Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 180

7 minuten leestijd

nam heel wat wind uit de opgestreken zeilen. Hij blijft bezwaar maken — zo weten we nu tegen publikatie van de notulen van de commissie-Andriessen (daarover is het langst gedebatteerd: men vond dat ondemocratisch); maar hij wil wel een neerslag geven van de beraadslagingen van deze commissie. Hij vindt dat de studenten hem best hadden mogen uitnodigen voor een gesprek en beloofde zelfs „een d a g e " te zullen terugkomen als daaraan behoefte was: men zou van te voren kunnen overleggen over het programma. Hij sprak zowel: „denkt u toch eens even na!" als „ik tart u te bewijzen, dat ik iets niet ben nagekomen van wat ik beloofd heb." Kortom: hij „speelde" met de zaal, die hem tenslotte met applaus liet vertrekken om „ook nog iets te kunnen zien van alles wat hier zo voortreffelijk gebouwd wordt". De radiocommentator heeft het

's avonds wel fraai onder woorden gebracht: De minister kwam, zag en overwon. Enfin: besprekingen en ingebruikstelling/ bezichtiging mogen dan lijken wat minder aandacht te hebben gekregen: ze waren er toch ook nog. En het feestelijke element bleek echt niet beperkt tot de geweldige bloemversiering van de grote hal en bestuurskamer van het faculteitsgebouw. Vele honderden gasten hebben in deze ruimten op voor de VU toch wel min of meer uitbundige wijze een dikke streep gezet onder de vreugde, die er mag zijn bij het bereiken van een zoveelste mijlpaal in de nieuwbouw. De discussianten van het intermezzo-in-hetprogramma ontbraken daarbij: zij woekerden met hun kasten en vele andere spullen die samen met de verhuizers naar het „gele radium" moesten worden overgebracht: zelfs de spandoeken gingen de verhuiswagens in! R.

HEitsTiniiniiirEitiKi; In de serie LI. (informerende interviewtjes) ditmaal een onderwerp, waar Posthumus blijkens zijn nota nogal aan verknocht is, een onderwerp waar veel studenten een vooroordeel tegen hebben en veel docenten merkwaardig genoeg nooit gebruik van maken: de objectieve studietoets, met name de multiple choice test. Het woord is ditmaal aan drs. G. C. van der Veer, wetenschappelijk medewerker aan de subfaculteit der Psychologie. DRS. GERRIT VAN DER VEER: „VAN OBJECTIEVE STUDIETOETSEN KUN JE NET ZOVEEL MISBRUIK MAKEN, ALS VAN ANDERE TENTAMENVORMEN." Av: In punt 5.5 (Beoordelingsproces en examenprogramma) zegt Posthumus: „Om studie- en onderwijsprocessen te kunnen onderzoeken, optiraaUseren en structureren is het dus nodig de beoordelingsmaatstaven te standaardiseren." Is 61ke examen- of tentamenstof in standaardvorm aan de studenten voor te leggen? vdV: Nee, dat hgt aan het onderwerp: statistiek of wiskundevraagstukken zijn eenvoudig op het antwoord te controleren. Je kunt iemand die het juiste antwoord vindt, met een foute methode één punt geven; iemand, die met een juiste methode het goede antwoord niet vindt, bijv. door een rekenfout, ook één punt en iemand die op de goede manier aan het juiste antwoord komt, twee punten. Een multiple choice-test is bedoeld om alle andere mogelijkheden uit te sluiten. Daarom kun je ook niet elke vraag in multiple choise onderbrengen. Zodra van de studenten iets creatiefs wordt gevraagd gaat het niet. Dat wil niet zeggen dat er in die gevallen niet objectief valt te scoren. Tijdens een bij ons gehouden practicum moeten de studenten bijv. uit een aantal gegevens een hypothese distilleren. Dat is niet voor te programmeren. Maar als docent kun je een aantal categorieën aanhouden, waar elke deeloplossing van het vraagstuk binnen valt. Je moet dan een schaal ontwikkelen, waarin bijv. de beoordeüng valt van rekenfouten, het te veel of te weinig gebruiken van grafieken e.d.; de praktijk heeft geleerd dat de uitslag door de ene docent op die manier berekend, weinig afwijkt van de beoordeling door een andere docent, als je de beoordelingscategorieën zorgvuldig vaststelt. Av: Posthumus zegt in 5.9: „Men kan, uit de

2

aard der zaak niet ieder jaar dezelfde opgaven verstrekken, maar wel zijn methoden ontwikkeld om verzamelingen van opgaven op elkaar te ijken." Worden die methoden door u ook toegepast? vdV: Ja, een docent die op multiple choice is overgegaan beschikt op de duur over een grote pool van items waaruit regelmatig wordt geput. De items moeten dan in categorieën zijn verdeeld, die onderling sterk in moeUijkheidsgraad kunnen verschillen, maar per categorie kun je wel 100 vragen van dezelfde moeilijkheidsgraad bedenken. Na het opstellen van een test volgt de item-analyse, en als dan toch nog bhjkt dat een bepaald item onverwachte moeilijkheden bij beantwoording en/of beoordeüng oplevert, maak je er bij de eindbeoordeling gewoon geen gebruik van. aV: Zijn er faculteiten, die van de gegevens van uw faculteit gebruik maken voor de opstelling van hun tentamens en examens? vdV: Nee, alleen de Verpleegstersschool heeft ons programma geleend. aV: Kan een docent gemakkelijk misbruik maken van een multiple choice test, om bijv. slechts een bepaald aantal studenten tot de doctoraalstudie toe te laten? vdV: Het is net zo gemakkelijk om er misbruik van te maken als van andere tentamenvormen. Als je, zoals gebruikelijk, het percentage geslaagden laat afhangen van de score op bepaalde kern-items, hoefje die alleen maar moeilijker te maken. aV: Hoe bepaalt men dan welke studenten geslaagd zijn? dV: Je bepaalt eerst hoeveel er geslaagd zijn. Met behulp van de kern-item-methode (nl. vaststelling welke items persé goed be-

antwoord moeten zijn om te kunnen slagen) berekent de computer welk percentage studenten slaagt. Daarna ga je na wie er geslaagd is, door de scores van alle studenten in volgorde te rangschikken. Als de computer 60% geslaagden heeft berekend, valt de onderste 40% af. Daarbij kuimen dus ook mensen zijn, die alle kern-items goed beantwoord hebben. Av: Is een multiple choice test gemakkelijk op te stellen voor een docent in bijv. economie? vdV: Hij moet wel advies hebben van deskundigen. Het opstellen kost erg veel tijd. Je moet op elke vraag gelijkwaardige antwoordmogelijkheden bedenken, want als één antwoord te veel voor de hand Hgt kun je de vraag net zo goed achterwege laten. Daar staat tegenover dat de correctie betrekkelijk eenvoudig is. Multiple choice tests hebben bovendien het voordeel dat de docent de volgende keer hetzelfde materiaal kan gebruiken, dwz. geUjkwaardige vragen met dezelfde probleemstelling.

HETGEOGRAFISCH SYSTEBVIENDE GROEIPÜOLTHB)RIE Met het geven van een openbare les onder bovengenoemde titel aanvaardde drs. J. G. Lambooy op 14 februari zijn ambt van lector in de economische geografie. In de ruimtelijke ordening wordt te weinig rekening gehouden met economische factoren. Anderzijds wordt in de economie te weinig systematisch aandacht geschonken aan de ruimtelijke en regionale configuraties van de maatschappij. In de ruimtelijke ordening en het regionale ontwikkelingsbeleid dienen de regionale economie, de econometrie, de economische geografie en de sociale planologie meer samen te werken. De geografie kan daartoe o.a. bijdragen door middel van een uitdieping en operationalisering van de theorie van het geografisch systeem en de groeipooltheorie. Belangrijke hulpmiddelen daarvoor zijn de interregionale input-output analyses, de industriële complex-analyse, de analyse van „activity-systems", etc. De geografie zal zich moeten ontwikkelen van descriptieve tot predictieve wetenschap, waarbij een voortgaand gebruik van statistische en mathematische methoden dient te worden gemaakt. De geografie zal in haar bijdrage tot de groeipooltheorie vooral de nadruk leggen tussen de ruimtelijke relaties tussen de vier typen van functiedragers: gezinshuishoudingen, jproduktiehuishoudingen, socioculturele instellingen en staatkundig-administratieve eenheden. Het probleem van de sociale kosten bij agglomeratievorming zou intensiever dienen te worden bestudeerd. De concentratie van de Nederlandse geïntegreerde groeipolen in het westen van Nederland is een barrière voor de ontwikkeling van de noordeüjke provincies.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's