Ad Valvas 1968-1969 - pagina 71
Hubert Komelis zoon
Mufiu A Schenkeveldvan dur Dus5«n
Het dichterschap van Hubert Korneliszoon Poot • Een verge lijking van de Mengeldichten en het Vervolg der Gedichten
R)ot
eigen vroegere natuurlyriek als ook ten op zichte van vergelijkbare zeventiendeeeuwse poëzie. Een samenvatting geeft de vergelijking der twee bundels.
IX. Jacob van der Schueres betoog over de g (Nederduydsche Spellinge ed. F. L. Zwaan, p. 1820) kan het eenvoudigst geïnterpre teerd worden wanneer men aanneemt dat hij uitgaat van een uitspraakverschil tussen lag/ lach en koning/koninck, met dien verstande dat volgens hem de g in lag en koning stem hebbend wordt uitgesproken. Anders: Dr. F. L. Zwaan in zijn editie van de Nederduydsche Spellinge, GroningenDjakarta 1957, p. 5860.
stellingen I. Het centrale thema van de Mengeldichten is Poots dichterschap. 111. Huydecopers betoog over de Snede wordt ontsierd door een ernstige verwarring inzake de vraag of de Snede in het woord, dan wel in de versvoet valt. Cf. Balthasar Huydecoper, Proeve van Taal en Dichtkunde, Amsterdam 1730, p. 141152. personalia V. Het slot van Johan van Heemskercks in leiding in het eerste boek van zijn vertaling Maria A. Schenkeveldvan der Dussen werd van Ovidius' Ars amandi geeft ons geen in op 10 oktober 1937 te Rotterdam geboren. zicht inzake zijn opvattingen over het dich Na haar studie in de Nederlandse Taal en terlijk ambacht. Letterkunde aan de Vrije Universiteit deed Contra: D. H. Smit.Johan vanHeems zij in 1962 doctoraal examen. Zij trouwde in 1959 en woont sindsdien in Heemstede, kerck 15971656, A msterdam 1933, p. 94. Asterkade 28.
IS B E G O N N E N DEMOCRATIE TER DISCUSSIE Het falen van de huidige bestuursvorm van universiteit en faculteit en de noodzaak van een alternatief hebben in oktober geleid tot 4 discussieavonden in de faculteiten. De alom bekende 10 stellingen Democratisering Universiteit stonden hierbij ter discussie. Twee punten werden op elke avond weer besproken: 1. De berustende, niet geinteresseerde hou ding van veel studenten, samen met het gevoel van onmacht. 2. De Studieraad. punt 1 De apathie zag men als gevolg van een aantal factoren. Het streven naar een studieduur verkorting heeft geleid tot een strak studie program met maar weinig tijd voor proble men buiten de studie. De vrije tijd wordt dan alleen in geval van nood, de numerus fixus bij medicijnen, ge bruikt voor universitaire problemen. Een tweede factor zag men in het huidige onderwijssysteem dat de leerlingen dwingt zich te conformeren, niet te protesteren. De student is het niet geleerd kritiek te hebben op docent en inhoud en zal zich wil loos door de autoriteit, de professor laten leiden. Bovendien de derde oorzaak krijgt een nietingewijde soms de indruk dat de univer siteit het ook in de toekomst wel zal redden. Het zal nog wat meer schipperen en modde ren worden, maar het gaat. De ondoorzich tigheid van de huidige bestuursvorm, de voor velen onbegrijpelijke gang van zaken, leidt tot deze foute mening. Om deze desinteresse te doorbreken werden een paar methoden voorgesteld. Deze discus sies over de onderwijs en bestuursproblema tiek zouden op de colleges van, bij de pro blemen betrokken docenten gehouden moe
ten worden. Iedereen kan zijn bezwaren rechtstreeks uiten, de docent kan zich tegen de bezwaarden verdedigen en de resultaten van dit overleg zijn voor iedereen duidelijk. Een ander voorstel was om een docent waar moeilijkheden mee zijn, te boycotten. Een voorbeeld daarvan is het tentamen bij prof. Jolles aan de GU wat toen door de studenten geweigerd werd af te leggen. punt 2 Er was veel kritiek op de studieraden zoals deze nu functioneren. Het ontbreekt aan contacten met de vertegenwoordigde stu denten, zodat informatie van beneden af, zo als klachten en voorstellen, en van boven af, zoals weibereikte en niet bereikte resultaten, totaal onvoldoende doorstroomt. De verte genwoordigers schijnen hun plichten niet eens te kennen. Er werden drie voorwaarden gesteld waar aan een studieraad moet voldoen, wil hij blijven functioneren. Wordt er niet volledig aan voldaan dan is het beter het overleg af te breken. voorwaarden 1) Openbaarheid (zie ook Ad Valvas d.d. 8 november 1968, SRVU wil openheid). De vergaderingen en de informatie zijn voor iedereen toegankelijk. Dat houdt in dat er een actieve informatieplicht bestaat, alle stukken moeten zo veel mogelijk verspreid worden. Vertrouwelijk overleg is niet toe laatbaar. 2) De studieraad zal op korte termijn van een vrijblijvend adviserend orgaan omgezet moeten worden in een beslissend orgaan, de besluiten in de studieraad genomen zijn voor het faculteitsbestuur bindend. Dit houdt na tuurlijk in dat de raad paritair is samenge steld. Elke groepering hoogleraren, weten schappelijke medewerkers en studenten kie zen een gelijk aantal vertegenwoordigers.
Alle drie de groeperingen kunnen nieuwe onderwerpen op de agenda plaatsen. Aan de VU zijn reeds twee faculteiten hard bezig de besluiten bindend te doen worden voor het faculteitsbestuur. 3) Noodzakelijke voorwaarden bij vertegen woordiging zijn lastgeving, ruggespraak en verantwoording. Dit punt sluit nauw aan bij de reeds besproken apathie. De drie voor waarden zijn noodzakelijk, al zijn ze niet voldoende, voor een succesvol bestrijden van de ongeïnteresseerdheid. Lastgeving. De studenten, en ook de an dere twee groeperingen, zullen hun vertegen woordigers duidelijk moeten instrueren, het standpunt moet in een algemene vergadering bepaald worden. Ruggespraak. De openheid van de studie raad is nog onvoldoende garantie voor een intensief contact met de vertegenwoordig den. Ook tijdens het overleg bijvoorbeeld bij onverwachte wendingen, moeten de studen ten geraadpleegd worden. Tijd mag geen re den zijn om de vertegenwoordigers eigen machtig op te laten treden. Tenslotte de verantwoording. Ook achter af zal de vertegenwoordiger zijn gedrag in de raad door de studenten moeten laten beoor delen. De openheid vergroot de mogelijkheid om een slechte vertegenwoordiger af te zet ten. Belangstellenden, die ook bij het over leg aanwezig waren, kunnen zonder veel moeite iemand vervangen. Alle faculteiten zullen als vervolg op deze discussies, vergaderingen gaan beleggen waar in deze algemene problemen, en ook de eigen moeilijkheden binnen de faculteit, diepgaand besproken zullen worden. De aan wezigheid van alle drie de groepen is daarbij een voorwaarde voor het slagen. Studentenraad Raad van Praesides
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's