Ad Valvas 1968-1969 - pagina 70
ging van verschillende benaderingswijzen, i.p.v. een optelsom van genialiteiten. Een voorbeeld is het Nijmeegse project voor Neerlandici in de post-kandidaatsstudie over het politiek taalgebruik van voor de oorlog. Het project wordt door alle deelnemers geformuleerd, of in een paritair samengestelde commissie voorbereid. Het project zelf is ook een gezamenlijke aangelegenheid van studenten, wetenschappelijk personeel en overig personeel. Aansluitend aan de individuele interesses ontwikkelt elke deelnemer in het project een specifieke deskundigheid, die, men kan zeggen: onopvallend de vorm aanneemt van feitenkennis en methodisch inzicht. Deze verschillen zijn functioneel in het grotere geheel en drukken zich uit in een taakdifferentiéring binnen de groep. De huidige onder wijsverhoudingen zuUen vervangen worden door een egahtaire vorm van kennisoverdracht: een proces van kennisverwerving waarbij alle deelnemers actief samenwerken. Docent en student hebben elk een eigen deskundigheid. Inzichten en interesse zijn dan oOk een vorm van kennis. Wetenschap is steeds meer afhankeüjk geworden van haar produktiemiddelen: ruimte, materiaal, werkuren, etc. Het is daarom noodzakelijk dat de student in zijn opleiding vertrouwd raakt met de beheerstechnische facetten van het onderzoek, ofwel geen scheiding tussen wetenschappelijk- en beheerspersoneel. Examens en tentamens vervallen, collectief verworven kennis wordt niet meer individueel getoetst. De graad wordt bereikt na een bepaalde periode aan een project gewerkt te hebben; de deelnemers daaraan bepalen elks deskundigheid. De onderzoeksprojecten moeten in de loop van het onderzoek, met de inzichten van de deelnemers, van richting kunnen veranderen. De maatschappelijke relevantie van het onderzoek, samen met de theoretische relevantie ervan, zijn criteria voor de verdeling der gelden.
m zelfbeheer en de klassieke universiteitsidee De eenheid van de universiteit bestaat alleen nog als verstarde ideologie: in werkelijkheid is de universiteit een uiteenlopende verzameling van instituten. De eenheid daarvan wordt slechts gegarandeerd door een eenheid van bestuur op het hoogste niveau van de universiteit. Deze eenheid van de universiteit is niet meergebaseerd op een immanente eenheid der wetenschappen, maar is integendeel een beteugeling de genoemde uiteenlopende tendens. De eenheid van leraren en lerenden eigen aan de socratische dialoog is eveneens verloren gegaan. Ook de eenheid van onderwijs en onderzoek moest vervallen. Onderwijs werd de geformaliseerde overdracht van principieel toetsbare, in werkelijkheid ongecontroleerde resultaten van elders, vroeger verricht onderzoek.
De redactie biedt de lezers haar verontschuldigingen aan voor de foutieve spelling van de naam van prof. dr. Z. W. Sneller op bladzijde 2 van het nummer van vorige week: de door de faculteitsvereniging ingeleverde kopij is op dit punt niet gecorrigeerd.
2
In tegenstelling tot Maris, die probeerde de middelpuntvHedende krachten in de moderne universiteit de baas te blijven door een versterking van de hiërarchie, kan de verloren gegane eenheid alleen door een radikale democratisering van de universiteit weer gerealiseerd worden. De drie genoemde eenheden kunnen slechts in dit model gerealiseerd worden. Dit betekent een verregaande autonomie voor de kleinste eenheden van de universiteit: de onderwijs- en projectgroepen. De autonomie van de projectgroepen wordt telkens doorbroken naar een hoger niveau van openbaarheid.
met niet-universitaire instanties zijn eveneens openbaar, actieve èn passieve informatiepUcht. Eenheid van beleid De bestaande tweesporigheid van het beleid op gebied van onderwijs en onderzoek enerzijds en het financieel-economisch beleid anderzijds wordt vervangen door een eenheid van bestuur op alle niveaus van de universiteit. Decentralisatie Voorwaarde voor democratische beleidsbepahng is evenzeer decentralisatie van het beleid tot op het niveau waarop het beleid telkens betrekking heeft. Elke onderwijs- en onderzoekeenheid heeft dus, zo nodig, een geïntegreerde beheerstak. Autonomie Beslissingsrecht van al diegenen, die werken aan de universiteit zou zinloos zijn, als de universiteit als geheel niet autonoom zou zijn. De universiteit dient haar beleid zelfstandig te bepalen. Echter wel: 1. publieke verantwoording van pubheke middelen, 2. vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties kunnen opgenomen worden in paritair samengestelde adviserende commissies. V
eisen t.a.v. het beleid in een democratische universiteit Medebeslissingsrech t Alle geledingen binnen de universiteit stellen gezamenhjk de doelsteUingen van de universiteit vast, bepalen het beleid en zijn betrokken bij de organisatie op ieder niveau, al of niet via een vertegenwoordigende raad. Veran twoordingsplich t Bestuurders leggen de verantwoording af aan bestuurden, vertegenwoordiger aan vertegenwoordigden. Besturen verantwoorden zich tegenover de raden, de raden aan vergaderingen van hen, die zij vertegenwoordigen. Openbaarheid Het beleid op ieder niveau van de organisatie is openbaar. De relaties van de universiteit
model van een radenuniversiteit In grote lijnen als volgt: Dit model berust op de brede basis van een „project-raad", waarin alle deelnemers van een project d.w.z. hoogleraren, staf, studenten en overig personeel zitten. Deze project-raad moet haar beleid voorleggen zowel aan een tweede laag, de ,,faculteitsraad", bestaande uit vertegenwoordigers van de samenhangende projecten, als aan diegene, die de projectraad zelf vertegenwoordigt. De faculteitsraad moet zich weer verantwoorden aan zowel de universiteitsraad, die eenmaal per jaar door en uit de gehele universitaire bevolking wordt gekozen, als aan diegenen, die door de faculteitsraad vertegenwoordigd worden.
Mevrouw M. A. Schenkeveld-van der Bussen promoveert vandaag tot doctor in de Letteren op het proefschrift „Het dichterschap van Hubert Korneliszoon Poot". Promotor is prof dr. G. Kuiper. korte samenvatting van de dissertatie Het is de bedoeling van dit proefschrift om door een analyse van de poëzie in Poots eerste en laatste bundel deze beide bundels in hun eigen aard te schetsen en door een vergelijking van beide nader inzicht te verschaffen in de aard en ontwikkeling van Poots dichterschap. Voor de eerste bundel, de Mengeldichten van 1716, wordt de imitatieve werkwijze aangewezen als karakteristiek voor Poots door de literatuur geïnspireerd dichterschap. Volgende hoofdstukken analy-
seren de minnelyriek, de poëzie waarin Poot zijn visie op het dichterschap geeft en de religieuze gedichten. In het tweede deel, dat over het Vervolg der Gedichten (1735) handelt, komt Poots sterk verminderde aandacht voor zijn dichterschap ter sprake. Dan komt de persoonlijke poëzie aan de orde, die voor Poot in deze periode zeer typerende trekken vertoont. Een analyse van de natuurpoëzie in deze laatste bundel laat daarin belangrijke ontwikkelingen zien, zowel ten opzichte van Poots
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's