe weer, wegens de mate waarin dat tekort wordt opgeheven. Ds. Bijlefeld zei in de nieuwe wijn een teken van Messiaanse werkelijkheid te zien; en doelend op het verlossingswerk van Christus: ,,we mogen met niets meer of minder genoegen nemen dan met het teken dat God ons gaf." Na de kerkdienst konden de aanwezigen en kennismaken met de nieuwe studentenpastor èn koffiedrinken.
RIJKSSTUDIETOELAGEN In Ad Valvas van 12 januari 1968 heeft u op pagina 6 een mededeling over het aanvragen van een rijksstudietoelage voor het jaar 1968-1969 kunnen lezen. Herplaatsing is niet mogelijk en daarom wordt hier slechts naar de inhoud van bedoelde mededeling verwezen. Met nadruk wordt thans nog herhaald, dat 1 februari 1968 de sluitdatum is voor het inzenden c.q. inleveren van witte en gele aanvraagformulieren. Voor degenen, die de formulieren rechtstreeks toegezonden kregen, gold 1 januari trouwens als uiterste datum voor inzending. 2
II „Het agogisch moment in het pastoraal optreden " is de titel van het proefschrift, waarop drs. J. Firet te Amsterdam vandaag promoveert tot doctor in de theologie. Promotor is prof. dr. R. Schippers. De dissertatie wordt als volgt samengevat: In de praktische theologie is veel aandacht geschonken aan de vraag, of in het pastoraal optreden — in prediking, catechese en zielzorg — plaats is voor agogie. Zowel degenen die deze vraag bevestigend als zij die haar ontkennend beantwoordden gingen uit van de opvatting, dat „agogie" IS. het opzettelijk beïnvloeden van iemand door een agoog (een opvoeder, leraar, evt. pastor) in een door die agoog bepaalde richting. WU men voor het pastoraal optreden het probleem zuiver stellen, dan moet dit agogie-begrip kritisch bezien worden. Uit deze beschouwing blijkt, dat ,,opvoeding" en ,,opvoeden" niet vereenzelvigd mogen worden. „Opvoeden" is: het direct en opzettelijk (ped-)agogisch handelen; „opvoeding" is een begrip dat een kritische
functie vervult t.a.v. dat handelen, maar ook t.a.v. heel het samenleven en de omgang van iemand, die voor het menszijn en de mens-wording van een ander verantwoordelijkheid draagt, met die ander. AUes wat in een dergelijke spanningsverhouding gebeurt en wat gericht is op het zelfstandig geestelijk functioneren van de ander, in zuivere receptiviteit, zuivere discretie en creativiteit, heeft agogische kwaliteit. Ziet men het pastoraal optreden als intermediair van het komen van God in zijn woord, dan blijkt aan dat optreden een agogisch moment inherent te zijn. Als God komt tot een mens, wordt die mens betrokken in een veranderingsproces, dat zijn geestelijk functioneren, zijn zich-orienteren en zich-verhouden betreft. Met het oog op de methodiek van het pastoraal optreden en de opleiding en vorming tot het pastoraal beroep wordt nagegaan, hoe dit optreden agogische kwaliteit kan verkrijgen. enkele stellingen I De verzamelde gemeente is de grondvorm van alle vormen van pastoraal optreden. VII De wonderverhalen in de evangeliën hebben niet de strekking te vertellen wat Jezus kan, maar wie Hij is. XIII Een vergelijkende, probleem-historische behandeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's