Ad Valvas 1968-1969 - pagina 153
Missa pro Defunctis. Intr.
B *
mi
5^>4-f. T
HJ^
E qui em * aetér fr ne :
I^
nam
-P.*—m
et lux perpétu a
-^-^:^-^,—-j do na
e is
iUiï *-*ir*^^
Dü
=ï^
lüce at
HET REQUIEM UAN DÜRUFL É Duruflé werd m 1902 te Louviers geboren Hij studeerde orgel bij Charles Tournemire (de componist van „L'orgue mystique") en Louis Vierne, compositie bij Paul Dukas Hij is organist van de St EtienneduMont te Parijs en leraar aan het conservatorium aldaar Zijn tot op heden laatst verschenen werk (hij schreef orgel en orkestwerken) is het Requiem, dat m 1947 als opus 9 het licht zag Het werd geschreven voor soll, koor, orkest (strijkers, hout en koperblazers, harp, celesta en slagwerk) en orgel, doch Duruflé zélf vervaardigde een begeleiding voor orgel alléén Over dit werk zegt Duruflé zelf het volgende „Mijn Requiem is volledig gebaseerd op de gregoriaanse thema's uit de dodenmis De ene keer is de muzikale tekst volledig geëerbiedigd, terwijl het orkest slechts steunt en commentaar geeft, een andere keer heb ik mij alleen door de latijnse tekst laten inspireren en soms het gregoriaanse gegeven geheel verlaten bv als de tekst bepaalde uitweidingen suggereerde, m het bijzonder in het Offertorium, het Sanctus en het Responsorium (Libera me) Het bijzondere karakter van het gregoriaans heb ik in dit werk pogen te bewaren zo heb ik zoveel mogelijk het „vrijzwevende" ritme van het gregoriaans (zoals vastgesteld door de Benedictijnen van Solesmes) trachten te verzoe nen met de moderne maatsoorten De muzikale vorm van elk onderdeel is in het algemeen gelijk aan de m de liturgie gebruikelijke (responsoriale en antifonale vormen zijn geëerbiedigd) Het orgel treedt zelden op de voorgrond, het dient slechts om bepaalde gedeelten te accentueren of om de te aardse klanken van het orkest te doen vergeten, het vertegenwoordigt hier de idee van de berusting, het geloof en de hoop " Tot zover de componist over zijn Requiem Bij de uitvoering op 6 februari zal het orgel de begeleiding alléén ver zorgen, een ieder, die de meesterlijke instrumentatie van het werk kent, zal moeten toegeven, dat daarmee een aparte dimensie weg valt, het IS helaas om praktische redenen noodzakelijk Het Requiem telt negen delen Introïtus Boven een guirlande in de „altviolen" bloeit de grego naanse melodie op „Geef hun, o Heer, de eeuwige rust en laat uw licht hen voortdurend beschijnen" Na het psalmvers (gezongen door alten en sopranen) wordt deze tekst herhaald, nu echter met de me lodie kanonisch in de begeleiding
Kyrie Ook hier de authentieke melodieën, nu polyfoon verwerkt Het Chnste eleison gebruikt eigen thema's Offertorium(Domme Jesu Chnste) Het eerste deel is van een visio naire kracht „Bevrijd hen uit de muil der leeuw, laat de hel hen met vershnden, laat hen niet in de eeuwige duisternis vallen" Wanneer daarna is herinnerd aan de belofte, aan Abraham gedaan, kan de solist de psalm aanheffen ,,Dank brengen Wij u, o Heer" Sanctus Na het ,,Hedig, heilig is de Here Sabaoth" klinkt in de verte het Hosannah, om weldra naar de climax toe te groeien, verstild klinkt dan het „Benedictus" Pie Jesu Evenals Faure in zijn dodenmis, gebruikt Duruflé van de sequentia (Dies irae) slechts de laatste regel De reden daarvan zal ongetwijfeld de lengte van de sequens zijn, tevens kan het de reactie zijn op de machtige toonschildenngen, waartoe een Verdi en een Berhoz zich door deze tekst heten inspireren „Rechtvaardige Heer Jezus, geef hen vrede" (mezzosopraan solo) Agnus Dei ,,Lam Gods, dat de zonden der wereld draagt, geef hen vrede", de letterlijke gregoriaanse melodie Communw Tweemaal khnkt a capella de tekst ,,Laat het eeuwige licht hen, o Heer, mét de heiligen in uw eeuwigheid beschijnen" Responsorium „Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood, op die ver schrikkelijke dag, wanneer Gij de hemel en de aarde zult bewegen en GIJ zult komen om de wereld met het vuur te oordelen" Driemaal wordt deze tekst afgewisseld met een vers (kenmerk van het respon soriale gezang) de bariton verhaalt van de vrees voor die dag, het koor zingt van de ,,dies irae, calamitatis et miseriae", de koorsopranen smeken om de eeuwige rust voor de gestorvenen In Paradisum „Laten de engelen u naar het paradijs brengen en de martelaren u ontvangen en naar de heilige stad Jerusalem voeren Dat het koor der engelen u opneme en ge met de arme Lazarus de eeuwige rust deelachtig moge worden " Dit deel en daarmee het gehele werk emdigt in het uiterste pianissimo op een akkoord, dat volgens de klassieke harmonieleer om een ant woord vraagt (dominantnoneakkoord) Het antwoord blijft uit, wie zou dat immers kunnen geven' Het lijkt een bijzondere gebeurtenis te zullen worden, dit m de rooms katholieke traditie gewortelde werk te beluisteren in een vertolking door een van huis uit protestants koor Bernard P Wmsemius
Donderdag 5 februari in de Mozes en Aaronkerk Aanvang 20 15 uur.
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's