Ad Valvas 1967-1968 - pagina 121
€) ad valvas WEEKBLAD VAN DE CIVITAS ACADEMICA D E R VRIJE UNIVERSITEIT
de val van wezel
Op 24 november heeft dr. A. Th. van Deursen, benoemd tot gewoon lector in de algemene geschiedenis van na [500, zijn ambt aanvaard met het geven van een openbare les, waarvan de korte samenvatting als volgt luidt: In 1609 sterft hertog Willem van Gulik, zonder Jcinderen na te laten. Onder de pretendenten die elkaar de opvolging betwisten treden Brandenburg en Palts-Neuburg het meest op de voorgrond. Voorlopig nemen zij de landen gezamenlijk in bezit. Beide vorsten streven echter naar de ongedeelde possessie. Zij trachten daartoe aanhang te kweken binnen en buiten de Gulikse landen. Brandenburg vindt steun bij de calvinisten, Neu burg bij de katholieken. In mei 1614 neemt de spanning zo zeer toe, dat er direct oorlogsgevaar ontstaat. De protestantse mogendheden treffen echter nauwelijks voorbereidingen, vooral de Nederlandse Republiek ontwikkelt zeer weinig initiatief. De Spaanse veldheer Spinola profiteert van hun traagheid, rukt de Gulikse landen binnen en bezet Wezel. Als het kwaad eenmaal geschied is, gaat men in het calvinistische kamp zoeken naar een schuldige. Dankt Spinola zijn succes alleen aan doortastender beleid, of ligt hier verraad verscholen? De eerste vraag is dus: hoe in de Gulikse hertogdommen de stof voor een conflict bijeen is gebracht; de tweede: hoe dit conflict tot een uitbarsting kwam; de derde: of het verloop van de strijd door verraad is beïnvloed.
balans en perspectief Dr. J. de Wit, benoemd tot gewoon hoogleraar in de ontwikkelingspsychologie, de pedologie en de speciale pedagogiek, heeft met het uitspreken van een rede - hieronder kort samengevat op 24 november eveneens zijn ambt aanvaard. In deze rede wordt een balans opgemaakt van hetgeen tot nu toe ten aanzien van de behandeling van probleem-kinderen is bereikt en worden enkele perspectieven geschetst die aangeven wat mogelijk in de toekomst van belang kan zijn. Besproken worden enkele eisen die aan een goed indelingssysteem dienen te worden gesteld, teneinde tot een betere differentiaaldiagnostiek te komen. Voorts wordt er gewezen op de mogelijkheden om nieuwe gegevens die op andere terreinen van de psychologie beschikbaar zijn gekomen, aan te wenden ten aanzien van de behandeling van kinderen. Achtereenvolgens worden in dit verband besproken: de z.g. gedragstherapie; gegevens uit de denkpsychologie die meer licht kunnen werpen op hetgeen in de speltherapie geschiedt; het belang voor de
15e JAARGANG
Nr. 11
i december 1967
speciale pedagogiek van systematisch onderzoek van de interactie tussen het kind en z"n dagelijks leefmilieu. De conclusie is dat er op het moment een grotere differentiatie in behandelingsmelhoden is te vinden. Daarbij is er een zoeken naar behandelingsvormen, die over een korter tijdsbestek zich uitstrekken alsmede een pogen op zo concreet mogelijk niveau de moeilijkheden die het kind heeft te benaderen. Ook ten aanzien van de contacten met de ouders geldt, dat het bijzonder zinvol is hen zeer concreet te doen ervaren waar stoornissen in de relatie tussen ouders en kind optreden. In dit verband wordt de traditionele adviespraktijk gerelativeerd en worden de mogelijkheden van gezinstherapie even aangeduid.
urinezuurpool en jicht Vandaag promoveert drs. J. C. de Vries te Amstelveen op het proefschrift, getiteld: ,,De betekenis van de bepaling van de urinezuurpool voor de diagnose jicht." Promotor is professor dr. G. A. Lindeboom. De dissertatie is hieronder kort samengevat. Jicht komt minder zelden voor dan men gewoonlijk aanneemt. De aandoening is gekenmerkt door aanvalsgewijs optredende gewrichtsontstekingen. De diagnose van de aanvallen zelf is als regel niet zo moeilijk, onder andere op grond van de frequent voorkomende localisatie aan de grote teen. In de symptoomvrije perioden, dus tussen de aanvallen, is men aangewezen op laboratoriumonderzoek. Essentieel is hierbij de - al meer dan een eeuw bekende - waarneming, dat het urinezuurgehalte van het bloedplasma van jichtlijders als regel hoger is dan dat bij gezonden. Dit plasma-urinezuurgehalte is echter een nogal variabele grootheid, zodat naar een verfijning van de diagnostiek van jicht is gezocht. Het proefschrift bespreekt met name één van deze onderzoekingsmethoden en wel de bepaling van de totale hoeveelheid urinezuur in het gehele lichaam, op een bepaald tijdstip aanwezig, althans voorzover deze hoeveelheid te meten is. stellingen I. De bevindingen, verkregen door microscopisch onderzoek van gewrichtsvocht van patiënten met een acute arthritis, kunnen een belangrijke steun vormen bij het stellen van de diagnose jicht. 6. Het voorschrijven van vitamine B-complex aan alle postoperatieve patiënten is een onnodige maatregel. 13. Het bij een praktijkvoering uitsluiten van ziekenfondsverzekerden druist in tegen de medische ethiek. personalia Jan Cornells de Vries is in 1929 te Amsterdam geboren. Hij studeerde aan de Gemeente Universiteit te Amsterdam, alwaar hij in 1954 tot arts werd bevorderd, ontving vervolgens zijn opleiding tot internist op de afdeling Inwendige Geneeskunde van de Vrije Universiteit (professor dr. G. A. Lindeboom). Hij is thans werkzaam in Amstelveen en in het Juliana Ziekenhuis te Amsterdam. Zijn adres is: Keizer Karelweg 84, Amstelveen.
nieuwe docent didactiek duits Directeuren hebben met ingang van i december dr. W. Kuiper te Haarlem benoemd tot docent voor de didactiek van de Duitse taal- en letterkunde. Met deze benoeming wordt voorzien in de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1967
Ad Valvas | 356 Pagina's