Ad Valvas 1968-1969 - pagina 95
Verklaring van de gebruikte afkortingen: z.v.b. v.b. g.b. a.g.b.
Uw suggesties:
= zeer veel belangstelling = veel belangstelling = geen belangstelling — absoluut geen belangstelling
I. Personalia a) Geboortedatum en -jaar: b) Man/vrouw: c) Jaar van aankomst:. d) Studierichting: e) Op welk examen bereidt u zich voor? f) Bent u lid van een studentenvereniging(en); 1) SRVU 2) Faculteitsvereniging 3) Gezelligheidsvereniging (bv. Corps, W S V U , Liber) 4) Politieke of levensbeschouweUjke vereniging (NCSV, VCSB, SIB etc.) Heeft u een functie in een studentenvereniging(en)? Zo ja, welke
h) Bent u hd van en/of heeft u een functie in (een) niet-studentenvereniging(en)? Zo ja,
kandidaats/doctoraal examen
2. Concurrentie en experiment Het concurrentie- en prestigemotief blijken aan vee' wetenschappelijke experimenten ten grondslag te liggen. De vragen die u zich hierbij kunt stellen zijn. in hoeverre wordt het wetenschappelijk handelen beheerst door concurrentie- en prestigemotieven, hoe Ugt het met de verantwoordelijkheid (de vraag naar de vakethiek komt hier o.a. aan de orde; bv. harttransplantaties), welke sociale, poütieke en economische gevolgen heeft een dergelijk handelen (de vraag naar verspilling van energie en geld voor niet geheel doordachte of noodzakelijke experimenten; bv. ruimtevaart). Voor deze groep van onderwerpen heb ik: z.v.b.
ja/nee ja/nee welke: ja/nee welke:
U kunt hierbij denken aan de volgende sub-onderwerpen:
ja/nee; welke:
de ethische aspecten van: a. harttransplantaties b. ruimtevaart c. kernfysica
ja/nee
v.b.
g.b.
a.g.b.
Voor dit onderwerp heb ik: z.v.b.
v.b.
g.b.
a.g.b.
of algemener: d. de ethische aspecten van het wetenschappelijk handelen e. de autonomie van het wetenschappelijk onderzoek (de vraag in hoeverre men wetenschap mag bedrijven om de wetenschap)
ja/nee
1. welke vereniging (en): 2. (evt.) welke functie:
n. In verband met het vaststellen van onderwerpen voor het Studium Géneraleprogramma 1969/1970 zouden we graag willen weten of en in welke mate u belangstelling heeft voor de volgende onderwerpen:
Uw suggesties:
1. Radikalisme/revolutie Het gaat hier met name om de volgende vragen: waar komt het radikalisme vandaan, waar is het op gericht en welke beperkingen doen zich voor in de hantering ervan als instrument voor veranderingen.
3. Oost-West Naar aanleiding van de inval van Rusland in Tsjechoslowakije in de verhouding OostWest opnieuw actueel geworden. Het is duideUjk dat deze inval gevolgen heeft met betrekking tot de poUtieke en militaire verhoudingen. Het heeft daarom zin de vraag van de convergentie/divergentie opnieuw te bezien, waarbij zich de volgende problemen laten stellen: Voor dit onderwerp heb ik:
Voor dit onderwerp heb ik: (aankruisen s.v.p.) z.v.b. Deze vragen kunnen gesteld worden t.a.v.: a. het poUtiek-maatschappehjk radikalisme b. het radikaUsme bij studentenbewegingen (SDS, Parijs, Mexico) c. het radikaUsme in de theologie: de theologie van de revolutie (bv. Harvey Cox, Richard Saull) d. het radikaUsme van het pacifisme '
v.b.
g.b.
a.g.b.
z.v.b. a. de divergentie- en convergentietheorie opnieuw bezien b. de geloofwaardigheid van de leer van de vreedzame coëxistentie , c. de veranderingen in het beeld dat men in het Westen van de Russen heeft d. de politieke en militaire gevolgen
v.b.
g.b.
a.g.b.
%-dê
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1968
Ad Valvas | 330 Pagina's