Ad Valvas 1968-1969 - pagina 34
rijksbegroting' voorkomende bedragen voor ontwikkelingshulp. Het betekent geen gebrek aan waardering voor de hulp van de Directie I.T.H., wanneer ik herhaal, dat de Nederlandse instellingen voor wetenschappelijk onderwijs pas dan goed een bijdrage aan de samenwerking met zusterinstellingen in ontwikkelingslanden kunnen geven, indien zij op haar eigen begroting daarvoor gelden kunnen uittrekken.
De belangstelling voor de ontwikkelingslanden blijft leven in alle geledingen van de universiteit. De Vereniging van Gereformeerde studenten te Amsterdam liet bij haar vierde lustrum een brochure over ontwikkeUngssamenwerking verschijnen en het de minister zonder portefeuille, belast met de aangelegenheden van de ontwikkelingshulp, drs. B. J. Udink, de lustrumrede houden.
De r e c t o r en de discussie Graag zou ik naar aanleiding van de rede van de rector enige opmerkingen maken; en dan spreekt het haast vanzelf dat het thema „discussie" centraal staat. De rector zegt hierover: „Discussie - een tweede opmerking - is geen doel, maar een middel. Een discussie dient om een oplossing voor een bepaald probleem te vinden, niet om het gestelde probleem om te schakelen in een eindeloze reeks van problemen." discussie binnen de universiteit Natuurlijk is deze stelling juist, maar de zinsnede: „een oplossing voor een bepaald probleem te vinden", leidt in deze context niet direct tot de brede interpretatie die wij eraan zouden willen geven. Als de rector onder „het probleem" ook wil verstaan het bereiken van een situatie waarin geen van de aan de VU verkerende groepen het gevoel heeft dat zonder haar medeweten over belangrijke zaken die haar aangaan wordt bedisseld, ben ik het graag met hem eens. Al blijft de discussie op zich beschouwd natuurlijk altijd een middel, wij geloven dat het bereiken van een afgerond en evenwichtig systeem van discussies, overleg zo u wilt, vooralsnog een (partiele) doelsteUing moet zijn. Waarschijnlijk zal de rector de juistheid van deze stelling ook wel onderschrijven, hij merkt immers op dat de faculteiten „moeilijk teveel aandacht kunnen geven... aan de inspraak van studenten in de faculteiten via de studieraden... en bedacht moeten zijn op uitbreiding en intensivering." En even verder: „Dat de communicatie binnen de universiteit ten aanzien van de beleidsvorming en de besluitvorming nog niet helemaal goed loopt, hebben de moeilijkheden ter zake van de student-assistenten in het voorjaar bewezen. Er zijn daarbij fouten gemaakt, mede door te weinig rechtstreeks overleg." Naast hetgeen de rector heeft opgemerkt over de betreurenswaardige vertraging in het verwerken van de opmerkingen gemaakt op het congres over de toekomst van de VU, wil ik graag een opmerking maken over de grondslag. Zou een discussie over de grondslag niet belangrijker zijn dan de grondslag zelf? En ik bedoel dan een permanente discussie. In dat geval is het te hopen, dat de commissie-Kruyswijk haar bevindingen niet presenteert in de uitspraak van: „zo is het!", maar als een belangrijke voorbereiding voor
2
een goede gedachtenwisseling over dit belangrijke onderwerp. Herbert Marcuse's opvattingen, zoals door de rector geciteerd, kan men weUicht zo ombuigen, dat gestreefd zou moeten worden naar zodanige sociale instituties, dat nieuwe inzichten snel op hun merites kunnen worden onderzocht en dan met die radicaliteit snel worden ingevoerd in de maatschappij (en de universiteit) als passend is bij deze ideeën. De universiteit zou hier voor de maatschappij een belangrijke taak kunnen vervullen. En hiermee komen wij dan op het thema: de discussie met de maatschappij De rector merkt hierover op: ,Men wil echter verder gaan; men wil dat de universiteit zich vereenzelvigt met de maatschappij en als zodanig aan de maatschappelijke strijd deelneemt. Dit nu acht ik voor de universiteit levensgevaarlijk. Haar eerste taak is onderzoek, analyse, toetsing, schifting; haar eerste doel: objectieve oordeelsvorming. Indien zij zich onmiddellijk in de maatschappelijke strijd begaf, zou zij juist daardoor tot een speelbal van belangengroepen worden. Ook de maatschappij zou daarmee niet gebaat zijn. Voor de vormgeving van de maatschappelijke orde is het van grote betekenis, dat er een gedistancieerd instituut als de universiteit is, waar belangeloze analyse en objectieve beschouwing van de werkelijkheid mogelijk zijn. Als universiteit een oordeel geven over maatschappelijke vragen zal echter alleen in enkele zeer, zeer klemmende mogelijk en nodig zijn." Hierbij wil ik graag enige vraagtekens plaatsen. Hebben wij de rector goed begrepen, dan kunnen wij de eerste zinnen uit de aangehaalde passage ongeveer alsvolgt samenvatten: De universiteit heeft tot taak „objectieve oordeelsvorming" te bevorderen. Hiertoe moet de universiteit in (ideologisch) isolement onderzoek verrichten. Deze „objectieve beschouwing van de werkeüjkheid" moet worden uitgedragen en is van grote betekenis voor de vormgeving van de maatschappelijke orde. Maar betekent dit niet dat iedere wetenschapsbeoefenaar (zo goed als ieder ander) - en het hjkt mij niet zinvol om over de universiteit als totahteit te spreken - de taak heeft zijn verworven inzichten, ook als het minder klemmende vragen betreft, uit
te dragen?, en is dat niet in strijd met de laatste aangehaalde zin? Er schuilt hier mijns inziens nog een probleem, en wel dat van de „objectieve oordeelsvorming" en de „objectieve beschouwing van de werkeüjkheid". Zijn deze niet op zijn best na te streven idealen? Immers in hoeverre bestaat er normvrije wetenschap (inclusief de keuze van de velden van onderzoek)? Is engagement dan niet onontkoombaar en zou het niet heilzaam zijn dat men zich dat degeUjk bewust is? Wel moet ernaar gestreefd worden dat binnen de universiteit elke wetenschapsbeoefenaar volledig vrij is in het naar eigen geweten beoefenen van zijn vak. Dat de universiteit als middel in ,,de klassenstrijd" gebruikt wordt, hetzij consequent vóór of tegen de „bestaande orde", zou natuurlijk een zeer ongewenste situatie zijn. De enige waarborg die we hiertegen redelijkerwijze kunnen scheppen is een universiteit, die uitsluitend afhankehjk is van de door het parlement gecontroleerde overheid. Het is geen ideale situatie, maar wel de beste. Wanneer de rector tot slot van zijn rede dr. Ph. Sandblom aanhaalt, die zegt dat de universiteit de plicht heeft vreedzame samenwerking te bevorderen, val ik hem in dit engagement van harte bij; het is dan ook letterlijk anti-revolutionair. J.H.M.Pieters*) *) De heer Pieters is voorzitter van de NSAfractie in de SRVU-ledenraad. (Red.).
NEDERLAND STEUNT ULC Op 13 september heeft de ondertekening plaats gevonden van een medefinancieringsovereenkomst, waarbij Nederland uit fondsen voor ontwikkelingshulp ca. een half miljoen gulden ter beschikking heeft gesteld voor de bouw van een werkplaats en de verbouwing van een laboratorium van de „Université Libre du Congo" te Kisangani in de Democratische Republiek Kongo. De Vrije Universiteit van Kongo, aanvrager van het project, draagt zelf 243.000 gulden bij aan dit tweeledige project. Deze Universiteit werd in 1963 opgericht en heeft zich sindsdien snel uitgebreid. Binnenkort zullen twee faculteiten aan de reeds bestaande vijf worden toegevoegd. Aan de werkplaats, die het onderhoud van de universiteitsgebouwen ten doel heeft, zullen jongemannen tot smid, timmerman en bankwerker worden opgeleid die zich later als kleine zelfstandigen kunnen vestigen. JaarUjks zullen ongeveer 40 jongeren deze opleiding kunnen volgen. De verbouwing van het laboratorium, onderdeel van het,,Provincial Laboratory Building", een regeringsinstituut dat zich bezig houdt met onderzoekingen op het gebied van voeding, gezondheidszorg e.d., heeft tot doel deze ruimte geschikt te maken voor het geven van hoger onderwijs in Biologie en Natuurkunde. Namens de aanvrager werd de medefinanderingsovereenkomst getekend door dr. G. J. Leibbrandt, die de ULC in ons land vertegenwoordigt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's