Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 326

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 326

6 minuten leestijd

Het is onze overtuiging dat de enige verantwoorde wijze om het „eigen karakter" van onze universiteit te behouden en blijvend zin te geven, is dat zij zich naar alle zijden openstelt niet alleen naar de zijde van de overige universiteiten en naar alles wat er leeft in de wetenschap, en zich daarbij functioneel invoegt in het wereld-christendom. Deze uitspraak vereist wel enige toelichting. Dat gaat moeilijk in een aansluitend betoog, want het betreft hier verschillende zaken, die evenwel samen genomen de reden opleveren die zij zoeken. Daarbij wordt uitgegaan van twee gezichtspunten. a. Het zal allereerst voor ieder duidelijk zijn dat de grote vooruitgang van de wetenschap, zowel wat de kennis als wat de technische mogelijkheden en toepassingen betreft, de christenheid voor zeer grote problemen stelt. Deze betreffen allereerst velerlei geloofsvoorstellingen, maar daarnaast talrijke ethische vraagstukken, variërend van die over geboortebeperking tot die t.a.v. oorlogvoering. Vanzelfsprekend zijn talrijke christenen in allerlei universiteiten en daarbuiten, met deze vraagstukken bezig. Het moet echter bepaald een voordeel zijn - alleen reeds om redenen van tijd en afstand - wanneer onderzoekers van alle hoofdtakken van de wetenschap die deze problemen werkelijk ter harte gaan in één universiteit verenigd zijn of samenkomen, en daardoor gemakkelijker met elkander kunnen samenwerken. b. In de tweede plaats begint meer en meer het besef veld te winnen dat bij de oplossing van het huidige en toekomstige grootste probleem in de wereld, nl. dat'der ontwikkelingslanden, het onderwijs, m.n. dat in universiteiten, een doorslaggevende rol zal moeten spelen. De taak, die een moderne goed geoutilleerde en door een waarlijk christelijk besef van verantwoordelijkheid gedreven universiteit in het rijke Westen in dit opzicht heeft, is zo groot en de mogelijkheden tot waardevolle bijdragen hiertoe zijn zo gevarieerd, dat wanneer zij welbewust in deze richting zou gaan werken, dit haar bestaan reeds voldoende zou rechtvaardigen. Wanneer deze beide punten serieus als waardevolle uitgangspunten voor een beleid gericht op een handhaven en verduidelijken van het „eigen karakter"gekozen zouden worden, zou er veel moeten veranderen.

Bij de realisering van de plannen zal aan de volgende eisen moeten worden voldaan. aj De opzet moet zodanig zijn, dat een voortgaande activiteit voor de toekomst zo goed mogelijk is gewaarborgd. De zaak mag niet ontaarden in vrijblijvende discussies, die na kortere of langere tijd op niets uitlopen. b) Bij de verwezenlijking van de plannen moet met de volgende drie elementen rekening gehouden worden: 1. Activering van alle lagen der universitaire bevolking bij het nadenken over algemene vragen, die met het werk van de universiteit verband houden. 2. Wetenschappelijke presentatie van aan de Vrije Universiteit ontwikkelde inzichten inzake algemene vragen. 3. Voorlichting voor de vrienden van de universiteit. De te ontwikkelen activiteit zal dus duidelijk gericht moeten zijn op een zekere productiviteit. Voorgestelde structuur Er dient een commissie onder voorzitterschap van de rector magnificus te worden ingesteld, waarin alle faculteiten, zo nodig subfaculteiten, zijn vertegenwoordigd door een hoogleraar of een lector, een lid van de wetenschappelijke staf dan wel een oudere student, die in staat is de problematiek in eigen kring te overzien en zo nodig door een werkgroep het nadenken hierover te activeren. Tevens zal een aantal vertegenwoordigers van het georganiseerde studentenleven in de commissie zitting dienen te hebben. Deze commissie zou moeten worden bijgestaan door een vaste kracht, die al zijn tijd kan wijden aan het werk van de commissie. De commissie zal grotendeels moeten kunnen drijven op de activiteit en het doorzettingsvermogen van zulk een vaste medewerker. Naamgeving Voorgesteld wordt de genoemde commissie met de onder haar ressorterende groepen aan te duiden met de naam ,,coördinatiecommissie algemene vragen ".

Werkzaamheden De problemen waarmee de commissie zich zal bezighouden, kunnen op velerlei gebied liggen. Voorbeelden zijn te vinden in het Deze zaak is in 1968 ook onderwerp van rapport van de hoogleraren De Gaay Fortgesprek geweest in de Senatus Contractus; man en Lever. bij die gelegenheid lieeft de rector magniVerder zullen de leden van de commissie ficus nog eens een nadere toelicliting gegeven problemen, die in hun eigen (subjfaculteit op liet punt van de praktische uitwerking leven, aan de orde moeten stellen en de van het plan: verdere bestudering ervan bevorderen. De commissie dient een grote vrijheid te hebben het gaat om een vrij kleine groep mensen in de wijze waarop zij deze problemen aan(één per faculteit) waaraan een wetenschappakt. Te denken valt aan de vorming van pelijk medewerker is toegevoegd. Men gaat (interfacultaire) werkgroepen voor de bebij de faculteiten en subfaculteiten na of zij studering van bepaalde problemen, aan de vraagstukken hebben, die in een kleine studie- organisatie van symposia (binnen de univerconferentie of symposium behandeld kunnen siteit en in sommige gevallen wellicht natioworden of zich lenen voor bespreking in een naal of internationaal), het organiseren van werkgroep. Anderen, niet beslist hoogleraren, series lezingen en het verzorgen van publiuit binnen- en buitenland kunnen er bij gecaties, waarin het werk van de commissie haald. Nu eens schrijven een aantal mensen als geheel wordt neergelegd of waarin een een boekje over hetzelfde onderwerp, vanuit deskundige een onderwerp systematisch behun eigen discipline; dan weer vraagt men handelt. Hierbij kan gedacht worden aan een gasthoogleraar voor lezingen en discussies. 1. het probleem van oorlog en vrede, 2. ethische vragen, die zich voordoen in verband met de voortgang van de wetenschap, Een werkgroep uit de Senatus Contractus 3. de problematiek der ontwikkelingslanden, heeft over een en ander een nota gemaakt, waarbij kan worden aangeknoopt bij de gewelke onlangs door de Senaat werd aanvaard gevens en suggesties die te voorschijn zijn en die - zoals hiervoor reeds opgemerkt gekomen uit de enquête van de rector omthans om advies is toegezonden aan Raad trent ontwikkelingsvragen. Ook zouden de van Praesides en Wetenschappelijke Staf. De vruchten van de gezamenlijke arbeid onder nota is hieronder bijna geheel opgenomen het bereik van grotere groepen studenten kunnen worden gebracht door het geven teneinde een ieder over het plan te inforvan caput-colleges. meren.

8

Op 22 juni was het honderd jaar geleden dat dr. H. Colijn werd geboren. Mr. D. Schut heeft als voorzitter van de algemene vergadering dr. Colijn als oud-directeur herdacht en de rector magnificus herdacht hem op 27 juni (senaatsvergadering promotie G. Puchinger) als eredoctor van de Vrije Universiteit.

emmoziE CEUGHilKGR COLIJN EN HET EINDE VAN DE COALITIE (DE GESCHIEDENIS VAN DE KABINETSFORMATIES 1918-1924, zo luidt de titel van het proefschrift waarop drs. G. Puchinger op 27 juni bij prof. dr. H. Smitskamp zal promoveren tot doctor in de letteren, korte samenvatting van de dissertatie Dit proefschrift vormt het eerste deel van een als trilogie bedoelde geschiedenis van de kabinetsformaties van 1918 tot en met 1939. Het is zowel een beschrijving van het verloop dezer kabinetsformaties als een onderzoek naar de rol die daarin gespeeld is door diverse vooraanstaande staatsheden als Ruijs de Beerenbrouck, De Geer, Nolens, Idenburg, Heemskerk, Cort van der Linden, Troelstra, Marchant, De Visser en vele anderen, met name echter door Colijn. De titel slaat op het gehele driedelige werk. Het einde van de ministeriele loopbaan van Colijn bleek immers samen te vallen met het einde van de Coalitie, hoewel de strijd in • 1939 eigenlijk uitsluitend ging over de sociaal-economische politiek van Colijn en zijn politieke positie als zodanig. In dit eerste deel wordt niet alleen beschreven welke invloedrijke rol Koningin Wilhel-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's

Ad Valvas 1968-1969 - pagina 326

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968

Ad Valvas | 330 Pagina's