Ad Valvas 1967-1968 - pagina 248
19041968
IN MEMORIAM: PROF. DR. G. DE JONG Op 4 maart jl. is te Amsterdam na een lang durige ziekte overleden dr. Gerben de Jong, die gedurende een periode van bijna twintig jaar de Vrije Universiteit heeft gediend. Voordat hij, op 7 maart, op de begraafplaats Zorgvhed aan de oever van de Amstel ter aarde i oesteld, hebben de rector magnificus en de decaan van de interfaculteit der aard rijkskunde en prehistorie, in de grote kring van zijn familieleden en collega's en vele anderen, die hem een goed hart toedroegen, de betekenis van zijn persoon en van zijn werk geschetst. Gaarne voldoe ik aan het verzoek van de redactie om voor hen, die de begrafenis niet hebben kunnen bijwonen, over zijn leven en over zijn plaats in de Universiteit en in de wetenschappeUjke wereld iets te schrijven. Dr. De Jong is op 23 januari 1904 geboren te Scharnegoutum bij Sneek. Hij studeerde sociale aardrijkskunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij ook op 11 juli 1947 gepromoveerd is tot doctor in de letteren en wijsbegeerte op een proefschrift over de Duitse landbeschrijving in de 18e eeuw: Proeve van een systematisch en cultuurhistorisch onderzoek. Hij was van 1937 tot 1941 werkzaam aan het Inter nationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en de EconomischHistorische Bibliotheek te Amsterdam en daarna aan de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Leiden. Bij de instelhng van de faculteit der econo mische wetenschappen aan de Vrije Univer siteit in 1948 werd dr. De Jong geroepen tot lector in de economische aardrijkskunde, welk ambt hij op 5 november 1948 aan vaardde met het uitspreken van een rede over De geografie in haar verschillende vormen. Zeven jaar later werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar; het was op 14 okt. 1955 dat hij zijn intreerede hield over Denkvormen van het geografisch gebied in eenheid en verscheidenheid. Prof. De Jong heeft zich op verschillende manieren voor de uitbouw van de Vrije Universiteit ingezet, uiteraard in het bijzon der voor de economische faculteit. Twee maal, t.w. in de studiejaren 19561957 en 19621963, is hij opgetreden als abactis, terwijl hij in de jaren 19571958 en 1963 1964 als decaan heeft gefungeerd. Daarnaast heeft hij vele jaren lang het beheer gevoerd over de bibliotheek van de economische faculteit. ^ Sedert haar oprichting in 1960 heeft dr. De Jong ook deel uitgemaakt van de inter faculteit der aardrijkskunde en prehistorie. Het heeft hem als geograaf voldoening ge schonken dat hij sinds 1961, naast zijn vaste aandeel in de opleiding voor het kandidaats examen in de economische wetenschappen,
2
eveneens mocht bijdragen tot de opleiding voor het kandidaatsexamen in de sociale geografie aan onze universiteit. Het lag, gezien zijn ervaring en zijn belang stelling, voor de hand dat hij ook zitting heeft gehad in de Senaatscommissie voor de bibliotheek en in de Grondslagcommissie. Dr. De Jong heeft in de loop der jaren een reeks van publikaties het Ucht doen zien. Daar is in de eerste plaats een aantal ar tikelen, dat betrekking heeft op de biblio grafie (in de ruime zin van het woord) van geografische kaarten en atlassen. Het tweede terrein, waarop hij zich met voorHefde be •wogen heeft, is dat van de geografische theorie en methodologie. Behalve in zijn proefschrift, openbare les, oratie en enige artikelen heeft hij van zijn inzichten dien aangaande getuigenis afgelegd in een tweetal boeken, t.w. Het karakter van de geogra fische totaliteit (1955) en Chorological differentiation as the fundamental principle of geography (1962). Prof. De Jong heeft met name door zijn wetenschapstheoretische studies in de aca demische sociale geografie van het naoor logse Nederland een wel zeer eigen positie verworven. Deze positie is tevens een tame Hjk eenzame geweest, althans in nationaal verband gezien. Dit vindt in de eerste plaats verklaring in het klimaat van de weten schappelijke stromingen, welke de sociale geografie in ons land in de achter ons üggen de jaren hebben gedomineerd, en dat in toenemende mate gekenmerkt is door een sterke maatschappelijke betrokkenheid enerzijds en het opkomen van diverse prag matische thematische specialisaties ander zijds. In deze sfeer is aan de even nood zakelijke theoretische bezinning weUicht te weinig aandacht besteed en zeker aan een bezinning op de eenheid der geografische wetenschappen, waarvoor dr. De Jong steeds is opgekomen. De tweede reden waarom diens weten schapstheoretische inzichten tot dusver — in het eigen land niet meer weerklank heb ben gevonden, schuilt in de aard en strekking daarvan die meer synthetisch dan thematisch was en meer op structuren dan op processen was gericht. Daarbij komt de vaak niet eenvoudige zeer formele wijze waarop hij aan zijn denken uitdrukking heeft gegeven. Te verwachten is echter dat, naarmate de meer formeellogische object benadering onder angelsaksische invloed in Nederland veld wint, het werk van dr. De Jong meer benut zal worden. Hier tegenover staat dat zijn denkwijze internationaal veel meer erkenning heeft gevonden. Er zijn weinig Nederlandse geo
grafen, van na èn voor de oorlog, wier ge schriften in het buitenland zo waarderend besproken en instemmend aangehaald zijn. Dit geldt met name voor de Verenigde Staten en voor Duitsland. Het was met de nestor van de Amerikaanse sociale geografie, Richard Harthorne, dat dr. De Jong zich het meest verwant voelde en met wie hij zich,_ door hun langjarige wetenschappelijke cor respondentie, ook nauw verbonden heeft geweten. In dit verband is opmerkelijk dat in de laatste jaren verschillende jongere Neder landse sociaalgeografen juist via buiten landse publikaties met zijn denken in aan raking zijn gekomen. In dit licht gezien is het verdrietig dat het dr. De Jong door zijn ziekte niet meer gegeven is geweest van zijn uitverkochte studie over de geografische totaliteit een herziene nieuwe druk voor te bereiden. Nog in een ander opzicht heeft dr. De Jong een aparte plaats ingenomen. Weinigen hebben als hij immer het goede recht van andere zienswijzen erkend. Bescheiden en irenisch als hij was, heeft hij nimmer uit drukkelijk tegen anderer methodologische opvattingen stelling genomen: een houding welke bij zeer systematisch en schematisch denkende wetenschapstheoretici zeer wei nig wordt aangetroffen. Zo rijst uit zijn wetenschappehjk werk geen andere persoonlijkheid op dan die wij in de dagehjkse persoonlijke omgang hebben mo gen leren kennen. Hij trad niet gaarne op de voorgrond en hij raakte niet graag in een dialoog verwikkeld hetgeen niet wil zeggen dat hij niet ten aanzien van vele zaken een duidelijk om lijnd standpunt innam, en bleef innemen. Hij was ook zeer consciëntieus: hij heeft al zijn werk altijd met een voorbeeldige ijver, zorg en toewijding verricht zolang als hem dit fysiek mogelijk was en ook nog toen het hem eigenlijk niet meer mogelijk was. Hij was en bleef daarbij ook zeer goedhartig, van welke goedhartigheid vele honderden getuigen bestaan. Daarbij denk ik zowel aan zijn studenten als aan zijn medewerkers en collega's. Zo wordt prof. De Jong, als wetenschaps man en als een trouwe vriend, door velen gemist. Mogen zij ook dikwijls denken aan mevrouw De Jong, die het hem mogelijk heeft gemaakt zoveel in zijn studie op te gaan. Moge God haar op haar nu zo eenzame weg immer nabij blijven.
M. W. Heslinga
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's